Arbeidersmode als werk in uitvoering in Rotterdam

Overall van Walter Van Beirendonck Foto Dan & Corina Lecc

Werkstijl, t/m 30 september in Het Schielandshuis, Rotterdam. Inl. hmr.rotterdam.nl

Geen logischer plaats om een tentoonstelling over werkmode te houden dan Rotterdam, de stad waar, zoals wel wordt gezegd, de overhemden al met de mouwen opgerold in de winkels liggen. En geen logischer modenaam om erbij te halen als gastcurator dan Monique van Heist. Niet geboren, wel gevestigd in Rotterdam, ontwerper van functionele, doordachte, tijdloze kleren, die regelmatig verwijzen naar klassieke werkmanskleren.

Werkstijl heet de expositie die Van Heist in samenwerking met conservator Sjouk Hoitsma maakte voor Museum Rotterdam. Een ode aan de werkkleding van de zogenaamde blauwe boorden en een onderzoek naar de invloed daarvan op de mode.

Die invloed is er natuurlijk te over. Een aanzienlijk deel van de kleding die wij tegenwoordig dragen, is zelfs rechtstreeks afgekeken van functionele kledingstukken. De spijkerbroek, de overall, de schoenen van Red Wing, de broeken van Carhartt; allemaal zijn ze ooit bedacht om zware lichamelijke arbeid in te verrichten. Dat maakt ze niet alleen degelijk, maar ook stoer; mode voor mensen die er niet uit willen zien alsof ze van mode houden.

De basis van de tentoonstelling was de eigen collectie van het museum, waar meer dan 1.200 stuks werkkleding inzitten, vooral van Rotterdamse bedrijven. Het eerste stuk waar Van Heists oog op viel was een enorme overall uit de jaren vijftig, speciaal gemaakt voor de 2,37 meter lange Rigardus Rijnhout, bijgenaamd de Reus van Rotterdam. Op de rug staat de tekst: ‘Natuurlijk van Kok vakkleding!’ Rijnhout verrichtte er overigens geen zwaar werk in; hij verhuurde zichzelf als reclamebord.

De overall van de Reus staat in een zaal vol overalls: werkoveralls als een zogenaamde luizenoverall uit de jaren dertig (om huizen in te ontsmetten) hangen gebroederlijk naast disco-overalls uit de jaren zeventig en recente designeroveralls van ontwerpers als Walter Van Beirendonck, Vivienne Westwood en Van Heist zelf; een gebloemde overall en het stervormige kledingstuk Patrick (naar het personage uit Sponge Bob), dat zowel als jurk als als overall is te dragen. In totaal zijn er maar drie stukken van haar hand te zien in Museum Rotterdam. Op een muur zijn tientallen pagina’s uit oude modetijdschriften te vinden, ook met overalls.

Zo zijn er ook opstellingen met schorten en verpleegstersuniformen, spijkerbroeken (inclusief een in een oude mijn gevonden Levi’s uit 1888) etcetera. Topstukken van de expositie zijn de leren schouderkappen die werden gemaakt en gedragen door houtstuwers, mannen wier taak het was hout uit boten te sjouwen; je ziet er zo een modevertaling van komen.

Van Heist heeft de tentoonstelling prettig losjes ingericht, alsof het werk in uitvoering is. Veel felgekleurd tape, tafels op schragen, panelen met foto’s die los tegen de muur staan. Ze liet fotograaf Daan Brand een serie portretten maken van mensen in hun favoriete werkkleding. Een vuilnisman, die om zijn pak een kofferriem draagt die hij bij het grofvuil vond, een verkoper van werkkleding, een ‘ontwerper en bouwer’ die uitsluitend schipperstruien en Duitse werkbroeken draagt.

Een verzameling schoenen, tassen en andere accessoires is geplaatst voor behang van Ton of Holland, die in het uitgaansleven van Berlijn homoseksuele mannen tekende met een werkmanskleding-fetisj, iets waar je best wat meer van had willen zien. Net als van de straat: jeugdculturen, die werkmanskleren vaak als eerste adopteren, nog vóór de modewereld dat doet, ontbreken bijvoorbeeld bijna volledig. Er zijn alleen twee hevig gescheurde spijkerbroeken en een paar schoenen van een punk te zien.

Een thema dat wel weer goed is uitgewerkt is dat van het corduroy (manchester of ribfluweel). Er is een foto van de grootvader van Van Heist, die mandenvlechter was, in een manchester broek, en een van een kunstenaar op leeftijd, in een manchester jasje. Ook het corduroy pak waarmee André van der Louw in 1974 aantrad als burgermeester van Rotterdam. Het recente corduroy pak van de Amerikaanse ontwerper Adam Kimmel is een perfecte aanvulling: het verwijst zowel naar de originele werkkleren, als naar de arbeidersmode uit de jaren zeventig waar links-intellectuele mannen zo dol op waren, en die in retrospectief behoorlijk koket aandoet.