Amerikaans-Russische relatie heeft oppepper nodig

Het Amerikaanse Congres overweegt een wet in te trekken die veertig jaar geleden is ingevoerd en sancties oplegt aan een land dat niet meer bestaat, wegens misdragingen die niet meer plaatsvinden.

Het Jackson-Vanik-amendement op de Amerikaanse handelswet van 1974 was bedoeld om de Sovjet-Unie te straffen voor zijn weigering om Russische joden vrijelijk te laten emigreren. Een intrekking had allang moeten plaatsvinden, al was het maar omdat de Russen inmiddels al twintig jaar in alle vrijheid kunnen vertrekken, maar staat nu pas op de agenda. De wet is het laatste obstakel voor de 'permanente, normale handelsbetrekkingen' die beide landen nodig hebben om volledig te kunnen profiteren van het nieuwe lidmaatschap van Rusland van de Wereldhandelsorganisatie WTO.

Er is niemand die serieus bezwaar aantekent tegen de intrekking van Jackson-Vanik. Maar sommige Amerikaanse senatoren en diverse leiders van de Russische oppositie willen de wet vervangen door alternatieve wetgeving, die de druk op Moskou in stand moet houden op het gebied van de mensenrechten. Deze nieuwe poging om een verband te leggen tussen handel en mensenrechten maakt een naïeve indruk en kan contraproductief blijken. De regering van Barack Obama heeft gelijk als zij zich tegen de koppeling uitspreekt.

De tegenstanders van een onvoorwaardelijke intrekking van Jackson-Vanik bepleiten het aannemen van een wet die is vernoemd naar Sergei Magnitsky. Deze Russische advocaat overleed in 2009 in een politiecel, nadat hij onderzoek had gedaan naar corruptie onder overheidsfunctionarissen. De wet zou sancties opleggen aan Russische functionarissen die door de Amerikaanse regering schuldig worden geacht aan misdaden of schendingen van de mensenrechten.

Hoe goed bedoeld de Magnitsky-wet ook mag zijn, de vermeende verdiensten ervan verbleken bij de gevolgen van het verdwijnen van Jackson-Vanik. Volgens onderzoek van het Peterson Institute zou de Amerikaanse export naar Rusland van zowel landbouw- als industriegoederen onder genormaliseerde handelsverhoudingen op korte termijn verdubbelen. Er worden zelfs nog grotere voordelen verwacht in de dienstensector. En om te voldoen aan de eisen van zijn WTO-lidmaatschap moet Rusland korte metten maken met importtarieven en andere beperkingen die hebben voorkomen dat Amerikaanse exporteurs konden profiteren van deze veelbelovende markt en snelgroeiende economie.

Als Jackson-Vanik definitief verleden tijd zou zijn, zou Rusland tevens zijn voordeel doen met de grotere concurrentie en de betere verdeling van de beschikbare middelen over zijn economie. De liberalisering zou de obstakels wegnemen voor directe buitenlandse investeringen. De Russische oppositieleiders erkennen op hun beurt dat een volledige toetreding tot de WTO zou helpen de Russische economie te normaliseren, haar nauwer bij de rest van de wereld te betrekken en de corruptie te bestrijden.

Aan de andere kant is het naïef om te verwachten dat de Magnitsky-wet tot onmiddellijke veranderingen in het Kremlin-beleid zou leiden. Het is onwaarschijnlijk dat het bij naam en toenaam noemen van corrupte functionarissen zou leiden tot hun ontslag. Het zou overkomen als een onhandige poging om de Russische regering ter verantwoording te roepen en kan er alleen maar toe bijdragen haar paranoïde instincten te versterken. Als de voorstanders van deze wet de intrekking van Jackson-Vanik weten te voorkomen, kan de handels- en investeringsstroom tussen beide landen slinken. En Moskou zou er niet toe worden aangezet de broodnodige economische hervormingen in gang te zetten.

Jackson-Vanik moet onvoorwaardelijk verdwijnen. En het Amerikaanse Congres moet de Magnitsky-wet – afzonderlijk – op zijn eigen verdiensten beoordelen.

Menno Grootveld