Als je meer houdt van kinderen dan je lief is

Er komt een anonieme telefoonlijn voor pedofielen, zodat ze zelf hulp kunnen zoeken. „Eerst toon je begrip. Daarna probeer je ze binnen te halen bij een hulpverlener.”

Een pedofiel vertelde er enthousiast over tijdens groepstherapie. Nu hij Androcur slikt, heeft hij voor het eerst een film op televisie kunnen afkijken zonder tussendoor te masturberen op de wc. Een ander vulde het aan: hij had een meisje van zes gezien en het deed hem niks.

Maar Androcur is een zwaar middel. De productie van mannelijke hormonen wordt geremd door een vrouwelijk hormoon. Mannen worden dik en kunnen borsten krijgen. Het wordt daarom vooral ingezet bij de zwaarste categorie pedofielen: mannen die ook hyperseksueel zijn. Zoals kinderoppas Robert M., die monomaan zocht naar mogelijkheden om heel jonge kinderen te misbruiken.

M. vertelde tijdens het strafproces tegen hem dat hij als jongere hulp had gezocht in Letland. Hij was naar de huisarts geweest omdat hij opgewonden werd van blote kinderen. De huisarts zou hem niet hebben willen helpen. Hij had wel erectiepillen, maar geen libidoverlagers. En M. zegt dat hij ook niet werd doorverwezen. Nu heeft hij het seksueel misbruik bekend van 87 kinderen onder wie een baby van 19 dagen oud. Kunnen pedoseksuelen zoals hij geholpen worden? En hoe dan?

Ook Nederlandse huisartsen schrijven wel erectiepillen voor, maar geen libidoverlagende middelen. Ze kunnen antidepressiva geven die de seksdrive verminderen. Maar het is de bedoeling dat ze pedoseksuelen doorverwijzen, naar een seksuoloog of psycholoog.

Dat ligt voor de hand, zegt Jan Hendriks, hoogleraar forensische psychiatrie aan de VU. Pedoseksualiteit is een „dermate ingewikkelde stoornis” dat specialistische hulp nodig is. Daarbij zijn libidoverlagers veel ingrijpender middelen dan erectiepillen die alleen een tijdelijke vaatverwijding veroorzaken.

Toen forensische polikliniek De Waag bekendmaakte een anonieme hulplijn te zullen openen voor pedofielen, belden er direct vier mannen naar de receptie. Naar de huisarts durfden ze niet, vertelt Jules Mulder, psychotherapeut bij De Waag. „Die zagen ze te veel als huisvriend.”

In Duitsland en Groot-Brittannië kunnen pedoseksuelen al hulp vragen voordat ze de fout ingaan. In Berlijn werden affiches opgehangen met de tekst: ‘Hou je meer van kinderen dan je lief is?’ Onderzoekers van dat project kwamen tot de conclusie dat 1 procent van alle mannen seksuele gevoelens voor kinderen heeft. In andere onderzoeken variëren de schattingen van 1 tot 3 procent.

Ongeveer één op de vier pedofielen zet die gevoelens om in daden, zegt Jules Mulder. „Als je deze percentages volgt, lopen er in Nederland 15.000 daders rond.” Maar met de cijfers over daders moet je heel voorzichtig zijn, zegt hoogleraar Jan Hendriks: „Je weet niet wie je niet oppakt. Over opgepakte zedendelinquenten is bekend dat ze vaak benedengemiddeld intelligent zijn. Laten de minder slimme zich eerder betrappen? Het zou kunnen. Uit onderzoek blijkt dat linkshandigen oververtegenwoordigd zijn onder pedoseksuelen. Wat zegt het? Ik heb geen idee. In ieder geval niet dat alle linkshandigen pedoseksueel zijn.” Jules Mulder van De Waag vindt dat het wel íéts zegt. „Het kan erop duiden dat er zoiets bestaat als gevoeligheid voor pedoseksualiteit die al in de baarmoeder ontstaat, net als linkshandigheid.”

Of de pedoseksualiteit ‘eruit’ komt, is volgens Mulder afhankelijk van heel veel omstandigheden in iemands leven. Wordt er veel porno gekeken in een gezin? Wordt er seksueel gedaan over kleine jongetjes die een erectie hebben? „Onder kindermisbruikers zijn veel mannen die zelf misbruikt zijn. Maar niet alle misbruikte kinderen gaan later zelf misbruiken. Zo zit het ook met pedoseksualiteit.” Het is nature en nurture.

Hoogleraar Jan Hendriks neigt meer naar nature. „Bij de échte pedofielen ligt hun geaardheid al in de baarmoeder vast.” Maar veel pedoseksuele delicten worden niet gepleegd door zogenoemde ‘kernpedofielen’. Bij incest speelt bijvoorbeeld vaak de beschikbaarheid van het kind een rol; het is in de buurt en weerloos.

De hulplijn die De Waag samen met Meldpunt Kinderporno opent, is niet alleen voor pedoseksuelen maar ook voor hun ouders, buren, kinderen en professionals zoals huisartsen. „Waar moet een vrouw die kinderporno op de computer van haar man ontdekt, raad vragen?”

De gratis telefoonlijn in Nederland zal eerst in de middag open zijn, van 14.00 tot 17.00 uur. De rest van de tijd kan anoniem gemaild worden aan de organisatie. Als blijkt dat er pieken zitten in het aantal mails, zullen de openingstijden worden aangepast. Dat gebeurde ook in Groot-Brittannië, waar bleek dat de lijn het meest werd gebeld op maandagochtend. Mulder vermoedt dat problemen opduiken in het weekend, omdat er meer contact is met familie, buurkinderen of alcohol wordt gedronken.

Op basis van de Britse ervaringen, verwacht De Waag ongeveer zeshonderd telefoontjes per jaar. De medewerkers zijn ervoor getraind. Jules Mulder: „Eerst toon je begrip. Je luistert, je draagt nog geen oplossingen aan. Dan probeer je ze binnen te halen bij een hulpverlener.”

De beste tijd om pedoseksuelen te bereiken, is tijdens hun adolescentie, zegt Jan Hendriks. „Dan ontdekken ze hun geaardheid, merken ze dat ze niet mee kunnen praten over meisjes en zoeken ze naar hun identiteit.” In die periode zou Robert M. naar de huisarts zijn gegaan. Een geaardheid afleren gaat niet, zegt Mulder. „Al wordt dat in de VS wel geprobeerd op een Pavlov-achtige manier, door vervelende piepjes te koppelen aan beeld van kinderen.” Mulder gelooft er niet in. „De boodschap die wij hebben is: je bent pedofiel maar je mag geen seks hebben met kinderen.”

En dat zegt ook Jan Hendriks: „Je seksuele leven zal heel beperkt zijn. Kun je dat accepteren?” Vervolgens richt therapie zich op het dagelijks leven. Mulder: „Hoe kun je je leven zo vormgeven dat de kans kleiner wordt dat je een delict pleegt? Er zijn maar weinig pedoseksuelen die een kind de bosjes in sleuren, er gaat vaak een proces van jaren aan vooraf.” Jaren waarin iemand ervoor kan kiezen met ouderen te werken, niet met kinderen.

Jan Hendriks zegt dat pedoseksuelen allereerst moeten accepteren dat ze schade aanrichten bij een kind. „Veel pedoseksuelen vergoelijken hun gedrag. Die zeggen: ik doe het kind geen pijn, het kwam toch zelf naar me toe, het houdt er niets aan over.” Het is wrang, maar Hendriks merkt dat het vaak effectief is de nadelige gevolgen voor het eigen leven van de pedoseksueel te belichten. „Als je dit doet, ga je naar de gevangenis. Je raakt je werk en je gezin kwijt.”

Als het de pedoseksueel niet lukt zijn lust te onderdrukken, kan hij medicatie krijgen, zoals antidepressiva of Androcur. „Veel mannen ervaren het als bevrijdend om die drive niet meer te hebben”, zegt Mulder.

Hoe specifieker de voorkeur van de pedoseksueel, hoe moeilijker die te beteugelen is, zegt Jules Mulder. Daarbij geldt ook dat mannen die exclusief op jongens vallen, meestal moeilijker te behandelen zijn. En hyperseksualiteit, zoals Robert M. die heeft, is helemaal een complicerende factor. Jan Hendriks: „We kunnen niet iedereen helpen.”

De reclassering experimenteert met vrijwilligers die een pedoseksueel na een veroordeling op het rechte pad houden. Ze wandelen met hem, voeren gesprekken, zoeken naar werk. Wat voor alle criminelen geldt, geldt ook voor pedoseksuelen: wie iets te verliezen heeft – vrienden, werk, een gezin – pleegt minder snel strafbare feiten. Hoe soft het ook klinkt, zegt Mulder, een hobby kán helpen. „Maar bij iemand als Robert M., die extreem gericht lijkt op misbruik, zal het moeilijk zijn daar iets anders voor in zijn leven te brengen.”