Als ik ze nu niet laat zien, wanneer dan wel?

Helaas, het is niet anders. Het doek gaat op voor het stuk Calendar girls en ik ben vooral benieuwd of de zeven actrices naakt zullen gaan. Want daar gaat Calendar girls over. Dat naakt-gaan is waargebeurd in Yorkshire. Het leverde al een geslaagde film op: een stuk of wat Britse vrouwen van middelbare leeftijd, allen lid van een lokale afdeling van de bond voor plattelandsvrouwen, poseerden voor een vrolijke blote kalender en werden wereldnieuws. De oorspronkelijke kalendervrouwen verhulden tepels en schaamstreek achter breiwerk, schilderspalet, handtas en theepot, maar de rest lieten ze zien, in vrolijke volle glorie.

Zo niet de actrices in dit toneelstuk. Alleen Wivineke van Groningen, good for her!, laat haar borsten zien, triomfantelijk duikt ze op. Applaus in de zaal. Er is nog een snelle flits van een blote achterkant, maar verder bedekt de regie het bloot ruimschoots. Dat is stom. Dit verhaal gaat nu eenmaal over hoe vrouwen, die normaal nog geen dij laten zien, het opbrengen om heel wat meer te laten zien voor een foto. Dan willen wij, de vrouwen in de zaal, meer dan alleen verteld krijgen dat de middelbare leeftijd en geslaagd naakt elkaar niet uitsluiten. Trouwens, in het stuk zegt de echtgenoot van een van de vrouwen dat zelfs met zoveel woorden. Plus dat andere citaat, als de vrouwen besluiten om de blote kalender daadwerkelijk te maken: „Als ik ze nu niet laat zien, wanneer dan wel?”

Na afloopt vraag ik het aan een van de actrices. Ze reageert fel. De voorstelling te preuts? Onzin! Volgens haar gaat het over de kracht van suggestie. Volgens mij gaat het over zelfverwezenlijking. Zij verwijt mij nog net geen voyeurisme. Ik houd nog net binnen: je durft misschien niet? Zij zegt dat je in de film ook niks zag. Dat is waar. Maar de film suggereert dat je alles ziet. Deze versie op toneel suggereert daarentegen dat je niets mag zien. Dat is netto hetzelfde, maar het effect is diametraal tegengesteld. Rudy Kousbroek beschreef eens in een ontroerende passage hoe hij als jongeman warm werd van de gedachte dat meisjes bloot waren onder hun kleren. Uit de toneelversie van Calendar Girls kun je weinig anders dan concluderen dan dat er onder die kleren niet veel te zien is.

We blijven beleefd, maar de actrice en ik komen er niet uit.

Naderhand bedenk ik pas hoe onthullend naakt aangekleed kan zijn, want dat zag ik op een foto in het Foam in Amsterdam, van Joel Sternfeld. Het beeld definieert zelfverzekerd blank Amerika: een wijdbeense California-vader en zijn bijna-tiener zitten naast elkaar. In het centrum van de foto, waar alle lijnen van de compositie elkaar kruisen, tekent zich in de strakke korte broek van de man onbeschaamd zijn scrotum af. Net een vagina. De man is gekleed maar juist door die broek staat hij naakter dan naakt.

De discrete kakikleuren zijn essentieel, die maken het beeld eens zo verontrustend. Ik zag het werk van Sternfeld op de valreep, de expositie is afgelopen. Wie benieuwd is, kan voor een indruk op internet terecht. Zijn inkijkjes in de Verenigde Staten van de jaren zeventig en tachtig ontbloten een land dat ruig is terwijl het beschaafd doet.

De Amerikaan Sternfeld begon in 1970 met kleurenfoto’s, in de tijd dat kleurenfotografie nog werd veroordeeld. ‘Echte’ fotografen werkten in zwart-wit. Sternfeld had er maling aan en maakte bijvoorbeeld die foto van de pompoenenkraam in Virginia (1978). De kraam blijkt in de hitte te staan van een uitslaande brand – die ik eerst niet opmerkte, want de vlammen zijn net zo vaal-oranje als de pompoenen, macabere quasihoofden.

Het bijgeloof wil dat zwart-witfotografie artistiek is, authentiek, documentair: zo verbeeld je de wereld, zo betrap je de werkelijkheid. Nu kan zwart-witfotografie prachtig zijn, maar niet als het uit fatsoen wordt ingezet, omdat kleur behaagziek zou zijn, makkelijk scoren voor een fotograaf.

Pas op. Zwart en wit en grijs zijn ook kleuren. De grote fotografen van de 20ste eeuw stileerden er hun foto’s weergaloos mee, net zoals Sternfeld het doet, met zijn kleuren.

Iedere fotograaf zoekt naar de naakte waarheid en die kent vele vormen. Grof. Mooi. Een stille tragedie. Een grote grap. Een kalender.

Maar voorzichtig, nee, dat kan nooit.