Advocaat Britta Böhler is de ultieme Vogue-vrouw

Daar is ie dan, de Nederlandse Vogue. Het blad wil talent uit Nederland vieren. Maar dat botst met mondiale allure.

Lange tijd was Nederland niet klaar voor Vogue. Dat vond althans de Amerikaanse uitgever, Condé Nast. Te weinig grote modewinkels, te lage budgetten voor adverteerders, en weliswaar enkele talentvolle modeontwerpers, maar toch niet genoeg om serieus genomen te worden. Maar de uitgever is om. Onder meer met dank aan de luxueuze shop-in-shops in de Amsterdamse Bijenkorf, waar merken als Louis Vuitton en Hermès worden verkocht. De Nederlander durft zich op te tutten tegenwoordig, crisis of niet.

Na dagen van buzz rondom de lancering ligt vandaag het eerste nummer van de Nederlandse Vogue in de winkel. En, is het de opwinding waard?

Ja. Vogue is niet zomaar een tijdschrift, het behoort tot de eredivisie van de bladen. De Amerikaanse uitgave begon al in 1892 als weekblad en ontwikkelde zich de laatste decennia tot een van de invloedrijkste spelers in de modewereld. Aan budgetmode doet Vogue niet. Het blad verkoopt dromen. Of, zoals Emmanuelle Alt, hoofdredacteur van de Franse Vogue het zegt: „Wat Vogue zo uniek maakt, is het vermogen een droom te creëren en tegelijkertijd inspiratie te putten uit de realiteit.”

Geen artikelen over problemen dus in de Nederlandse Vogue, noch verhalen in de categorie mijn-beste-vriendin-ligt-op-sterven die andere vrouwenbladen vaak sieren. Wel veel, heel veel interviews, van hoge kwaliteit. Swerink noemt Vogue in haar editorial „een ode aan, een platform voor en het vieren van het talent dat we in Nederland hebben”. Dus trok het blad goede interviewers aan. Zoals Steffie Kouters, die al jaren voor Volkskrant Magazine werkt en nu in New York woont, waar ze sprak met het bekende modefotografenduo Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. Ook spreekt Vogue Nederlands talent als fotografe Bertien van Manen, mezzosopraan Christiane Stotijn en actrice Tjitske Reidinga.

Op de cover prijkt de nieuwste lichting succesrijke Hollandse modellen: de 16-jarige Romee Strijd, 18-jarige Josefien Rodermans en Ymre Stiekema, die op haar 19de al „aan haar eerste comeback bezig” is.

Er is een uitgebreid interview met topadvocaat Britta Böhler, voorheen raadsvrouw van onder anderen Ayaan Hirsi Ali en Volkert van der G.. Binnenkort debuteert zij met een thrillertrilogie. Böhler is precies het soort vrouw waar Vogue de lezeres mee wil inspireren: krachtig, slim, mooi. En dan ziet ze haar leven ook nog eens als een kunstwerk. „Alles wat ik doe, de kleren die ik draag, de keuzes die ik maak, de mensen die ik liefheb, ze horen allemaal bij dat ene werk. Noem het een Gesamtkunstwerk.”

Leuk, die goede interviews, maar het draait natuurlijk om de modefoto’s. Gek genoeg vallen juist die een beetje tegen. Veel foto’s zijn, net als de coverfoto, vrij braaf en soms zelfs een beetje tuttig. Het vrolijkst is een modeserie getiteld New Look in Amsterdam, die speelt met clichés van Nederland – we zien een draaiorgel, fietsen, haring, een Dafje – zonder flauw te worden. Maar andere series zijn minder opvallend, zeker op het gebied van de fotografie: mooi meisje staart in de verte in gelige woestijn. Zulke foto’s verschillen weinig van wat we al in andere Nederlandse glossy’s zien. Behalve dan dat aan de kleding nooit een goedkoop prijskaartje hangt. Alles is Gucci, Valentino, Versace.

Afgelopen december zei hoofdredacteur Karin Swerink in een interview met deze krant: „Het is lastig dat we niet onze eigen Chanel en Prada hebben. Je wilt als Vogue trots zijn op Nederlandse mode, en bij de Nederlandse ontwerpers zit niet de allure die we zoeken.” Dat merk je. Goed, een enkel model draagt een jas van Viktor en Rolf (à 4.050 euro) en Claes Iversen ontwierp een jurk speciaal voor Vogue Nederland (prijs op aanvraag). Maar het houdt niet over.

En dat is precies waar het dan toch een beetje wringt met de Hollandse Vogue. Want het blad wil het Nederlandse talent vieren, en een eigen gezicht worden binnen de internationale Vogue-familie van 19 titels, maar het wil ook het beste en het duurste van de modewereld laten zien. Dat zijn twee uitersten. Misschien is de Nederlandse modewereld nog steeds te klein om maand in maand uit het Nederlands talent te kunnen ‘vieren’.

Of, zoals het échte Nederlandse talent Inez van Lamsweerde zegt in het interview met Steffie Kouters: „Het beste wat we hebben kunnen doen is weggaan uit Nederland”.

Vinoodh Matadin: „Als je wilt groeien, moet je weg. Van Gogh is ook vertrokken. Anders was hij zijn hele leven die aardappeleters blijven tekenen en had hij nooit die zonnebloemen gemaakt.”

Er zit dus maar één ding op voor Vogue: het blad moet de Nederlandse ontwerpers zo weten op te stuwen in de vaart der volkeren, dat ze vanzelf zonnebloemen gaan schilderen.

Janna Laeven