Zelfs Belgen laten hockeyers kansloos

Bondscoach Paul van Ass zag zijn hockeyers zich blameren tegen België (1-0). Het verlies beïnvloedt zijn besluit over een eventuele terugkeer van De Nooijer en Taekema niet.

Als de toeter voor het eindsignaal heeft geklonken over het hockeycomplex in Kontich bij Antwerpen, trekt de Nederlandse mannenbondscoach Paul van Ass de kraag nog eens omhoog rond zijn beteuterde gezicht. Hij doet zijn oordopje uit, vangt aan de zijlijn zijn jongens op en maakt de balans op na de verloren oefenwedstrijd tegen België (1-0): de Nederlandse hockeyploeg is terug bij af.

Een trieste constatering, krap een week voordat de bondscoach met Teun de Nooijer en Taeke Taekema om de tafel gaat over een eventuele terugkeer van de twee routiniers in de Nederlandse selectie. De hockeyers die vorige maand bij de oefenstage in Australië waren, zullen het er niet mee eens zijn. Er zou hoopgevend zijn gestreden, toen drie keer nipt werd verloren van de thuis spelende wereldkampioen. „In Australië waren we verder”, zegt Van Ass na de wedstrijd tegen België. En: „Ik heb daar bevestiging gehad voor de keuzes die ik gemaakt heb.”

Des te teleurstellender zijn de cijfers tegen de Belgen. Een handjevol aanvallen in de cirkel leidt tot één gevaarlijk schot van Laurence Docherty op de paal. Nederland versiert slechts één strafcorner, die door een mislukte stop ook nog eens tot niets leidt. De Belgen mogen zeven keer aanleggen van de kop van de cirkel, waarbij het aan de Nederlandse doelman Jaap Stockmann is te danken dat het bij één treffer van Tom Boon blijft.

Op papier is België de zwakste tegenstander die Nederland deze zomer tegenkomt in de poulefase van de Olympische Spelen, naast Duitsland, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en India. Met 27.000 leden heeft België nog geen achtste van het ledenbestand van de Nederlandse KNHB. Maar opgezweept door bijna 2.500 supporters op het knusse complex in Kontich, waar deze week het olympisch kwalificatietoernooi voor lager geklasseerde vrouwenteams wordt gespeeld, laten de Belgen de flegmatieke Nederlanders kansloos.

„We zijn een maand uit elkaar geweest na de oefenstage. Dit is niet waar je zijn moet”, erkent Van Ass. „En dan denk je dat je wegkomt omdat je handiger bent, maar dat kom je niet. Ik heb dit resultaat gebruikt om in de kleedkamer tegen de jongens te zeggen dat het goed is dat we nu bij elkaar blijven en we de trainingsintensiteit verhogen. Nu laten we niet meer los.” De Nederlandse hockeyers trainen vanaf deze week drie dagen per week ‘intern’ op Papendal.

Het shirt met nummer veertien is uiteraard nog niet vrijgegeven voor een ander. Dat behoort De Nooijer toe, of hij er nu bij is of niet. Wel terug van weggeweest is de jonge Seve van Ass, zoon van de bondscoach, die net als strafcornerspecialist Taekema en drievoudig wereldspeler van het jaar De Nooijer in januari afviel voor de stages in Alicante en Australië.

Maar voor de twee hockeygrootheden gelden andere omgangsvormen. Die worden niet te pas en te onpas opgeroepen. Zij krijgen naar verwachting volgende week te horen of ze mee gaan naar de Spelen, of dat hun imposante interlandcarrières ten einde zijn. „Dan sluiten we dat thema af”, zegt Van Ass.

Zelf is hij er al uit. Maar natuurlijk laat hij zich daar verder niet over uit. De wedstrijd van gisteren heeft op zijn beslissing geen invloed meer. „Soms is het er gewoon niet. Je kunt daar wel allerlei conclusies aan verbinden, maar de kunst is om toch te geloven in wat je doet en daarvoor gewoon je plan te blijven trekken.” Verder houdt hij de boot af. „Laat mij die gesprekken nou maar doen. Dan horen jullie het vanzelf.”

In de afwezigheid van de twee iconen moesten de jonge spelers opbloeien. Dat was het idee, maar tegen de Belgen komt dat er totaal niet uit. Spits Billy Bakker wordt sinds zijn goede optredens bij de EK in Mönchengladbach en de Champions Trophy in Nieuw-Zeeland kort en stevig gedekt. Hij blijft tegen de Belgen onzichtbaar.

Volgens Van Ass zijn er weinig jongens nu al zeker van de Spelen. Maar hij maakt zich niet druk. „De potentie is er zeker.” Van Ass memoreert de matige resultaten in de voorbereiding van het Nederlands team dat in 1998 in eigen land wereldkampioen werd. „Als je daarna hele mooie dingen doet, wordt daar achteraf niet meer over gepraat. Het is aan mij om te zorgen dat we rustig blijven, dat we helder in onze visie blijven. En soms moet je een beetje contrair reageren. Als iedereen hel en verdoemenis roept, zeg ik: doe maar rustig.”