We zitten in grote problemen, zeggen CDA'ers in Winterswijk

Actieve CDA-leden in het land die moeite hadden met de PVV, zien hun twijfel bevestigd. „De strategie was: we roken ze uit. Dat is duidelijk mislukt.”

Zelf omschrijven ze elkaar hier, ver weg van de Tweede Kamer, het liefst als trouw aan de partij. Nuchter. Bescheiden. Ze maken van hun eigen passie liever niet andermans probleem. „En we hebben ook een minderwaardigheidscomplex, hè”, zeggen ze alsof dat bij het politieke leven in de regio Oost-Achterhoek hoort. „We zijn altijd bang voor wat die academici uit het westen over ons boerenluitjes beslissen.”

Maar vraag naar hoe het verder moet met hun CDA en de regeringsdeelname in een complexer geworden gedoogconstructie, en de stemmen worden verheven, de toon klinkt scherper en de ogen beginnen te vlammen.

„We zitten in grote problemen.”

„Het CDA mag zich achter het oor krabben.”

„We krijgen wat we verdiend hebben.”

„De strategie was: we roken de PVV uit. Dat is duidelijk mislukt.”

Het is gisteravond, precies het moment dat premier Rutte uitlegt dat niets is veranderd, want bij VVD en CDA is er niemand weggelopen. Niets aan de hand, alles onder controle.

In een zaaltje van Kerkelijk Centrum De Zonnebrink – gelige kleedjes op tafel, bloemstukken en een brandend waxinelichtje daar weer op – zitten dan 21 mannen en vier vrouwen bij elkaar. Blank en op leeftijd, slechts een enkeling jonger dan veertig.

Zij zijn de kopstukken van het CDA ter plaatse, de regionale harde kern. De een is voorzitter van een lokale afdeling, de ander was jaren bestuurslid voor een hele provincie. Een man zegt dat hij achttien jaar burgemeester was. En hij zegt dat nog een keer.

Het CDA in deze streek is een goede afspiegeling van het landelijke beeld. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 stemde landelijk 27 procent op de partij, in Winterswijk 25 procent. Bij de laatste verkiezingen, twee jaar terug, zat het nog dichter op elkaar: 13,6 procent landelijk, 13,55 procent in Winterswijk.

De bijeenkomst gaat officieel niet over het CDA van vandaag, maar over de partijlijn voor de komende tien tot vijftien jaar. De afgelopen maanden liet partijvoorzitter Ruth Peetoom een commissie, het Strategisch Beraad, die koers voor het nieuwe CDA uitstippelen. Er werd een congres aan gewijd en de commissieleden trekken deze weken door het land: er zijn liefst 108 bijeenkomsten gepland.

De CDA’ers in De Zonnebrink melden hoffelijk met welke onderdelen van het rapport ze het niet eens zijn. Ze zeggen bijvoorbeeld tegen het commissielid dat de avond voorzit: „In uw stuk staat het woord ‘kenniskloof’. Ik vind dat niet zo’n gepaste uitdrukking. Ieder mens is immers gelijk.” Bedankt, we nemen het mee. En als de meningen over de bezuinigingen te sterk verwoord worden, kapt een ander het zo af: „Ik wil jullie allemaal beschermen, dus laten we een ander onderwerp aansnijden.”

Het CDA van de toekomst, daar komen ze samen wel uit. Het CDA van vandaag is problematischer. Vraag André Sletering, de lokale voorzitter, naar wat hij denkt en hij wordt meteen fel. „Onze partij is gegijzeld”, zegt hij. „Dat stoort me.” Zijn partijgenoten in Den Haag kunnen wel zeggen dat ook de nieuwe constellatie prima werkt, maar „je ziet er de tegenzin vanaf”.

Sletering meldt uit zichzelf dat hij tegen de samenwerking met de PVV was; zoals CDA’ers nog steeds overal in het land kleur bekennen. Bijna twee jaar na dato speelt de verdeeldheid over de formatie nog steeds op. Wat nu alleen even anders is, is dat de tegenstemmers zich in hun gelijk bevestigd zien.

„Eenderde van ons zei dat we dit nooit hadden moeten doen”, zegt Kees Erken. „We hebben het toch gedaan. En kijk nu! Dom, dom, dom.”

Er klinkt afkeurend gemompel.

Erken, direct: „Laat me éven uitspreken. Natuurlijk moeten we loyaal zijn. Maar we hadden het nooit móéten doen, want we zijn niet meer geloofwaardig. Hoe moet Leers zijn beleid ooit verdedigen: ‘Dit moest van de PVV maar wij van het CDA denken daar heel anders over...?’ Dat gelooft toch geen mens.”

Wat steekt is dat „de meest redelijke PVV’er” – ze bedoelen Hero Brinkman – het CDA in een „politiek instabiele situatie” heeft gebracht. Waarmee de coalitie, vinden de Winterswijkers, alleen maar onredelijker overkomt.

Het is hun opgevallen dat fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma wel, en Wilders en Rutte niet willen praten over de nieuwe situatie – vandaag in het Catshuis. Maar hij had meer ruimte moeten scheppen, vinden ze in het kerkzaaltje. „Buma ging wel snel door de knieën, zeg”, volgens Will de Graaff.

Het CDA moest bij de formatie beloven zijn twee dissidenten binnenboord te houden, daar maakte Wilders toen een punt van. „Het is nu Wilders die een knieval moet maken. Buma had twee dagen mogen nemen voordat hij weer wilde praten.” Eerst even laten zweten dus.

Maar dan toch door. Want „het kabinet nu laten ploffen”, dat vinden de CDA’ers te eng. Daarvoor is de economie te fragiel – en de staat van de partij ook.

In een poging het twistgesprek een vriendelijker toon te geven, zoekt gespreksleider Mark de Groot dan maar naar een verschil met partner PVV. „In één partij is interne discussie in mindere mate mogelijk”, zegt hij. „Ik ben blij dat dat hier niet zo is.”

Aldus

We zijn een minderheidskabinet dat steeds kijkt of er steun is van een meerderheid in de Kamer. De ontwikkelingen van de PVV raken aan die meerderheid. Het is van belang dat we dat met elkaar bespreken in het Catshuis.

Vicepremier Maxime Verhagen (CDA)

Eerst moeten we met z’n drieën zien wat dit betekent. Wat ik moet weten, wat wij als coalitie moeten weten, is welke steun we hebben. Ik vind dat we dat overleg moeten hebben.

CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma