‘We tobben als in Woody’s beste dagen’

Drie roodharige actrices maken muziektheater over Woody Allen: „We zijn bewonderaars. Hij is niet alleen een held van de vorige generatie, hij is van alle tijden.”

Jolanda van den Berg, Janna Fassaert, Sytske van der Ster in de stijl van de Woody Allen-film Hannah and Her Sisters Foto Otto van den Toorn

Ze zijn allebei roodharig, de actrices Sytske van der Ster en Jolanda van den Berg. Daarom hadden ze het na een ontmoeting in het café algauw over de film Hannah and Her Sisters, en over hun gedeelde bewondering voor Woody Allen. Ze spraken af om ooit een muziektheatervoorstelling over Allen te maken, want zoiets bestond bij hun weten nog niet – ondanks het feit dat er vaak muziek in zijn films opklinkt. Van der Ster: „Maar ja, hoe gaan die dingen, dan komt het er niet van. Tot er bij Jolanda opeens een derde roodharige actrice kwam logeren, en dat was Janna Fassaert. Toen kon het niet meer wachten.”

Ze schreven een plan en meldden zich bij M-Lab in Amsterdam-Noord, het theater voor musicalvernieuwing. Het gevolg heet Who’s afraid of Woody Allen?, een compilatie van dialogen en andere teksten van de nu 76-jarige filmmaker, gecombineerd met populaire nummers uit de jaren dertig en veertig die Allen zelf ook vaak gebruikt. Samen met de acteurs Rein Hofman, Ad Knippels en Theo Nijland en de muzikanten Hubert-Jan Hubeek (klarinet) en Marc-Peter van Dijk (piano) brengen de drie een hommage aan Allens werk. Elk van hen vertolkt bovendien een type uit zijn films, inclusief de vaak door Allen zelf gespeelde hypochonder met midlifecrisis en uitspraken als: „Niet alleen is er geen God, maar probeer maar eens een loodgieter te krijgen in het weekend.”

Ze spelen geen kant-en-klare film na. Van der Ster: „We wilden niet iets bestaands kopiëren. Maar we hebben ook niet de illusie dat we zelf in staat zouden zijn een Woody Allen-stuk te schrijven. Zo werd het deze ode.” Ze schreef het script samen met Jolanda van den Berg en regisseur Erik van ’t Wout. Daarbij werd niet alleen uit de films geput, maar ook uit biografieën en interviews.

„De voorstelling duurt tachtig tot hooguit negentig minuten”, zegt Van ’t Wout. „Net als een Woody Allen-film. Langer mogen ze niet duren. Hij houdt zich daar altijd aan, dus wij doen het ook. In de openingsscène zit iedereen door elkaar te praten, want zo beginnen zijn films ook vaak – in een repetitiestudio, een restaurant. En dan hoor je af en toe een zinsnede, precies de woorden die je móét horen om in het verhaal te komen. De grappen zijn meestal geen vette dijenkletsers, maar meer om te gniffelen. Al was het maar uit angst om de volgende regel te missen. Toch komt er minstens één keer in de twee minuten een echt goeie grap voorbij. Dat niveau proberen wij ook te halen.”

Dat de drie actrices als beginnende dertigers geen generatiegenoten van Woody Allen zijn, blijkt hen niet te storen. „Woody Allen is van alle tijden”, zegt Sytske van der Ster. „Zijn werk gaat vaak over relaties, over de verhoudingen tussen mensen en de wrijving die daarbij kan ontstaan. Daarover wordt nu nog net zo veel getobd als toen Woody Allen nog jong was.”

M-Lab, Amsterdam, 21 t/m 26/3. Inl. m-lab.nl