‘We hebben weinig gemeen, dat helpt wel’

Klaartje Quirijns maakt vooral politieke documentaires. Ze verrast nu met een loepzuiver portret van Anton Corbijn. „Ik leerde de stilte te waarderen.”

Klaartje Quirijns: ,,Ik ben niet opgegroeid met posters van popsterren.” Foto NRC, Maurice Boyer

Twee nieuwe films tegelijk – niet veel Nederlandse documentairemakers kunnen dat zeggen. Het is toeval, zegt Klaartje Quirijns (44) in een café in Primrose Hill, het ‘Aerdenhout’ van Londen, waar ze woont met vriend en twee kinderen. „Ik doe altijd lang over films, drie, vier jaar. Ik denk dat de tijd die verstrijkt in een film, er een dimensie aan geeft.”

Peace versus Justice draait deze week een aantal malen op het Movies That Matter-festival, films rond het thema mensenrechten, in Den Haag. Het is een film rond Joseph Kony, van het Lords Resistance Army dat al twintig jaar verderf zaait in Noord-Oeganda en omstreken. Hij ontbeert de naïeve benadering van de video over Kony die nu zo populair is op YouTube, en aandringt op snelle berechting van de schurk.

„Eigenlijk gaat mijn film over miscommunicatie tussen het Westen en Afrika. Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag heeft Kony in 2005 in staat van beschuldiging gesteld. Dat ICC is een fantastische organisatie, met prachtige idealen. Maar de mensen in Oeganda zijn vaak niet enthousiast. Zij vinden dat het ICC de vredesonderhandelingen, en de terugkeer van hun kinderen uit de LRA in gevaar heeft gebracht. En er is een verschil in de normen voor gerechtigheid. Het ICC werkt volgens westerse normen – opsluiten en daarmee uitstoten van de veroordeelde. Maar Afrikaans rechtsbegrip is meer gericht op verzoening, op hoe je weer samen kunt leven.”

We zitten eigenlijk in deze pub voor een andere film. Anton Corbijn. Inside Out is een intiem portret van een internationaal gevierde Nederlandse fotograaf en filmregisseur. Quirijns heeft zich tot nu toe doen kennen als een zeer politieke filmmaker: The Brooklyn Connection uit 2005 gaat over een Albanees die vanuit New York de volksgenoten in Kosovo van wapens voorziet, The Dictator Hunter uit 2007 over een man die hemel en aarde beweegt om de voormalige dictator Hissène Habré voor de rechter te krijgen. Vanwaar de ommekeer naar een film over een kunstenaar?

„Toeval”, antwoordt ze. „Ik kende Anton al, omdat hij een tentoonstelling opende in de kunsthal waarvoor ik een video-installatie had gemaakt. Toen ik in 2007 uit New York naar Londen verhuisde heeft hij me hier een beetje wegwijs gemaakt en raakten we bevriend. Datzelfde jaar draaiden zijn speelfilm Control en mijn Dictator Hunter beide op het festival van Toronto. Op een gegeven moment zaten we, terug van een feest, in dezelfde limousine, omringd door modellen. Toen zei hij plotseling: ‘Ik zit hier niet om wat ik ben, maar om wat ik doe.’ Dat maakte me nieuwsgierig: wat voor zelfbeeld heeft zo’n man?”

Het resultaat – vier jaar later – is een portret van anderhalf uur waarin de filmmaker haar onderwerp onwaarschijnlijk nabij komt. Niks geen jetset. We maken kennis met Corbijns rechtzinnig-protestantse achtergrond in de Hoekse Waard, zijn eenzelvigheid in werk en leven, zijn gevoel altijd tekort te schieten, zijn bijna schuldig ogende ijver. We staan aan het graf van zijn vader, luisteren naar wat zijn zuster van hem vindt, en zien de fotograaf subtiel de vergissingen van zijn licht dementerende moeder corrigeren. We begrijpen de strenge uitgangspunten van zijn kunstenaarschap.

Hoe kom je zo dichtbij? „Ik had misschien het geluk dat ik Anton leerde kennen in een tijd toen hij nog niet gewend was om met de pers te praten”, denkt Quirijns. „Sinds zijn eerste speelfilm, Control, is hij wat dat betreft in een ander circuit terechtgekomen.” Dat je weinig gemeen hebt, kan een voordeel zijn: „Ik ben niet opgegroeid met posters van popmuzikanten op mijn kamer. Ik kende zijn wereld niet zo, en hij was van zijn kant wel nieuwsgierig naar de wereld van de politieke film. Hij leeft in een omgeving die soms in mijn ogen vluchtig is, terwijl hij dat persoonlijk helemaal niet is. Hij is iemand die nooit zo over zichzelf had nagedacht of wilde nadenken. Ik zocht met al mijn vragen naar de persoon die niet-oppervlakkig is, die diep wil graven. Hij kan dat als positief hebben ervaren, hoewel hij me ongetwijfeld soms te confronterend vond.”

Corbijn heeft de definitieve film nog niet gezien, vertelt Quirijns. In Berlijn – waar de film vorige maand op het filmfestival werd vertoond omdat Corbijn in de jury voor de Gouden Beer zat – was hij tijdens de première verhinderd. Hij heeft haar inhoudelijk geheel vrijgelaten, zegt Quirijns. „Hij heeft zich alleen bemoeid met de foto’s die te zien zijn, en dat lijkt me oké. Hij heeft me wel eens gezegd, dat hij vond dat ik te weinig oog had voor zijn humoristische, lichte kant.”

Maar daarnaar was ze niet op zoek. „Ik heb bij het draaien heel vaak gedacht: het wordt niks. Ik ben gewend dramatische conflicten te filmen, en Anton is een heel gelijkmatige figuur en wordt nooit boos. Of heel blij. Dus ik dacht: waar zit het drama, waar is de oorlog, de oorlog in zijn hoofd? Dat heb ik hem ook wel eens gezegd: er moet wel iets gebeuren, anders wordt het een heel oppervlakkige film. Met zijn moeder wilde hij zelf graag filmen, en dat gesprek is ook cruciaal voor mij geweest. Vaak kun je goed zien hoe iemand is wanneer hij bij zijn ouders is. Ikzelf kan dan wel eens mijn aangeleerde beschaving verliezen.” Maar in de scène met de moeder blijft zoiets uit. Een doorbraakmoment is eerder het gedeelte, waarin Corbijn in z’n eentje door een bos loopt. „Daar zegt hij plotseling dat fotografie uiteindelijk een heel oppervlakkig contact is, en dat hij het moeilijk vindt om diepgaand contact met mensen te hebben. Dat vond ik mooi.”

Ook qua achtergrond lagen de filmmaker en haar onderwerp mijlenver uit elkaar. „Zo’n gelovig, stabiel gezin als waaruit Anton komt, ken ik niet. Ik ben de tel kwijt hoe vaak mijn vader gescheiden is, en thuis praatten we nooit over religie – wel over politiek.” Haar reislust schrijft ze toe aan de invloed van haar vader die haar als kind meenam op zijn verre tochten. Ze heeft rechten gestudeerd maar werd al vlug filmmaker, aanvankelijk in Nederland voor VPRO- en NPS-programma’s.

Quirijns is inmiddels ook met fictie bezig: met hulp van een Amerikaanse scenarioschrijver moet The Dictator Hunter een speelfilm worden. Maar eerst staat er nog een korte film op het programma. „Ik wil mezelf ontwikkelen en ontdekken welke visuele taal ik in me heb. Als documentairemaker ben ik steeds sterk gericht geweest op het overbrengen van inhoud door praten. Misschien heb ik die uitdaging wel opgepikt van Anton: hoe je dingen in stilte kunt vertellen.”