Waarom de pot de ketel verwijt dat-ie zwart ziet

Chinezen zeggen: de soldaat die vijftig stappen is gevlucht, bespot de soldaat die honderd stappen is gevlucht. Portugezen zeggen: degene met gescheurde kleren bespot de naakten. Dat schrijven Amerikaanse en Israëlische psychologen in een artikel dat ze The Pot Calling the Kettle Black hebben genoemd, oftewel: de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet.

Zulke spreekwoorden komen in verschillende talen voor, betogen ze, omdat er een basaal psychologisch verschijnsel aan ten grondslag ligt: de neiging om anderen openlijk strenger te veroordelen nadat je zelf iets moreel verkeerds hebt gedaan.

De onderzoekers lieten hun proefpersonen (en dat waren niet louter studenten) nadenken over iets wat ze gedaan hadden, waar ze nu schaamte, spijt of schuld over voelden. Of ze lieten hen, in verschillende controlegroepen, denken over iets goeds of neutraals of vervelends, of over iets slechts wat een ánder gedaan had.

Alleen de proefpersonen die aan hun eigen slechte gedrag hadden gedacht, hanteerden daarna hogere morele standaarden voor anderen. Omdat ze dan bewust extra moeite deden om zich goed en eerlijk aan de wereld te presenteren, schrijven de psychologen.

Mensen deden dat alleen als ze dachten hun slechte gedrag verborgen te kunnen houden. Als het al out in the open was, deden ze geen moeite meer zichzelf als zeer moreel hoogstaand te presenteren.

Het artikel, met zes experimenten over wat de psychologen ‘ethische dissonantie’ noemen, werd vorige week online gezet in het Journal of Experimental Psychology: General.