Volgende afscheid

Er is weinig dat mij zo kan ontroeren als het optimisme van premier Rutte, het onverwoestbare zonnetje in het rijtjeshuis dat Nederland heet. Laten we allemaal een voorbeeld aan hem nemen, dan komt het vanzelf nog goed met ons.

Terwijl Hero Brinkman, handtastelijk drankorgel en gepatenteerd hoofddoekjeshater, zich gisteren liet vieren als de nieuwe Nederlandse verzetsheld tegen schreeuwend PVV-onrecht, gingen mijn gedachten al uit naar een nog gevaarlijkere aanslag op de geloofwaardigheid van het kabinet-Rutte.

We zijn een paar maanden verder en een verbijsterde Ferry Mingelen moet aan de premier vragen: „Meneer Rutte, wij horen nu net dat ook Geert Wilders uit de PVV is getreden. Betrouwbare PVV-bronnen melden ons dat hij per sms aan zijn fractie heeft laten weten: ‘Sorry, mensen, het gaat niet meer, jullie waren kanjers, hoje! Geert.’ Uw commentaar graag.”

Rutte: „Dat laatste verstond ik niet goed. Hoje?”

Mingelen: „Hoje is de Limburgse groet bij het afscheid.”

Rutte: „Ach ja. Laat ik het zo formuleren: áls dit nieuws op waarheid mocht berusten, dan kunnen we hier stellig spreken van een majeure gebeurtenis in de geschiedenis van de PVV. Niet meer en niet minder.”

Mingelen: „Wij mogen aannemen dat hiermee de basis aan de gedoogconstructie ontvalt?”

Rutte: „Hoe komt u erbij? De heer Wilders heeft zich weliswaar een uiterst betrouwbare partner getoond, een man die zijn verantwoordelijkheid nam in zware tijden, maar dat betekent nog niet dat wij alleen met hém verder zouden kunnen. Ik zag achter zijn rug al andere bewonderenswaardige politici verrijzen, ik denk aan een Martin Bosma…”

Mingelen: „Die heeft al laten weten dat hij zijn meester eventueel tot in de dood zal vergezellen.”

Rutte: „Jammer, want ik was zeer gehecht aan zijn stilistische inbreng, maar dan hebben we nog altijd een Sietse Fritsma, een uniek geluid in het integratiedebat, een caviavriend als Dion Graus en desnoods die rechtsdragende meneer, ik kom even niet op zijn naam, die zo loepzuiver brievenbussen kan opfrissen.”

Mingelen: „Maar meneer Rutte, in gemoede, daarmee kunt u toch niet een heel kabinet overeind houden?”

Rutte: „Beste man, waarom niet? Wat is het alternatief? Kijk om u heen, dit land wankelt, het is crisis, we staan aan de rand van een economische afgrond, en u wilt verkiezingen omdat er geen draagvlak meer zou zijn?”

Mingelen: „Zo noemen wij dat als er geen parlementaire meerderheid meer voor u is.”

Rutte: „Die heeft deze regering nooit gehad! Er verandert dus niks. Strikt genomen is er politiek niets aan de hand. Ik bagatelliseer niet wat er gebeurd is, maar we moeten het ook niet overdrijven: dit is vooral een ernstige zaak voor één partij. Niet meer en niet minder.”

Mingelen: „Heeft u nog een persoonlijke boodschap voor Wilders?”

Rutte: „Jazeker. Ik zou hem uit de grond van mijn hart willen bedanken voor al die mooie dagen die wij met elkaar, en natuurlijk met Maxime erbij, in het Torentje en het Catshuis mochten doorbrengen. Wij hebben soms gepassioneerd tegenover elkaar gestaan, maar het bleef altijd bij woorden. En geleidelijk groeide er door alles heen een kameraadschappelijkheid, een lotsverbondenheid ook, die…die…u moet mij nu even excuseren…die…”

Mingelen: „Tranen bij ú, meneer Rutte…”

Rutte: „Uit dankbaarheid, ja, niet meer en niet minder.”