Vanaf vandaag is alles anders voor het kabinet-Rutte

Met de PVV kun je tenminste zaken doen, zeiden VVD en CDA lange tijd. Maar Wilders is die troef nu kwijt. Rutte moet zich nu voortdurend afvragen: wat wil Brinkman?

NOVUM107:BRINKMAN STAPT OP:DEN HAAG;20MAR2012-Hero Brinkman gaf dinsdagmiddag tijdens een persconferentie in Nieuwspoort toelichting op zijn afscheid uit de PVV-fractie in de Tweede Kamer. Foto: Hero Brinkman zwaait vanuit de lift, na afloop van zijn persconferentie.Novum/bm/str.Bart Maat Novum BART MAAT

De coalitie van Mark Rutte brokkelt af waar hij bij staat. Het was al een lastige geboorte, omdat Kamerleden van het CDA zich al bij de formatie in 2010 tegen samenwerking met de PVV verzetten. Het vertrek van CDA’er Ab Klink redde toen de zaak. Rutte dreigde vleugellam te worden toen VVD, PVV en CDA begin 2011 geen meerderheid in de Eerste Kamer haalden. Toen redden de stille gedogers van de SGP de zaak. En nu, bijna een jaar later, heeft de premier door het vertrek van Hero Brinkman uit de PVV-fractie ook in de Tweede Kamer geen meerderheid meer.

Tegelijk moet hij in het Catshuis met nu twee instabiele coalitiepartners over bezuinigingen met historische omvang onderhandelen. Zoals een VVD’er het formuleerde toen het nieuws brak: „Lekker. Eerst was het het CDA, maar nu is ook de de PVV een probleem.” Iedereen op het Binnenhof voelde het. Vanaf vandaag is voor het minderheidskabinet alles anders.

Het heeft alle kenmerken van een reddeloze situatie. De analyse van Rutte? Er is gisteren in zijn ogen weinig veranderd. De premier ziet een „aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat voorstellen van het kabinet kunnen rekenen op een vruchtbare dialoog met de Tweede Kamer”. Ook in het verleden hebben VVD en CDA bij anderen dan de PVV moeten aankloppen. Dat zou nu ook wel lukken.

Coalitiepartner CDA bleek iets minder optimistisch dan de VVD. Volgens Sybrand van Haersma Buma, fractievoorzitter van het CDA, was er een goed gesprek nodig met VVD en PVV over de „nieuwe situatie”. Want voor de enorme bezuinigingen die de coalitie moet bedenken, „moeten we een meerderheid hebben in het parlement”. En die is er nu niet, concludeerde Van Haersma Buma. „Dat moeten wij ook in het Catshuis onder ogen zien.” Ook Geert Wilders deelde het laconieke oordeel van de VVD niet: „Het wordt allemaal niet makkelijker na vandaag.”

Het optimisme bij Rutte lijkt zo op het eerste gezicht meer de moed der (wan)hoop dan een rationele beschouwing van de ontstane situatie. Zeker wat betreft de vruchtbare dialoog met oppositiepartijen. Sommigen eisten gisteren al verkiezingen. In het debat gisteren leefden zij zich uit in kleurrijke metaforen. Diederik Samsom, net PvdA-leider: „De chaos binnen deze houtje-touwtjegedoogconstructie is compleet. Met joviale lach weggewuifd door Rutte.” D66-leider Alexander Pechtold: „De plakbandcoalitie hangt aan een zijden draadje. De gebruikelijke niets-aan-de-handglimlach van de premier is ongepast.”

Na de retoriek van gisteren blijft de vraag: hoe lang leeft dit kabinet nog? De krachten die het bij elkaar hielden, bestaan nog steeds. Ten eerste is daar de crisis, en de verantwoordelijkheid die VVD en CDA voelen om die te bestrijden. Daarnaast heeft elke partij een groot belang bij het voortbestaan van de coalitie: Rutte wil niet zijn eerste premierschap, en het eerste VVD-kabinet, zien mislukken. Het CDA staat laag in de peilingen en heeft geen leider om de verkiezingen mee in te gaan. Voor de PVV is dit de beste kans om de komende jaren invloed op het landbestuur uit te oefenen – en de broze interne eenheid te bewaren.

Brinkman lijkt voorlopig geen problemen te willen maken – hoewel hij zijn belofte het kabinet te blijven steunen met zoveel mitsen en maren omkleedde dat hij later nog alle kanten op kan. Gelukkig voor de coalitie blijkt de SGP tot nu toe ook een betrouwbare, zij het ‘stille’, gedoger. De twee mannen in de Tweede Kamer stemmen bijna altijd mee met de bezuinigingen. Zo gezien kan de premier nog op 77 zetels rekenen.

En zelfs als dat niet zo was, dan veranderde dat niets aan de situatie, zo probeerde VVD-fractievoorzitter Stef Blok gisteren de gemoederen te sussen. Hij maakte er gisteren een punt van dat alle partijen mochten meepraten over de uitkomsten van de Catshuis-bezuinigingen: „Dat is de essentie van democratie.” Maar dat is vooral de theorie van de democratie, en in de praktijk van dit kabinet een fictie. VVD, CDA en PVV geven elkaar nauwelijks ruimte om met oppositiepartijen samen te werken. En als het om bezuinigen gaat, is die ruimte er helemaal niet.

Ook nu is het ondenkbaar dat de coalitie met miljarden aan bezuinigingen komt en dan maar hoopt dat ze genoeg Kamerleden overtuigt voor een meerderheid. De kans op mislukken en de bijbehorende imagoschade is veel te groot. Dus zullen Rutte, Verhagen en Wilders met iemand van te voren afspraken maken.

Voor de hand liggen de SGP en natuurlijk Brinkman zelf. De SGP’ers zouden slechte politici zijn als ze deze toestand niet verzilveren. En dat zijn ze niet. Hoewel ze verstandig genoeg zijn om niet te overvragen, en zelfverzekerd genoeg om geen schriftelijke afspraken te eisen. Dat laatste zou ook voor de VVD lastig worden. Daar wordt al regelmatig gemopperd over de concessies die aan de liberale principes zijn gedaan om de steun van de orthodox-christelijk te behouden. Een formele samenwerking met de SGP zou hen te ver gaan.

Het grote probleem met Brinkman is dat hij emotioneel en onberekenbaar is. Dat liet hij gisteren weer zien, met zijn plotselinge vertrek. Brinkman putte zich gisteren uit in loyaliteitsverklaringen aan „het team van Rutte”, maar oppositiepartijen zullen dagelijks proberen de ex-PVV’er te dwingen afstand te nemen van de coalitie. Pechtold diende gisteren al moties in om Brinkman en de coalitie uit elkaar te spelen.

In het Catshuis zal Brinkman niet aanschuiven. Dat hoeft ook niet. De onderhandelaars zullen zich bij elke maatregel toch wel afvragen of de ex-PVV’er ermee kan leven.

Die vraag zal ook na de onderhandelingen bij de coalitie blijven hangen. Want Brinkmans positie is niet eenvoudig. Nu hij geen toekomst meer bij de PVV heeft, moet hij zijn politieke carrière op andere wijze veilig stellen. Hoe moeilijk dat als eenmansfractie is, kan hij aan Rita Verdonk vragen: ooit populairder dan Rutte, maar toen ze uit de VVD werd gegooid, bleef daar niets van over. Voor Brinkman is er één gegarandeerde manier om aandacht te trekken: niet meestemmen met de coalitie. De verleiding zal groot worden.

Belangrijker misschien voor de stabiliteit van de coalitie is dat Wilders zijn belangrijkste troef is kwijtgeraakt: zijn politieke betrouwbaarheid. VVD en CDA zeiden altijd, tegen ieder die het maar wilde horen: met Wilders kun je tenminste zaken doen. Maar de 24 zetels die hem zo waardevol maakten voor VVD en CDA heeft hij niet meer. Het is niet ondenkbaar dat Wilders hiervoor in het Catshuis een hoge prijs moet betalen. Een prijs die anderen in zijn fractie misschien te hoog vinden.

Het zijn allemaal krachten die de toekomst van de coalitie onzekerder maken. Hier en daar werd al gesuggereerd dat VVD en CDA zich daarvan ook bewust zijn, en daarom stiekem op weg zijn naar de uitgang. Dan heeft het uitgestraalde optimisme van de VVD een andere functie. Laat Wilders maar een tijdje sudderen in zijn eigen ongemak. Peuter zo veel mogelijk concessies bij hem los, als straf voor het verlies van Brinkman. Als hij dan breekt, krijgt Wilders de schuld – met bijbehorende electorale schade. Als Wilders toegeeft, is de PVV verder verzwakt, en is Mark Rutte de man die zich zelfs uit deze situatie wist te redden.

‘Het lid Brinkman’

De zetel. Daar zit hij dan, op een Kamerzetel tussen de CDA’ers. Hero Brinkman, het enige lid van de Tweede Kamerfractie ‘het lid Brinkman’, heeft een nieuwe plek in de vergaderzaal. CDA’er Sander de Rouwe kreeg op zijn beurt ook meteen een nieuwe plek: die zit nu in het PVV-vak.

De naam. Toen Geert Wilders in 2004 uit de VVD stapte, mocht hij zich nog ‘Groep Wilders’ noemen. Het woord groep is nu alleen nog toegestaan voor fracties van ten minste twee parlementariërs. Aangezien Kamerleden op persoonlijke titel in de Kamer worden gekozen, blijft Brinkman verzekerd van zijn plek. Een fractie kan een opstandig Kamerlid niet verplichten zijn zetel op te geven.

De beloning. Financieel gaat Brinkman er nét iets op vooruit. Elk Kamerlid krijgt een vergoeding van 7.311,65 euro per maand. Een fractievoorzitter, en Brinkman is dat nu, krijgt een toelage van 1 procent.

De spreektijd. Ook qua spreektijd wint hij. Eenmansfracties krijgen vaak evenveel spreektijd als veel andere fracties. Hij zal alleen wel langer moeten wachten dan hij tot nu toe gewend is: de kleinste fracties zijn bij de meeste debatten als laatste aan de beurt.

De werkkamer. Vanochtend zat Brinkman nog op kamer H434, tussen de andere PVV’ers. Dat verandert snel, dissidenten kunnen worden verhuisd – meestal naar een afgelegen plek. Rita Verdonk eindigde, toen ze de Tweede Kamerfractie ‘lid Verdonk’ vormde, op zolder.

En Noord-Holland? Brinkman is ook PVV-fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Noord- Holland. Of hij namens de PVV in de Staten blijft, is onduidelijk.

Aldus

Soms zijn dingen heel eenvoudig. Als een regering geen meerderheid heeft, is het tijd voor verkiezingen. Zo simpel kan het dus zijn.

Aldus

De gedoogconstructie is een instabiel bouwwerk, dat met de alleengang van Brinkman nog instabieler is geworden. Met deze plakband-coalitie moet Nederland volgens Rutte een zware economische crisis te lijf.