Toenadering tot Rusland over Syrië

Nieuwsanalyse

Omdat er geen andere optie is om de crisis in Syrië op te lossen, kiest het Westen in de Veiligheidsraad voor de diplomatieke weg – en toenadering tot Rusland.

Op zijn moeilijke missie als internationaal bemiddelaar voor Syrië kan Kofi Annan elke steun gebruiken. De VN-Veiligheidsraad staat op het punt hem die te geven. Na intensief diplomatiek overleg zijn de leden elkaar nu zover genaderd, dat ze gezamenlijk hun steun voor Annan kunnen uitspreken. Om steun van Rusland te krijgen heeft Frankrijk de tekst van de verklaring gisteren op een belangrijk punt afgezwakt.

Het gaat niet om een resolutie, die rechtskracht heeft, maar om een zwakkere, niet-bindende ‘verklaring van de voorzitter’. Daarin wordt steun uitgesproken voor de inspanningen van Annan om allereerst een eind te maken aan het escalerend geweld in Syrië en daarna via overleg tussen alle partijen een oplossing te vinden voor de crisis. Geschrapt werd een dreigement van „verdere stappen” als het Syrische bewind niet binnen zeven dagen met Annans plannen zou instemmen. Rusland liet doorschemeren later vandaag voor de verklaring te kunnen stemmen.

Een Amerikaanse regeringswoordvoerder juichte gisteren de „groeiende overeenstemming” in de Veiligheidsraad toe. In februari sprak Rusland net als China nog een veto uit over een Arabisch-westerse resolutie. Belangrijkste reden was dat deze, via steun voor het vredesplan van de Arabische Liga, opriep tot het onmiddellijke opstappen van de Syrische president Assad.

Rusland, dat Assad openlijk wapens levert, hamert erop dat de internationale gemeenschap geen partij mag kiezen in de strijd in Syrië. Het plan van Kofi Annan, voorzover dat bekend is, zegt in tegenstelling tot het Arabische plan niets over de toekomstige rol van Assad en zijn familie. De westerse en Arabische landen in de Veiligheidsraad zijn gisteren dus eerder naar het Russische standpunt opgeschoven dan omgekeerd.

Ze hebben niet veel andere keus. Behalve de bemiddeling van Koffi Annan zijn er geen realistische opties om de kwestie-Syrië op kortere termijn op te lossen. Daar zijn drie redenen voor.

Ten eerste zijn westerse en de meeste Arabische landen niet van plan gewapend in te grijpen. De Syrische situatie is veel complexer dan die in Libië, waar het Westen vorig jaar de rebellen al anderhalve maand na het begin van de opstand luchtsteun begon te geven. Syrië heeft ook een degelijke luchtafweer. Rusland onthield zich in de kwestie-Libië van stemming maar zou een soortgelijke resolutie over Syrië zeker blokkeren.

Ten tweede wil behalve Saoedi-Arabië en Qatar geen enkel land wapens geven aan de Syrische opstandelingen, omdat zij verdeeld zijn. En ze zijn nu ook nog beschuldigd van zware schendingen van de mensenrechten. In het Westen wordt men tegelijk nerveus van de groeiende verdeeldheid van de Syrische oppositie.

Ten slotte wil Assad uit zichzelf maar niet vallen. Integendeel. Eerst werden de opstandige wijk Baba Amro in Homs in het midden van het land en Idlib in het noordwesten ingenomen. En gisteren viel ook de oostelijke stad Deir es-Zor in handen van het zwaarbewapende regeringsleger.

De opstand gaat in andere delen van het land door, evenals de bloedige repressie door de autoriteiten, die volgens schattingen van de VN de afgelopen twaalf maanden ruim 8.000 burgers het leven heeft gekost. Maar militair is het regime er nu beter aan toe dan enkele maanden geleden.

Kofi Annan, die binnenkort opnieuw naar Damascus gaat, kreeg gisteren al steun van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Die leverde scherpere kritiek op Assad dan tot dusverre. „We geloven dat het Syrische leiderschap [..] heel veel fouten maakt”, zei hij op een Russisch radiostation. Ook sprak hij van een „toekomstige overgangsperiode” in Syrië. Maar oproepen tot Assads aftreden bleef hij als „onrealistisch” van de hand wijzen.