Technofeest wil net zo lage btw als sportschool

Bewegen op een technofeest „is een sport”. Morgen eist dance-organisator Herr Zimmerman voor de rechter hetzelfde verlaagde btw-tarief als sportscholen.

Waarom valt bewegen op een technofeest onder het hoge btw-tarief en bewegen in de sportschool onder het lage tarief? Mario Martinez, de organisator van de maandelijkse clubavond Herr Zimmerman, vindt het niet rechtvaardig. Hij heeft een rechtszaak aangespannen tegen de Belastingdienst. Sinds vorig jaar moet hij 19 procent btw afdragen over elk toegangskaartje dat hij verkoopt in plaats van 6 procent. Morgen staan de twee partijen voor de rechter in Den Haag.

Martinez (alias dj TanzMan) organiseert samen met zijn partner Linda Slagter (dj Fraulein Z) danceparty’s onder de naam Herr Zimmerman. Ze staan zelf achter de draaitafel en boeken ook andere dj’s die gelijksoortige muziek draaien, techno- en electromuziek van 125 tot 140 beats per muziek. „Muziek waar je vanzelf van gaat bewegen”, zegt Martinez.

Hun thuisbasis is Factory010 in Rotterdam, ook bekend als de Maassilo. Op 24 maart, twee dagen na de rechtszitting, staat er weer een party op het programma. Het thema is: ‘Dance Floor Fitness (Italian Style)’.

Hun feesten zijn minstens zo sportief als de zumba- en paaldanslessen die in sportscholen worden aangeboden, zegt Martinez. „Op een avond van Herr Zimmerman dansen mensen soms wel vijf, zes uur achter elkaar, terwijl een zumbales maar een uurtje duurt. Bij onze evenementen draait alles erom de mensen te laten bewegen op muziek. Bij andere feesten draait het soms meer om het decor en de shows.”

Voorheen betaalde Herr Zimmerman nog 6 procent btw, maar per 1 juli 2011 ging het tarief voor de kunstsector omhoog. Dansfeesten worden door de overheid beschouwd als kunstvorm, zo bleek. Sportscholen betalen nog steeds 6 procent.

Martinez en Slagter worden in de rechtszaak bijgestaan door KPMG Meijburg. Belastingadviseur Karim Hommen zal morgen ter ondersteuning van haar betoog onderzoek van TNO en Harvard aandragen, waarbij het calorieverbruik tijdens dansen op een feest wordt vergeleken met dat bij andere sportactiviteiten.

„In de wet staat dat bedrijven die gelegenheid geven tot sportbeoefening het verlaagde btw-tarief van 6 procent mogen toepassen”, zegt Hommen. „Wij vinden dat die bepaling ook voor Herr Zimmerman moet gelden.”

De vraag is welke redenering de rechter gaat volgen: die van Herr Zimmerman of die van het kabinet, dat in het besluit over de btw-verhoging heeft vastgelegd dat dansen geen sport is. Hommen: „Dat is een vreemde redenering. Veel sportscholen bieden groepslessen aan waarbij op muziek wordt bewogen. Neem zumba en Sh’Bam, dat wordt zowel in sportscholen beoefend als tijdens feesten.”

Er is wel een verschil: op feesten wordt meer alcohol geschonken dan in sportscholen. „Maar onze bezoekers komen om te dansen, niet om aan de bar te staan”, zegt Martinez. „Ze komen niet om te kletsen en te drinken. Dan zouden ze wel naar de kroeg gaan.”

Hommen vult aan: „Als mensen op een technofeest even pauze nemen tijdens het dansen wil dat niet zeggen dat er geen sprake is van sport. In een sportschool staan mensen ook niet continu te fitnessen. Het gaat erom dat Herr Zimmerman bezoekers de gelegenheid geeft om te bewegen. Als mensen daar geen gebruik van maken, doet dat niets af van de prestatie die Herr Zimmerman levert.”

De rechter zal over vier tot zes weken schriftelijk uitspraak doen.