Slachting zonder spoor van emotie

De Franse politie heeft een klopjacht geopend op de schutter die maandag een aanslag pleegde op een joodse school in Toulouse.

People cry before the funeral convoy carrying the coffins leaves the "Ozar Hatorah" Jewish school after a funeral ceremony, on March 20, 2012 in Toulouse, southwestern France, one day after the gun attack. The bodies of three French-Israeli children and a Jewish teacher killed in a gun attack began their journey Tuesday from the school where they died to their burial in Israel, an AFP reporter said. The bodies were due to be flown from Paris Charles de Gaulle airport later Tuesday for a funeral in Israel the next day. AFP PHOTO/PHILIPPE DESMAZES AFP

Correspondent Frankrijk

toulouse. Het is dinsdagochtend vijf over acht, exact 24 uur na de tragedie. Betty Rivière, directeur van het katholieke college Saint-Louis, staat haar 320 leerlingen op te wachten voor de schoolpoort. Een voor een wenst ze de kinderen goedemorgen. Soms is de krop in haar keel even hoorbaar, maar dan herstelt ze zich snel. Voor de kinderen. Op deze emotionele dag wil ze haar leerlingen vooral een geborgen gevoel geven. Het gevoel dat wat de vorige dag gebeurde hoogst uitzonderlijk is.

Haar college ligt op een steenworp afstand van het Joodse Ozar Hatorah, in de woonwijk Roseraie in het noorden van Toulouse. Daar werden gisteren twee jongens van 3 en 6, hun vader van 30 en een meisje van 10 in koelen bloede vermoord. „Veel ouders hier kennen de slachtoffers, of anders kennen ze wel iemand van de school. Het is een andere religie, maar het is dezelfde wijk. Onze wijk. Uiteraard zijn de ouders geschokt. En ongerust. Vandaag komen er bijna geen kinderen met de bus of de fiets. Ze worden gebracht door hun ouders. Begrijpelijk, maar we mogen de kinderen ook niet bang maken. Daarom hebben we gisteren al veel gepraat op school. Daar is duidelijk behoefte aan”, zegt de directeur.

Betty Rivière is waakzaam. Straks, tijdens de lesuren, gaat de poort op slot. Maar toch heeft ze liever geen agenten voor de deur. „Dat kan het gevoel van onveiligheid ook versterken. Tenzij de gemeente zegt dat het echt moet, heb ik dat toch liever niet. We moeten er ook een beetje op vertrouwen dat onze kinderen naar school kunnen zonder politiebegeleiding. Anders is het geen leven meer.”

Op tal van andere plekken in de stad is te zien wat Rivière bedoelt. Toulouse lijkt her en der wel een bezette stad. Minister van Binnenlandse Zaken Claude Guéant heeft 1.600 agenten van de oproerpolitie CRS naar de stad gestuurd, 200 rechercheurs zijn op zoek naar de moordenaar, de stadspolitie mag opnieuw zijn handwapen dragen op patrouille. Hier heerst terreuralarm. Hier heerst de hoogste waakzaamheid. Hier staan zwaarbewapende soldaten voor de ingang van het TGV-station.

’s Ochtends is de toegang tot de school Ozar Hatorah rigoureus afgesloten. Overal in de wijk zie je agenten in burger, druk bezig met het buurtonderzoek. Er is nog geen compositiefoto van de dader, maar de politie heeft wel tal van aanwijzingen. Een van de pistolen waarmee de vier maandagochtend werden vermoord, is hetzelfde als waarmee eerder drie soldaten werden vermoord, in Toulouse en het nabijgelegen Montauban. De scooter waarmee de dader zich voortbeweegt, is dezelfde en werd begin maart, enkele dagen voor de eerste moord op 11 maart, gestolen in Toulouse. Mogelijk heeft de moordenaar zijn daden gefilmd met een kleine camera die aan zijn jas zat, bleek vanochtend. Een getuige van de moord op de twee parachutisten vorige week donderdag in Montauban heeft de dader deels beschreven. De viervoudige moord van gisterochtend werd door de veiligheidscamera’s van de school gefilmd.

„Een verschrikking om te zien”, vertelt Nicole Yardeni maandagavond voor de school, waar tientallen mensen bijeen zijn om hun medeleven te betuigen. Yardeni is voorzitter van de plaatselijke afdeling van CRIF, de koepel van Joodse verenigingen. Zij bekeek de beelden in naam van de ouders, op zoek naar informatie. „Het zijn perverse beelden. Zo kil. Hij slacht hen af alsof het dieren zijn, zonder enig spoor van emotie. Hij wist heel goed wat hij deed. Onbegrijpelijk.” Omstanders horen haar verhaal zacht snikkend aan. Ze hebben bloemen en kaarsen neergelegd voor de schoolpoort. Er hangt een verslagen sfeer. Alsof er een loden mantel over de wijk is gelegd. Journalisten worden fluisterend te woord gestaan.

„Monsterlijk. Dat je weerloze kinderen zo maar neerschiet. Monsterlijk”, zegt Pierre, vader van e en tienerdochter op het internaat van Ozar Hatorah. Hij heeft haar vandaag gezien, getroost, ze hebben gepraat en gebeden. Ze mocht ook mee naar huis, maar ze wilde uiteindelijk liever haar verdriet verwerken met haar vriendinnen in de school, die niet de mogelijkheid hebben naar huis te gaan. „Als Jood leer je van jongsaf aan dat je het onderwerp kan zijn van haat. Maar dit! Dat je zo weinig respect hebt voor het leven dat je een kind van drie neerschiet. Monsterlijk”, herhaalt Pierre, terwijl hij nog even beschroomd naar zijn dochter wuift, die vanuit een open raam van het internaat het schouwspel in de anders zo rustige straat gadeslaat.

In de namiddag cirkelen de politiehelikopters nog boven Toulouse, terwijl de lichamen van de slachtoffers worden overgebracht naar Parijs. Die avond worden ze naar Israël gevlogen om te worden begraven. Intussen gaat de klopjacht op de meest gezochte man van Frankrijk onverminderd verder.