Senaat akkoord met minimumtarief zorg

Gemeenten moeten een minimumtarief voor de thuiszorg hanteren. De Eerste Kamer stemde gisteren in met een wetsvoorstel van de SP.

„Hierdoor hoeven vele duizenden thuiszorgmedewerkers niet meer tegen onredelijke lonen te werken”, zegt Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) die het plan in de senaat verdedigde. Met het wetsvoorstel wil de partij bereiken dat zorgaanbieders de nadruk leggen op een goede verzorging van mensen die thuis hulp nodig hebben, en niet op een zo laag mogelijke prijs. Sinds 2007, toen gemeenten thuiszorg moesten gaan aanbesteden, is er een sterke concurrentie ontstaan tussen thuiszorgaanbieders. Gemeenten betalen nu lage prijzen voor de thuiszorg, maar de arbeidsvoorwaarden van het personeel zijn daardoor onder druk komen te staan. Sommige thuiszorgmedewerkers zijn er 30 procent in loon op achteruitgegaan.

De coalitiefracties VVD en CDA steunden het SP-voorstel niet, gedoogpartner PVV wel. Met de PvdA, GroenLinks, 50PLUS, PvdD en OSF erbij behaalde de SP een meerderheid voor het plan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is tegen de wet omdat de prikkel voor zorgaanbieders om efficiënter te werken erdoor zou afnemen.

Voormalig SP-leider Agnes Kant diende in 2008 drie voorstellen in om de marktwerking in de thuiszorg terug te dringen. Nadat Kant de politiek verliet, ontfermde Leijten zich over die plannen. Over het voorstel om gemeenten niet langer te verplichten tot Europese aanbesteding in de thuiszorg, stemt de Eerste Kamer later. De senaat wil daar meer opheldering over omdat staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) meent dat het strijdig is met Europese regels.

De Eerste Kamer verwierp het plan geld voor de zorg zo te bestemmen zodat gemeenten het niet kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld lantaarnpalen of voor de aanleg van een metrolijn zoals in Amsterdam is gebeurd. Volgens een meerderheid in de Eerste Kamer zou dat de vrijheid van gemeenten te veel beperken.