Schots en scheve letters

Berlijn, drie uur ’s morgens. Samen met een goede vriend bezoek ik een weekend lang de meest veelbelovende internetbedrijven van de Duitse hoofdstad. Soundcloud, Readmill, Gidsy, dat werk. Nadat we tevergeefs een leger aan nerds hebben proberen af te troeven met een wedstrijd tequilashotjes, zoeken we onze slaapplek op. Terwijl de alcohol nog door mijn bloed giert, pak ik een notitieboekje om de belevenissen van die dag even snel op te schrijven. Dat doe ik nu al maanden, om later eens terug te lezen hoe ik ooit over Berlijn of nutteloze tequilawedstrijden dacht. Het is verbijsterend om te merken hoe snel ik dingen anders vergeet. Terwijl ik de laatste hand aan mijn tekst leg, met schots en scheve letters, valt hoongelach mij ten deel. „Gast, daar heb je een app voor”, aldus de vriend en hij laat Day One zien. Een, inderdaad, schitterend programma voor Apple-apparaten dat zo gebouwd is dat je er de hele dag snel even een gedachte kwijt kan. Alles wat je aan Day One toevertrouwt, slaat de app automatisch online op. Dat dagboek is een stuk veiliger dan mijn papieren variant. Als ik mijn notitieblokje kwijtraak, liggen mijn geheimen op straat. Als mijn huis affikt, gaan mijn herinneringen voorgoed in de vlammen mee.

Bovendien kan een app je herinneren aan het schrijven. Dat doet One Day-concurrent Ohlife heel slim. Deze service stuurt je elke dag rond acht uur een mailtje. Je hoeft alleen maar op reply te klikken om je ervaringen van die dag voor altijd vast te leggen. Toch kies ik voor papier. Ik heb OhLife maandenlang geprobeerd. Het werkte voor geen meter. Ik ram dagelijks honderden woorden uit mijn toetsenbord, maar als het om schijnbare futiele en persoonlijke gedachten draait, krijg ik niets op het scherm. Als ik er al een zin uit krijg, is mijn pavlov-reactie: redigeren. Op papier overkomt me dat niet. Nu kan ik een poging doen om een verklaring te zoeken, maar de New Yorkse schrijver Jennifer Egan (bekend van Bezoek van een knokploeg, 2011) heeft het ooit perfect verwoord: „I write by hand, because I’m trying to achieve a kind of thoughtless state, or an unconscious instinctive state. I’m not reading what I write when I wrote. […] Creating that way seems to generate the most interesting material for me.” Inderdaad! Op papier krabbel ik maar wat raak, rechtstreeks vanuit m’n gedachten. Twijfels en bekentenissen lijken op een scherm spijkerhard, op papier persoonlijk. Ik omarm de digitale revolutie bijna helemaal, maar geloof niet dat het scherm altijd het meest geschikte medium is. Soms is ouderwets gewoon een beetje beter.