Nep van spookreceptenschrijvers

Ik heb het me vaak afgevraagd. Hoe het in vredesnaam kon. Hoe hij het ’m flikte, die Jamie Oliver. Ieder jaar een kookboek, ieder jaar een tv-serie, ieder jaar een paar restaurants openen, wat ontspoorde jongeren op het rechte pad helpen, zelf een paar kinderen op de wereld zetten en zevenduizend keer op de foto

Ik heb het me vaak afgevraagd. Hoe het in vredesnaam kon. Hoe hij het ’m flikte, die Jamie Oliver. Ieder jaar een kookboek, ieder jaar een tv-serie, ieder jaar een paar restaurants openen, wat ontspoorde jongeren op het rechte pad helpen, zelf een paar kinderen op de wereld zetten en zevenduizend keer op de foto met je nonchalante kapsel. En dan zwijg ik nog maar even over de tijdschriften die moeten worden gevuld en de Jamie Oliver peper- en zoutstelletjes die ontworpen moeten worden.

Toch was ik ontgoocheld toen ik vorige week het artikel I was a cookbook ghostwriter uit The New York Times had gelezen. Daarin werd fijntjes uit de doeken gedaan hoe het nou zit, met die vrachtlading kookboeken van topkoks en beroemdheden als Gwyneth Paltrow, die iedere maand op de markt komt. Types als Oliver hebben een enorm team achter zich. En topkoks die een boek willen uitbrengen nemen simpelweg een spookschrijver in dienst. Want zo’n chef heeft natuurlijk helemaal geen tijd om zelf achter de laptop te gaan zitten. Die staat namelijk vijftien uur per dag in zijn keuken. Bovendien moeten de gerechten inzichtelijk en hanteerbaar gemaakt worden voor de amateurkok. En de gemiddelde chef kan helemaal niet goed uitleggen hoe hij een bepaalde vis precies fileert. Laat staan dat hij of zij dat in heldere taal kan opschrijven.

Tja, en zo’n Gwyneth Paltrow; wanneer moet die vrouw nou een kookboek schrijven? Die is toch veel te druk met trainen, filmen en het bijhouden van haar weblog vol macrobiotische wederwaardigheden en modetips? Bovendien is ze driekwart van het jaar op dieet. Dus als zij bedenkt om een pannacotta met limoncello te gaan maken, kan ze vervolgens niet eens zelf proeven hoe gruwelijk lekker hij is geworden. Moet ze daar ook een spook voor inhuren.

Leg de gelatineblaadjes 5 minuten in koud water. Doe de slagroom, de limoncello, wat citroenzeste en 1 afgestreken eetlepel basterdsuiker in een pan met dikke bodem. Snij het vanillestokje open, schraap de pitjes eruit en doe ze bij de room. Breng alles aan de kook en laat de room een paar minuten héél zachtjes koken. Haal de pan van het vuur, doe de uitgeknepen gelatineblaadjes erin en roer tot ze zijn opgelost. Verdeel het mengsel over vier mooie wijnglazen, dek die af met plasticfolie en zet ze een paar uur in de koelkast.

Doe de (ontdooide) frambozen plus vier eetlepels basterdsuiker en een kneepje citroensap in een pannetje en laat dit een kwartiertje zachtjes (in)koken tot een mooie, dikkige robijnrode massa. Laat afkoelen. Schep voor het serveren een laagje frambozenjam op de pannacotta en geef er eventueel nog een amandelkrul bij.

Pannacotta

3 gelatineblaadjes

4 dl slagroom

75 ml limoncello

witte basterdsuiker

½ vanillestokje

1 doosje frambozen uit de diepvries (250 g)