Morgen komen we de fabriek inspecteren

Chemiebedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid. Inspecteurs zijn er nauwelijks. En onverwacht langskomen doen ze al helemaal niet.

Redacteur Natuur & Milieu

Rotterdam. „Je bent als hond beter af dan als werknemer in een bedrijf met gevaarlijke stoffen”, zegt beleidsmedewerker Wim van Veelen van de FNV. Er lopen volgens hem straks meer animal cops in Nederland rond dan arbeidsinspecteurs. Nederland heeft volgens de vakbond het minste aantal inspecteurs, samen met België, van heel Europa.

Hoe kun je van zo’n land verwachten dat er niet regelmatig een ramp gebeurt bij bedrijven met gevaarlijke stoffen zoals Chemie-Pack? Ben Ale, hoogleraar rampenbestrijding aan de TU Delft, legt uit dat er de afgelopen twintig jaar fors is bezuinigd op „omvang en kwaliteit” van het toezicht. „Er zijn nog maar een paar goeie inspecteurs over.”

De inspecteurs hebben bovendien een andere taakopvatting. Ze kijken niet meer allereerst op de werkvloer of alle bouten en etiketten wel op de juiste plaats zijn aangebracht, nee, bedrijven moeten zelf zorgen voor een goed veiligheidssysteem. De inspecteur komt vervolgens langs, niet onverwacht, maar op afspraak, om te bekijken of dat systeem deugt.

In de praktijk krijgen bedrijven nauwelijks onverwacht controle, zo bleek onlangs uit een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over Chemie-Pack. Afspreken wanneer je komt, is handig omdat de juiste werknemers dan beschikbaar zijn en de benodigde papieren klaarliggen. Zulke meerdaagse bezoeken hebben als doel „het terugdringen van bureaucratie, verminderen van overheidsbemoeienis en regeldruk, en het beperken van toezichtslast voor bedrijven”, vat de Onderzoeksraad samen. Maar ja, wat deed Chemie-Pack volgens het rapport als de inspecteurs kwamen? Het vroeg eerst uitstel. En vervolgens: „Uit onderzoek is gebleken dat het bedrijf de tijd tussen de aankondiging en het inspectiebezoek gebruikte om onvergunde activiteiten te staken en te veel aanwezige gevaarlijke stoffen af te voeren.”

De brand bij Chemie-Pack bewijst volgens hoogleraar Ale opnieuw dat je veiligheid niet aan bedrijven kunt overlaten. Want „slechts 5 procent” van alle gevaarlijke bedrijven is volgens hoogleraar Ale in staat om een gedegen veiligheidssysteem op te zetten en te onderhouden. Grote bedrijven als Shell. Maar al die kleinere bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen? „Het is fictie om te denken dat die hun zaakjes op orde hebben.” Die hebben daar geen geld voor.

Je zou een heel ander soort inspecteurs moeten aanstellen. „Vroeger had je mensen die op hun vijftigste door Shell met pensioen werden gestuurd en die daarna nog een mooie carrière als inspecteur maakten. Die ervaren mensen lieten zich geen knollen voor citroenen verkopen.” Mensen die bereid zijn achter hun bureau vandaan te komen en op een zonnige middag eens op de fiets te stappen en bij bedrijven langs te gaan. „Op die manier werken, is beter dan lijstjes afvinken.”

Want hoe gaat dat: een bedrijf laat een risicoplan schrijven door een handig bureau dat het model daarvoor van internet plukt, en vervolgens staat dat plan in een kast bij het bedrijf. De inspecteur komt langs en controleert of dat plan inderdaad in de kast staat.

De realiteit is dat sommige bedrijven, zoals SE Fireworks in Enschede, etiketten van minder gevaarlijke stoffen plakken over etiketten met gevaarlijke stoffen, en daar kom je alleen achter als je zelf gaat kijken. Ale: „Wat je dus moet doen, is goeie inspecteurs aannemen. Dat kost wat minder dan een brand bij Chemie-Pack. Van die schade kun je een inspectie van tien man zeventig jaar op de been houden.”

Natuurlijk moet de maatschappij zelf maar uitmaken of men veiligheid belangrijk vindt. „Maar als we het kennelijk niet zo belangrijk vinden, zeg dat dan. Neem dan voor lief dat er elke paar jaar een bedrijf spectaculair afbrandt. En doe ook niet net alsof je met veel minder inspecteurs ineens betere inspecties uitvoert, door te spreken over die systeemcontroles. Dat zijn kletspraatjes.”

De Arbeidsinspectie, tegenwoordig Inspectie SZW geheten, herkent zich officieel niet in het beeld. „We kijken naar het veiligheidsbeheerssysteem: heeft het bedrijf de risico’s onder controle?”, aldus een woordvoerder. „En vervolgens kijken we via een ‘reality check’ of het ook werkt. Dat checken we bij bijvoorbeeld operators in de controlekamer.” Op het toezicht op de gevaarlijkste bedrijven wordt volgens de inspectie niet bezuinigd en „notoire overtreders” krijgen best vaak bezoek.