Levensgevaarlijke komkommers

Muzikant Otis Hornesby eet zijn dagelijkse haring op de Dappermarkt.

Als je nog een echte Amsterdammer in zijn oorspronkelijke habitat wilt zien, moet je in Amsterdam-Oost zijn. Tussen de hoofddoekjes, de Vietnamese loempia’s en de kroeshaarkapper heb je de meeste kans om een authentieke Amsterdamse enkeling te spotten. Ik heb het over de zeldzame niet naar Almere gevluchte diehards die hun café, nagelsalon of zonnebankcentrum nog altijd op de originele locatie zijn blijven bestieren.

Ik wist het ook niet, dacht net als iedereen dat er in Oost alleen maar schotelantennes woonden en dat er algemeen vervaagd Nederlands werd gesproken zonder lidwoorden. „Ben bij FEBO, je weet toch, naast Kruidvat.” Deze buurt is nog niet ingenomen door de importelite. Die van dat liedje „Bij ons in de Jordaan, waar de yuppen voor de ramen staan.” Je weet wel de mensen die het koffiehuis van tante Bep hebben beplakt met Spaanse tegels en er een tapasbar van hebben gemaakt.

Ik sta bij de groentenboer op de Dappermarkt in Oost, de komkommers zijn in de aanbieding. Een levensgevaarlijke bestelling voor een vrouw bij zo’n authentieke humor-op-straat-Amsterdamse-groenteboer. Ik ben niet zo bijdehand als het erop aankomt. Denk altijd achteraf: „Had ik dit maar gezegd.”

Voor mij staat een goedgebekte goudrinkelende zonnebankblondine, Marja van de koffiekar. Ik zie haar altijd achter een karretje met van die enorme aluminium koffiepompen over de markt schuiven. Hoewel op leeftijd vandaag in hotpants met maillot eronder. ‘Meid kan nog best!’ Twee komkommers in de hand. Even opletten hoe zij zich hieruit redt. Ze steekt de komkommers in de lucht en roept:

„Mag het! Mag het?!”

„Tja”, zegt de groenteboer aarzelend, „als je er maar geen gekke dingen mee doet!”

Meteen daaroverheen klinkt de doorrookte stem van de bloemenvrouw, ik ken haar van de sigarettenshop (twee Bastos zonder filter en vijf krasloten):

„Heb je ze ook in mijn maat?”

„Als-ie niet lekker zit effe schuin afsnijden, dat moet jij toch weten!”

Als iedereen is uitgelachen kijkt hij naar mij:

„En is het voor consumptie of is het voor spel?”

„Had dan gezegd dat je boodschappen voor je schoonmoeder doet, dat je niet wilt weten wat ze er allemaal mee uitspookt”, zegt Annie afwezig.

Ze staat verderop bij Bennie van de behaatjes in een bak bodemprijsbadpakken te graaien.

„Waterschade”, roept Bennie BH, „mag niet geruild.”

Annie houdt een badpak omhoog.

Bennie maakt schoolslagbewegingen, waarschijnlijk afgaand op haar lange rooie donkere krulhaar.

„Izzy for sjwimm sjwimm!” verduidelijkt hij.

Hoe lang zal het nog duren tot er hier allemaal bakfietsjes voor de deuren van de onder architectuur verbouwde appartementen staan, vraag ik mij af. En er op zaterdag Boerendappermarkt is waar men op niveau met een rieten mandje aan de arm vegetarische brandnetelkaas kan inslaan voor het weekend en men daarbij lege eierdozen kan inwisselen?

„Laat ik maar snel een foto van die gekleurde man maken die een haring staat te eten”, zegt Annie.

Straks zie je zoiets alleen nog in Almere.