‘Houden van’ als wedstrijd

“Ik hou meer van jou dan zij.” Beweringen als deze worden in de liefde soms gedaan. Maar kun je de intensiteit van iemands liefde werkelijk meten? Aan Stanford is het geprobeerd, met een heuse feel good movie als resultaat: The Love Competition. Het onderzoek heeft geen grote pretenties. Het idee is niet dat liefde nu

“Ik hou meer van jou dan zij.” Beweringen als deze worden in de liefde soms gedaan. Maar kun je de intensiteit van iemands liefde werkelijk meten? Aan Stanford is het geprobeerd, met een heuse feel good movie als resultaat: The Love Competition.

Het onderzoek heeft geen grote pretenties. Het idee is niet dat liefde nu definitief meetbaar is. Het initiatief komt niet eens uit de wetenschap maar van filmer Brent Hoff, tevens hoofdredacteur van het dvd-tijdschrift Wholphin. Hoff wilde zien hoe ver hij kon komen met liefde in wedstrijdverband. Vrij ver, zo blijkt.

(Vervolg tekst uit NRC na de video.)



Hij vond het Stanford Center for Neurobiological Imaging bereid te helpen. Kandidaten zouden gescand worden in een mri-apparaat, dat activiteit van hersengebieden in kaart brengt. Daarbij zouden ze moeten denken aan wat liefde voor hun betekende. Er werd een meetmethode ontworpen die een soort optelsom maakt van de activiteit van de boodschapperstoffen dopamine, serotonine, oxytocine en vasopressine, die emotionele processen reguleren. Deze methode is de facto een voorstel voor een definitie: wie de hoogste score haalde, werd uitgeroepen tot winnaar van de krachtmeting in de liefde.

Er werden zeven kandidaten opgetrommeld - we hebben het over een verkennend experiment, niet over een wereldkampioenschap. In de film stellen ze zich voor en leggen ze uit waaraan ze gaan denken in dat apparaat. Dat alleen al maakt The Love Competition de moeite waard, trouwens. Zo verklaart 10-jarige Milo (de enige minderjarige) dat hij bij gebrek aan ervaring in de echte liefde gaat denken aan zijn pasgeboren nichtje Ingrid.

Verbazingwekkend is hoe enthousiast de deelnemers naar buiten komen. De meerderheid is lyrisch over de ervaringen in de mri-machine, alsof die verantwoordelijk is voor de mooie gedachten die ze zelf hebben opgewekt.

Dat de test waarschijnlijk wel iets relevants meet, blijkt op twee manieren. In de eerste plaats uit de voorspelling van onderzoeksdirecteur Bob Dougherty van het lab, die een goed voorgevoel heeft over wie kansrijk is. In de tweede plaats, ironisch genoeg, uit de omstandigheden van de verliezer. Het zit niet in de film maar wel in het artikel dat Wired erover publiceerde: degene die na de analyse van de metingen op de laatste plaats eindigde is degene die vooraf te kennen gaf te zullen denken aan zijn kersverse ex-vriendin. Bij het verlaten van het mri-apparaat liet hij weten dat hij tot de conclusie was gekomen eroverheen te zijn. Vind je het gek dat je dan laatste wordt. Ook hij verliet in grote blijdschap het laboratorium.

Een tevreden winnaar, een gelukkige verliezer, en ook de tweede prijs zal bij de kijkers thuis op grote instemming kunnen rekenen. Een film, kortom, om een prima humeur aan over te houden. Houden van, voor je het weet is het een Olympische sport.