Hongaarse arts moet bijklussen om rond te komen

Hongaarse artsen gaan meer verdienen, kregen ze gisteren te horen. Hun loon is zo karig dat ze massaal emigreren. De crisis in de Hongaarse zorg is groot, zegt dokter Papps.

boedapest. - Een groot deel van Magor Papps (33) vroegere studiegenoten neemt eens per maand het vliegtuig naar Groot-Brittannië of Ierland. ,,In een midweek of lang weekend verdien je daar twee tot drie Hongaarse maandsalarissen”, zegt Papp, die bijna klaar is met zijn specialisatie tot huisarts. „Een anesthesioloog kan zo aan de slag.”

Hongaarse artsen zijn in Europa gewild, de opleidingen staan hoog aangeschreven. De salarissen zijn in eigen land zo laag, dat jonge artsen massaal uitwijken naar het buitenland. In 2011 vertrokken er 1200.

Papp werkt voor vierhonderd euro per maand fulltime als huisarts in opleiding vanuit een gezondheidscentrum in Boedapest. Een nacht per week verdient hij bij op de ambulance, voor een tientje per uur. Om de huur te betalen. Er zijn op dit moment legio mogelijkheden voor achterblijvers om met een tweede baan bij te verdienen. „Je hebt alleen geen tijd voor een privéleven.”

Toen de uittocht van medisch personeel ongeveer tien jaar geleden langzaam op gang kwam, gingen nog geen alarmbellen rinkelen. Er waren toch meer artsen en verplegers dan banen. Die tijd is voorbij. Het aantal afgestudeerden, 800 per jaar, is op het moment ongeveer gelijk aan het aantal artsen dat met pensioen gaat of overlijdt. Wachttijden voor niet urgente problemen lopen op in de staatsziekenhuizen. Patiënten met geld kiezen voor privézorg.

Als jonge arts heb je een paar mogelijkheden om het vol te houden, somt Papp zakelijk op. Je gaat naar het buitenland, probeert een aanstelling in een privéziekenhuis te krijgen, neemt een tweede baan. Of, hij wil het liever niet uitspreken, je wordt corrupt.

Structurele hervormingen in de zorg, inclusief hogere vergoedingen voor artsen, zorgden voor hoogoplopende politieke conflicten en zijn door opeenvolgende Hongaarse regeringen steeds uitgesteld. Dat komt deels door wat Hongaren ‘het kleine deurtje’ noemen. Op papier is de gezondheidszorg gratis voor iedereen en verdienen artsen een schijntje.

In de praktijk gaat niettemin veel geld om. Artsen die ‘onder de tafel’ goed verdienen hebben geen behoefte aan verandering. Wie een operatie nodig heeft, doet een belronde onder vrienden om erachter te komen wat de koers van een arts is. Die informele prijslijst hangt samen met wat anderen hem betalen, met zijn reputatie. Maar ook met de complexiteit van de ingreep, je eigen inkomen en eventueel met de extra wensen, zoals een eigen kamer of een hogere plaats op een wachtlijst.

Het is een onderwerp waar in het openbaar weinig over wordt gepraat. De transacties gaan discreet. Een gevulde envelop verdwijnt in de zak van een doktershesje. Die zakken zijn groot en ruim, alsof de werkkleding is ontworpen om het informele systeem te faciliteren.

Papp lijkt zich een beetje ongemakkelijk te voelen bij het onderwerp. „Ongeveer twintig procent van de artsen verdient veel”, zegt hij. Maar co-assistenten niet. Verpleegsters niet. De ‘professoren’ wel, want patiënten hebben er geld voor over om een zo hoog mogelijk opgeleide arts te zien.

Hervorming van de gezondheidszorg in Hongarije is dringend noodzakelijk, maar ook een politiek beladen thema. Geld om artsen meer te betalen is er niet zonder meer. De Hongaarse regering moet voor half juni aan de Europese Commissie laten zien dat ze het begrotingstekort de komende jaren rond of onder de drie procent weet te houden, anders wordt bijna een half miljard aan EU-subsidie ingehouden wegens structurele overschrijdingen van de Maastricht-criteria.

De ‘21ste-eeuwse oplossing’ voor de Hongaarse gezondheidszorg hoeft volgens Papp niet meer te kosten. Te veel geld gaat nu op aan het in stand houden van inefficiënte en niet gespecialiseerde ziekenhuizen in de regio. „Minder gebouwen, beter betaald personeel”, vat hij samen. „Het moét, anders gaan we allemaal weg.”