Hier geen Spelen

Het RTL Nieuws van half acht van afgelopen maandag had een fascinerend onderwerp. Grote stapels documenten werden vertoond. Daaruit werden blaadjes getrokken waarvan de tekst grotendeels was zwart gemaakt, maar niet zwart genoeg. De nieuwsdienst van de omroep had de geheimen weten te ontcijferen die gisteren ook in deze krant zijn gepubliceerd. Op de buitgemaakte stukken staan allerlei bijzonderheden over de Olympische Spelen die Nederland voor 2028 wil ‘binnenhalen’. Zo zullen de organisatiekosten kunnen oplopen tot 8 miljard euro. Denk aan de bouw van stadions en hotels en verbetering van de infrastructuur.

Door dit mondiale giga-evenement wordt Nederland weer stevig op de kaart gezet, zoals het in het jargon heeft, maar toch – volgens de virtuele eindtelling zullen we er 1,8 miljard euro op toeleggen. Niettemin is er al 190 miljoen euro in geïnvesteerd, in haalbaarheidsstudies, dienstreizen en wat er verder bij zo’n plan komt kijken.

Waarom deze geweldige geheimhouding? Voelt minister Schippers (Sport, VVD) zich in deze tijd van crisis een beetje schuldig over deze investeringen in een gebeurtenis die zich zal voltrekken over zestien jaar, waarbij het hoogst onzeker is of dat in Nederland zal zijn?

Ik kan het me voorstellen. Zestien jaar geleden werden de Spelen gehouden in Atlanta, Georgia. In Joegoslavië woedden de burgeroorlogen, maar in de sportieve wereld was het een relatief rustige tijd. We leefden in de roaring nineties, met de welvaart waarvan economen verwachtten dat ze eeuwig zou blijven groeien en nog meer zegeningen. Aan het einde van de eeuw barstte de zeepbel van internet. Met de verwoesting van het World Trade Center in New York brak in 2001 de nieuwste tijd definitief aan.

Het Olympische vuur was evenwel niet geblust. In 2004 was Athene aan de beurt. Daaraan heeft deze stad zijn uitstekende vliegveld te danken, een geweldig stadion en een net van hypermoderne snelwegen. Misschien hebben al deze investeringen bijgedragen tot de economische misère die het land teistert en waarvan we in heel Europa last hebben. Van de Spelen die in 2008 in Peking werden gehouden, hebben we niet veel gemerkt en de Chinezen evenmin. Nu staat het sportfestijn in Londen voor de deur. De stad wordt min of meer verbouwd. Ten koste van 700 miljoen euro zullen elf politiekorpsen de veiligheid van sporters en het publiek proberen te garanderen.

In theorie doen we nog altijd alsof er niet veel is veranderd sinds de grondlegger van de moderne Spelen, Pierre de Coubertin. Omstreeks 1890 heeft hij de olympische gedachte geformuleerd – een harmonieuze ontwikkeling van lichaam en geest, het stimuleren van edelmoedigheid en ridderlijkheid en de bevordering van vriendschap tussen de volken. Dit was al in de jaren dertig te veel gevraagd. In 1936 werden de Spelen in Berlijn gepolitiseerd door de nazi’s. Voor het eerst werden stimulerende middelen gebruikt. Leni Riefenstahl maakte een propagandafilm, Olympia. Misschien is toen de vervreemding begonnen van Coubertins edele beginselen.

Intussen heeft de massaal georganiseerde sport een heel andere maatschappelijke functie gekregen. Soms krijg je de indruk dat het een profane vorm van godsdienst is, waarbij hier vooral in het voetbal de sektes, vermomd als clubs, elke zaterdag of zondag in de stadions hun haatsessies houden. Nee, zegt de ware liefhebber, dat zijn de hooligans, die moet je niet verwarren met de ware liefhebbers – maar ook zij kunnen zich gedragen als sektariërs. Die indruk krijg je althans als je bijvoorbeeld de strijd hebt gevolgd tussen de heilige Louis van Gaal en de heilige Johan Cruijff, maar goed, daar wordt niemand objectief kwaad mee gedaan.

Dan een ander hoofdstuk: sport en commercie. Ik weet niet precies wat een stervoetballer kan verdienen en ik volg niet welke transfersommen er worden betaald voor grote talenten, maar ik herinner me astronomische bedragen. In de Verenigde Staten werd tijdens het presidentschap van Dwight Eisenhower het militair-industrieel complex ontdekt. Zo vermoed ik dat er ook een sportief-commercieel complex bestaat, een subcultuur met verborgen verbindingen tussen clubbestuurders, zakelijke belangen, trainers, spelers en misschien wel publicitaire belangen. Wat we in deze tijd topsport noemen, is een enorm en ingewikkeld conglomeraat dat zich een zelfstandige functie in de samenleving heeft verworven.

Omdat ‘het volk’, de grote massa der liefhebbers en clubgetrouwen, elke week weer toont hoe nauw het met dit conglomeraat is verbonden, is sport ook politiek – een regeringszaak. Kort gezegd: vandaar dat een regering haar uiterste best zal doen een evenement als de Olympische Spelen ‘binnen te halen’.

Als dat gelukt is, dient zich een ander aspect aan van deze tijd: de openbare veiligheid. Massale sportfestijnen zijn een gezochte gelegenheid voor terroristen, monomanen en het in deze tijd steeds rijker wordende assortiment van halvegaren om zich te laten gelden – vandaar de totale mobilisatie van de Londense politie.

Zo dreigt onze regering het slachtoffer te worden van twee stromingen: het grote verlangen van de massa naar het sportspektakel en wat daar in vreedzame zin bij hoort (het vuvuzelablazen), en het toenemend redeloos geweld. Dit alles gaat ten koste van miljarden euro’s. Daarom: hier geen Olympische Spelen. We hebben nog altijd onze televisie.