Gezocht: baken in de polder ‘SER gaat zeker comeback maken’ ‘Zoek de agenda voor de toekomst’ ‘Maak van de SER een denktank’ ‘Impasse is schuld van werkgevers’

Het vertrek van Rinnooy Kan leidt tot twijfel of hét overlegorgaan van de polder nog wel toekomst heeft. Wie wil de SER redden? De profielschets:

Klaas de Vries Foto PvdA

Hallo? Is daar nog iemand?

Vraag ingewijden wie er voorzitter moet wordenvan de Sociaal-Economische Raad (SER) en bij velen blijft het even stil. Snel klinkt de wedervraag: zou je dat nu wel moeten willen? Gisteren zei Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, in deze krant van niet. Hij zou het zelfs niet van iemand willen vrágen.

De SER verkeert volgens Van Kesteren al jaren in een impasse. Het onvermogen van het adviesorgaan is ten volle aan het licht gekomen. De SER kent twee voorname pijlers, de grootste vakcentrale FNV en de grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW. De FNV kampt met een interne ruzie. En nu vraagt VNO-NCW zich hardop af of de SER nog wel zin heeft. In zeven jaar is er geen belangrijk advies uit de SER gekomen, aldus Van Kesteren.

Toch zeggen die polderingewijden ook allemaal: als de SER nog zou functioneren, zou dat een zegen zijn voor Nederland. Zeker op dit moment, nu de economie kwakkelt en de politiek over veel hervormingen verdeeld lijkt. Nederland liep voorop met modernisering van arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Nu loopt het achterop. Duitsland doet het veel beter.

Veel vernieuwende wetgeving werd voorgekookt in de achterkamertjes van de SER, zeggen polderveteranen. Daar konden vakbondsbestuurders en directeuren van bedrijven elkaar diep in de ogen kijken, alle grenzen van hun toegeeflijkheid verkennen. Zonder pottenkijkers maar met hulp van de onafhankelijke kroonleden in de SER, vaak hoogleraren en wetenschappers. Het nieuwe zorgstelsel, de hervormingen in de sociale zekerheid (in de WW en de WAO bijvoorbeeld), de Flexwet – aan al die wijzigingen gingen adviezen van de SER vooraf.

In deze analyse zit enige borstklopperij. Al vanaf de jaren zeventig krijgt de SER het verwijt van stroperigheid. Uit de compromissen komen ook veel niksige adviezen. Dikke rapporten, die in de onderste laatjes van de bureaus van politici verdwijnen. Bovendien kent Nederland meer belanghebbenden dan alleen werkgevers en werknemers. Het primaat ligt bij de politiek: díe moet sociaal-economisch beleid bedenken en maken.

De SER is sinds de oprichting in 1950 vaak doodverklaard. Ervaren polderaars weten: de SER komt altijd terug. Het is als eb en vloed. Dan is de SER weer uit, dan weer in.

De SER is namelijk niet zomaar een adviesorgaan, zo vertelt vertrekkend voorzitter Alexander Rinnooy Kan de afgelopen zes jaar onvermoeibaar. De SER is leverancier van draagvlak. Als de SER het eens wordt over een controversiële ingreep in sociale regelingen, dan weet een kabinet zich verzekerd van de steun van werkgevers en werknemers. En staan er geen 100.000 man te protesteren op het Malieveld in Den Haag.

Zo’n SER-deal is moeilijk is af te slaan. Het voorkomt de bittere kritiek op het kabinet die werkgevers en werknemers nu uiten op de nieuwe bijstand, de Wet Werken Naar Vermogen.

Of de SER functioneert en dus invloedrijk is, hangt af van de bereidheid van werkgevers en werknemers om concessies te doen, om in te leveren. En van de bereidheid van het kabinet om naar de SER te luisteren. In beide gevallen is die bereidheid momenteel nul. Volgens FNV-voorzitter Agnes Jongerius heeft de SER het kabinet herhaaldelijk aangeboden een advies uit te brengen over de Wet Werken Naar Vermogen. SER-lid Ferdinand Grapperhaus, partner bij advocatenkantoor Alan&Overy: „We zijn vorig jaar februari bij het kabinet langsgegaan: vraag ons om advies. Dat heeft het kabinet niet opgepakt.”

De vakbeweging krijgt vaak de schuld van de impasse, maar het kabinet heeft niet veel met de polder (gedoogpartner PVV koestert openlijk weerzin) en werkgevers maken gretig gebruik van hun machtspositie.

Soms krijg je de indruk dat werkgeversvoormannen naar de ruzie binnen de vakbeweging kijken als een kat die nog een tijdje geamuseerd de doodstrijd van de net gevangen muis aanziet. Al zal VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes dat ten stelligste ontkennen. Hij heeft het liefst een sterke vakbeweging, want daar kan hij zaken mee doen.

Maar werkgevers doen rechtstreeks zaken met het kabinet en dan hebben ze de SER niet nodig. Zij vinden een belangenbehartiger in het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Ook zonder compromissen in de SER verandert de economie in hun voordeel.

Het ontslagrecht mag formeel niet versoepeld zijn (door een impasse in de SER én in de politiek), bedrijven kunnen hun personeelsbestand inmiddels prima laten mee-ademen met de conjunctuur. Door de open grenzen binnen de Europese Unie is er aan personeel voor flexwerk geen gebrek. Leve de Pool.

Voor de vakbeweging is het guur in Den Haag en in de maatschappij. Ze verliezen leden. Op het voormalige ‘vakbondsministerie’ van Sociale Zaken regeren nu twee VVD’ers.

De opstandige bonden in de FNV, en ook die in kleinere vakcentrale CNV, hebben het gevoel alleen op de eigen helft te mogen voetballen, in de woorden van Han Noten, bemiddelaar binnen die FNV. Ze mogen wel inleveren, maar niks eisen.

De enige keuze van deze opponenten is: meewerken aan verslechtering van de sociale zekerheid en vermindering van andere werknemersrechten. Waarom zou je dan nog polderen?

Gematigden als CNV-voorzitter Jaap Smit zeggen: die ‘verslechtering’ komt er sowieso. Probeer er nog wat uit te slepen. Maar niet alleen het centraal overleg tussen werkgevers en werknemers ligt inmiddels stil, ook de tafels waaraan in bedrijfstakken en ondernemingen over arbeidsvoorwaarden (cao’s) wordt onderhandeld blijven vaker dan voorheen leeg.

Temidden van deze crisis zoekt hét polderinstituut bij uitstek een nieuwe voorzitter. Eentje die goed ligt bij iedereen, boven de polder uit weet te stijgen en overeenstemming weet te kweken over onderwerpen die de sociale partners diep verdelen. Het lijkt bijna een onmogelijke klus. Zelfs toppolderaars Herman Wijffels en Rinnooy Kan liepen tijdens hun SER-voorzitterschap tegen muren op. Aan de andere kant, er kan zomaar een nieuw kabinet aantreden, dat de polder en de vakbeweging goedgezind is. Dan kan de SER plots weer hard nodig blijken.