Gewoon jezelf zijn is dus geen optie

The Hunger Games. Regie: Jennifer Lawrence, Josh Hutcherson, Woody Harrelson, Stanley Tucci. In: 101 bioscopen

„Als ik sterf, wil ik nog wel mezelf zijn.”

„Ik kan me niet veroorloven zo te denken.”

In deze conversatie tussen heldin Katniss (Jennifer Lawrence) en haar sidekick Peeta (Josh Hutcherson) ligt de kern van The Hunger Games besloten. Waarom deze trilogie tienerboeken na Harry Potter en Twillight de wereld veroverde. En waarom ze gefundenes Fressen voor cultuursociologen worden.

Suzanne Collins, de mediaschuwe schrijver van de trilogie, zit net als collega Rowling van Harry Potter bovenop de verfilming. Zij speelde leentjebuur bij het Japanse Battle Royale, een boek en film (uit 1999) waarin een defaitistisch en vergrijsd Japan scholieren disciplineert door ze op een eiland te laten vechten tot er één over is. Ging dat over de vraag wie je bent als het gaat om leven en dood, The Hunger Games behandelt iets heel anders: identiteit in een mediacratie.

In The Hunger Games is Noord-Amerika na milieurampen verworden tot de dictatuur Panem: arme, achterlijke districten in Depressiekleding onder de duim van een decadent, technologisch geavanceerd Capitool. De Hongerspelen zijn entertainment en intimidatie ineen. Elk jaar kiest het lot uit elk district twee ‘tributen’: een meisje en een jongen van 12 tot 18 jaar. Zij vechten tot er één overblijft in een realityshow die Idols combineert met gladiatorenspelen. Behalve vechten moet je in smaak vallen: rijke sponsors kunnen je helpen in de arena.

Heldin Katniss Everdeen uit het arme 12e District neemt de plaats in van haar zusje Prim wanneer die wordt ingeloot: als geoefend jager heeft zij overlevingskansen. Katniss, vroegwijs, taai én zorgzaam, wordt knap vertolkt door Jennifer Lawrence, die in Winter's Bone en The Burning Plain ook te vroeg volwassen meisjes speelde. Met dank aan veteranen als Woody Harrelson, Donald Sutherland en Stanley Tucci, als tv-gastheer Flickerman een onweerstaanbaar reptiel, wordt de lange inleiding tot het bloedvergieten zowaar het beste deel van de film. De verrukkelijke art direction, een mix van fascistische grandeur, antiseptisch Appledesign en neo-Victoriaanse Steampunk, helpt eveneens.

Maar echt boeiend is de ondertoon van media-angst en fatalisme. Katniss acht een kijkersboycot van de Hongerspelen uitgesloten: de verdorven show is verslavend entertainment en rebellie geen optie. Dus gehoorzaamt ze gedwee haar decadente mentors en stilisten tot ze zelf niet meer weet of een gevoel echt is of een nuttige overlevingstrategie.

Zo is The Hunger Games een uitvergroting van de adolescentenobsessie met populariteit en authenticiteit. Hoe val ik in smaak zonder mijn ziel te verkopen? Met ‘gewoon jezelf zijn’ kom je in deze onbarmhartige wereld niet meer weg. „Ik kan me niet veroorloven zo te denken”, zegt Katniss.

Wie opgroeide met GeenStijl, Facebook en YouTube zal haar dat nazeggen. Zo simpel ligt het niet nu je jury overal is.