Freek & Eddy op avontuur

Ik ben een liefhebber van natuurprogramma’s: ik mag graag mensen volgen die besluiten in een grot te gaan leven, of die de bossen van Nieuw-Zeeland intrekken om ’s werelds meest oversekste looppapegaai te bekijken.

Toch is er één onderdeel van natuurprogramma’s dat me nogal ridicuul voorkomt – als de avonturiers zelf gaan benadrukken hoe verschrikkelijk gevaarlijk het allemaal wel niet is. „Ik loop nu dwars door de wildernis van Alaska”, krijg je dan. „Er zijn hier echt o-ve-ral beren. En je weet het met beren: niet te vertrouwen. Eén slag met z’n poot volstaat, dan is zo mijn halve gezicht eraf. Zie je die bosjes daar? Daar zouden zomaar beren in kunnen zitten. Dit is dus echt ontzettend gevaarlijk.”

Ik neem aan dat zo’n man hoopt op het ontzag en medeleven van zijn kijkers. Dat hij zich voorstelt hoe ik handenwringend op de bank zit en denk: „Och, och, die dappere man, zomaar tussen al die beren, als dat maar goed gaat!”

De realiteit is uiteraard dat ik op de bank zit en naar de tv roep: „Hee, van míj hoefde je er niet naartoe hoor! Je had ook gewoon lekker thuis kunnen blijven en nachos met gesmolten kaas kunnen eten! Je wilde dit zelf!” Als de beste man inderdaad gruwelijk uiteengereten was, had ik het al zeven maanden geleden op nu.nl gelezen en was deze uitzending er nooit gekomen.

Afgelopen zondag zag ik de National Geographic-documentaire Loslopend Wild, die vanavond herhaald zal worden. Hierin gaan bioloog Freek Vonk en presentator Eddy Zoëy samen in Suriname op zoek naar een anaconda.

Ook hier willen de mannen graag duidelijk maken dat het allemaal niet zonder risico is: „Het is linke soep”, verklaart Freek. „Een anaconda is sterk en heeft tanden die een beetje naar achteren buigen. Echt linke soep.” Zij hebben echter een prachtige verklaring waarom zij deze gevaren tóch zullen doorstaan: het is allemaal voor de wetenschap. Freek Vonk wil de anaconda bloed afnemen om te zien of het antibiotische stoffen bevat.

Waar je eerst nog denkt: „ah, oké, nobel”, begin je al snel te twijfelen. Hoewel het idee van de documentaire iets moet zijn als ‘Eddy en Freek zijn in Suriname omdat dit van groot belang is voor de medische wereld’, gaat het eigenlijk om ‘Eddy en Freek zijn in Suriname en WHOEHOE ER ZITTEN HIER GROTE BEESTEN JONGEN!’ Eddy Zoëy hengelt een piranha omhoog en Freek Vonk lijkt voornamelijk graag op dingen te willen duiken: zodra ergens de kop van een kaaiman zichtbaar is, werpt hij zich met zijn armen en benen gespreid uit de boot op het dier. Het avontuur eindigt met de vondst van een anaconda: ze proberen het beest moeizaam aan zijn staart uit de bosjes te trekken, maar het lukt niet. De missie is mislukt – de wetenschap moet het doen zonder anacondabloed.

De volgende keer kan het programma wat mij betreft beter ‘De avonturen van Freek & Eddy’ heten. Zonder dat geklets over risico’s, want we kunnen het allemaal zien: jullie willen niets liever dan je op een kaaiman werpen.

Eerdere columns van Renske de Greef zijn terug te lezen via nrcnext.nl/renske