De prijs van een leiderscultus...

Sterke leiders lijken vaak oppermachtig. Maar dat is op de lange duur vaak schijn. Organisaties die zijn gebouwd rond een overheersende persoonlijkheid hebben namelijk de neiging zich naar binnen te keren. Zeker als afkeer van de gevestigde orde hun watermerk is. Wantrouwen jegens de buitenwereld wordt dan zo’n dominante gemoedstoestand dat sektarisme op de loer ligt. Gesloten clubs worden zo een broeinest van samenzweringen rondom de leider, waarin de discipelen van het eerste uur op elkaar loeren ter wille van hun eigen positie in de pikorde.

De PVV is zo’n formatie die gevangen zit in haar eigen leiderscultus. Partijleider Geert Wilders staat als charismatische eenling aan de top van de hiërarchie, zelfs met gevaar voor eigen leven. Secretaris Martin Bosma, die hem vanaf het eerste uur terzijde staat, is de grijze kardinaal in de schaduw die waakt tegen afvalligheid van de ‘juiste’ lijn.

Partijdissident Hero Brinkman, die vanaf het begin heen en weer wordt geslingerd tussen adoratie voor de leider en ambitie om meer te zijn dan een volgeling, is door die sfeer vermalen. Hij zag dat kennelijk aankomen en heeft zich behoedzaam voorbereid op zijn vertrek.

Zodoende is aan het licht gekomen dat het onbetwiste leiderschap van Wilders ook zwakke kanten kent. Het enige lid van de PVV heeft in zijn beoordeling van Brinkman een taxatiefout gemaakt, de grootste sinds hij zichzelf in 2004 afsplitste van de VVD-fractie en de PVV begon. Kennelijk was zijn mensenkennis onvoldoende, liet hij zich door Bosma sturen en dacht Wilders dat Brinkman die stap in het duister niet zou aandurven.

Die misvatting is niet alleen op het persoonlijke conto van Wilders te schrijven, ze is het logische gevolg van de non-organisatie die de PVV heeft gebouwd. Een beweging die geen partij is, kent geen verenigingsleven met leden die het kasboek controleren. Daarover gaat Brinkman wellicht nog een boekje open doen. In de PVV bestaan ook geen formele organen waar de leider aanspreekbaar is op zijn leiderschap.

De PVV kiest bewust voor deze informele machtsuitoefening in eigen kring. Wilders denkt zijn mandaat namelijk te kunnen onderhouden door een rechtstreeks appèl op zijn kiezers te doen, zonder tussenkomst van de intermediaire structuren die de traditionele partijen kennen.

Wilders heeft het recht om zijn politieke beweging zo in te richten. Ware het niet dat de PVV een onmisbare steunpilaar is voor een kabinet dat wordt gevormd door partijen, die intern wel klassiek georganiseerd zijn. VVD en CDA worden nu geconfronteerd met de instabiele kant van hun gedoogpartner. De regeringspartijen kunnen er niet van op aan dat PVV-leider Wilders zijn handtekening kan waarmaken. Ze weten alleen dat er zonder Wilders geen PVV is. VVD en CDA zijn met open ogen met deze leiderscultus in zee gegaan. Nu betalen ook zij een prijs daarvoor.