De lichtste, de kleinste, de oudste

Taekwondoka Tommy Mollet is een laatbloeier. Hij plaatste zich als dertiger voor het eerst voor de Olympische Spelen, met hulp van een Cubaanse bondscoach. „Nu voel ik me in balans.”

Het verbaasde hem zelf nog het meest. Taekwondoka Tommy Mollet plaatste zich in januari voor de Olympische Spelen van Londen, maar een echte ontlading in het Russische Kazan bleef uit. Ook bij terugkomst voelde hij vooral leegte in zijn lijf. De drie partijen hadden hem de energie gekost van twintig gevechten. Weg waren de fut en zin om te trainen.

Waar de meeste sporters volop in training zijn voor de Zomerspelen, besloot Mollet rust te nemen. Hij nam de tijd voor een griepje, bezocht familie en vrienden en pakte eens een bioscoopje. Nu heeft hij de training hervat, maar de Open NK van afgelopen weekeinde kwamen te vroeg. Liever richt hij zich op de EK in mei. Als ze hem lui noemen, het zij zo. „Ik train eerder te veel dan te weinig. Maar ik wil voorkomen dat ik straks opgebrand ben.”

Mollet is in Londen de enige Nederlandse taekwondoka, omdat Dennis Bekkers zich net niet wist te plaatsen. De Tilburger greep in Kazan zijn laatste kans. Hij behaalde al medailles bij WK (brons in 2007) en EK (zilver in 2005), maar werd voor de vorige drie Olympische Spelen niet uitgezonden naar het kwalificatietoernooi. Steeds was een andere Nederlandse taekwondoka beter of koos de bondscoach voor uitzending in een andere gewichtsklasse.

Op zijn 32ste lukte het dan alsnog, maar daar was wel het vertrek voor nodig van de Koreaanse bondscoach Soung Dae-jung, in mei vorig jaar. De oud-taekwondoka uit de bakermat van de sport klikte niet met de Nederlandse selectie. „Hij heeft veel kwaliteiten, maar zijn opvatting van topsport strookten niet met onze beleving. We raakten overtraind, geblesseerd en presteerden minder. Het plezier in de sport was weg. Hij bleek traditioneler te zijn dan ik had verwacht. Dat werkte hier niet.”

Een van de pijnpunten was dat Soung weigerde te trainen met het elektronisch scoresysteem, dat in 2009 is ingevoerd. „Eerder was het een pure jurysport en scoorde een harde trap met geluid altijd. Nu meten sensoren de impact van de trap en de score. Dat vergt een ander soort training, maar wij gingen op de ouderwetse manier door. In de eerste drie maanden hebben we het elektronische pantser misschien één keer omgehad. Dat leidde bij wedstrijden tot onzekerheid en fouten.”

Mollet was blij verrast toen de taekwondobond bij de opvolging van Soung koos voor diens voorganger, de Cubaan Nelson Saenz. Deze oud-taekwondoka heeft een Nederlandse echtgenote en verliet de Britse selectie voor een terugkeer naar trainingscentrum Papendal. Mollet: „Nelson heeft een ongelofelijke mensenkennis, op het enge af. Hij let scherp op houding en gedrag. Als we binnenkomen, weet hij meteen wie moe is, zin heeft of een blessure heeft.”

De taekwondoka, die voor de olympische kwalificatie werd geholpen door sportpsycholoog Rico Schuijers, bloeide op bij de aanpak van Saenz. „De trainingen moeten hard en serieus zijn, maar plezier is zijn uitgangspunt bij alles wat hij doet. Hij gelooft erin dat het individu en de groep profiteren van een goede sfeer. Nelson is altijd vriendelijk en helpt wrijving in de selectie meteen uit de wereld.”

Mollet noemt de komst van Saenz een pijler onder zijn olympische kwalificatie, net als zijn vaste relatie en een parttimebaan als communicatiemedewerker bij cateraar Albron. Hij beseft dat hij een laatbloeier is, mede door de strubbelingen rond de nationale selectie. „Ik ben altijd bestempeld als groot talent, maar bij de junioren duurde het even voor ik prijzen won. Ook bij de senioren had ik een paar jaar nodig. Nu voel ik me in balans. Olympisch goud is nog steeds het doel.”

Hij heeft ervoor moeten overstappen van de niet-olympische gewichtsklasse tot 74 kilogram naar de categorie tot 80 kilogram. Mollet (1.78 meter) voelde zich in het begin wel eens kleinduimpje bij tegenstanders van een kop groter. „Ik kreeg minpunten van de scheidsrechter omdat ik niet op mijn benen bleef staan na een trap. Ik dacht: zie je niet hoe groot die kerel is?”

Maar Mollet is zwaarder, fysiek sterker en slimmer in het gevecht geworden. „Ik vind het mooi dat ik met mijn postuur zo’n grote jongen het gevoel kan geven dat hij niet meer weet wat hij moet doen. Als ze me een paar keer keihard raken, is het over. Maar als dat niet lukt, wordt het steeds frustrerender voor hem. Ik hoef hem niet hard te raken om te winnen. Het nieuwe scoresysteem is zeker niet in mijn nadeel.”

Niet alleen is Mollet komende zomer in Londen de lichtste en kleinste in zijn gewichtsklasse, ook zal hij een van de oudsten zijn. Tegenover de nuttige ervaring staat een kwetsbaarder lichaam. Hij brak in zijn loopbaan beide enkels, een hand, vingers en zijn neus en onderging meniscusoperaties aan beide knieën. De talloze kneuzingen en verrekkingen noemt hij niet eens. „Ik ken mijn eigen lichaam het best en moet op tijd op de rem trappen. Want ik ben gevoeliger voor nieuwe blessures en heb een langere hersteltijd.”

Buitenstaanders drukken hem op het hart vooral te genieten van zijn eerste en laatste Spelen. Maar voor Mollet ligt het anders. Dit is wat hij sinds zijn jongensjaren wil, toen hij met zijn broers de traptechniek van Bruce Lee adoreerde. „Ik ben geen eendagsvlieg, dit is waarvoor ik jaren heb gewerkt. Ik wil goud en als dat niet mocht lukken, kan ik altijd nog nagenieten dat ik heb meegedaan.”