'De ander is de oplossing'

Twintig miljoen Fransen gingen naar de bioscoop voor Intouchables, gebaseerd op het leven van Philippe Pozzo di Borgo. „We zijn allemaal gehandicapt.”

Een keurige man zit in een rolstoel in het park. Een grote zwarte man in joggingbroek gooit sneeuwballen naar zijn hoofd. ‘Hé luie, je moet wel teruggooien.’ De bioscoopzaal ligt in een deuk. Haha, de rolstoeler kan zich niet bewegen. Grappig!

Tijdens de Nederlandse voorpremière van de komedie Intouchables in Nijmegen kijken we naar Philippe, een gehandicapte weduwnaar die ’s nachts crepeert van de pijn. Fantoompijn, want hij is verlamd. Philippe bestaat echt. Hij schreef een boek over zijn lotgevallen, waarop de film is gebaseerd. Zijn achternaam is Pozzo di Borgo, de naam van een aristocratische Franse familie met Corsicaanse wortels. In een Parijs’ hotel praat hij met de pers. Eigenlijk ligt hij meer. Met zijn benen naar voren, bedekt door een deken. Bleek en glanzend rusten zijn verzorgde handen op de armleggers van de rolstoel. Alsof ze niet bij zijn lichaam horen.

Dit is de man die in Frankrijk een kleine twintig miljoen mensen aan het lachen maakte. Bijna één op de drie ging naar de bioscoop. Vanaf 22 maart is het onverwachte kassucces ook in Nederland te zien.

Pozzo di Borgo (1951) hoeft niet lang na te denken over het waarom van dat succes. „Omdat we allemaal gehandicapt zijn”, zegt hij. Zijn land, Frankrijk, verkeert in crisis. De mensen voelen zich onzeker. „Deze film biedt troost. Hij laat zien dat er een oplossing is: de ander. In onze samenleving staat egoïsme voorop. Maar bij tegenslagen red je het niet alleen. Voor mij heeft het lang geduurd voordat ik inzag dat je je beter voelt als je samen bent.”

Zijn ‘samen’ is Abdel. In de film wordt hij gespeeld door een zwarte acteur, maar in werkelijkheid is hij een Algerijn. Intouchables gaat over de hechte vriendschap die ontstaat tussen de twee mannen die in alle opzichten elkaars tegenpolen zijn.

Extreme tegenstellingen zijn vaker voer voor een geslaagde komedie. Maar aan deze film ging een allesbehalve lachwekkend boek vooraf, de autobiografie van Philippe Pozzo di Borgo. Niet alleen brak de hoofdpersoon zijn nek, zijn vrouw Beatrice bezweek na vijftien jaar strijd aan kanker. Het echtpaar moest vijf miskramen begraven.

Kon u zelf lachen om de verfilming?

„Het gaat om Abdel. Waar mijn boek verder nog over gaat, komt nauwelijks in de film voor. De filmmakers hebben het goed gedaan. Voor mij is lachen een manier om met mijn invaliditeit om te gaan. Dat is puur pragmatisch. Ik ben voor 100 procent afhankelijk van anderen. Dan kan ik ze maar beter verleiden door te lachen. Ik ken ook gehandicapten die alleen maar boos kunnen zijn om hun lot. Dat werkt minder goed.”

Waarom schreef u in 2001 uw levensverhaal?

„Beatrice was overleden. Ik raakte zwaar depressief. Zij had gedurende haar ziekte veel geschreven. Ik volgde dat voorbeeld. Pure therapie.”

Pozzo di Borgo schreef het boek met een pen in zijn mond en een voice-recorder. Hij verkocht aanvankelijk 10.000 exemplaren. Ná de film oversteeg een geactualiseerde versie de 300.000 in Frankrijk.

Geeft het bevrediging dat zoveel mensen de film willen zien?

„Ik krijg veel mails. Ook van mensen met een handicap. Ze schrijven me hun verhaal of bedanken me dat ik buitenstaanders heb laten zien hoe ons leven eruitziet. Misschien kan ik de mentaliteit in de samenleving een beetje veranderen. Ik ben een bevoorrechte gehandicapte. Behoor tot de 0,001 procent die het heel goed heeft. Er is veel eenzaamheid in die wereld. Mijn mede-invaliden hebben ook zachtmoedigheid nodig. De film voorziet hierin, ook al is het maar voor even.”

Zijn eigen leven heeft de film niet veranderd. Twee jaar geleden verkocht hij zijn residentie in Parijs. Hij woont met zijn nieuwe vrouw en kinderen in Marokko. Het klimaat daar is beter voor hem, hij heeft minder fantoompijn. „Behalve via de mail krijg ik weinig mee van de gekte. Ik woon tussen de geiten en kamelen.”

U draagt op deze manier hopelijk bij aan een mentaliteitsverandering, zegt u. Is dat een antwoord op de vraag ‘waarom moest mij dit overkomen’?

„Die vraag heb ik mij nooit gesteld. Wel waarom ik moest crashen terwijl Beatrice me zo hard nodig had. Maar het is zoals het is. Het zou trouwens schandalig zijn te klagen. Ik heb 42 jaar een prachtig leven vol rijkdom gehad. Na mijn ongeluk kwam er een tweede leven, dat op een heel andere manier rijk is. Ik heb veel geleerd van mijn invaliditeit. Ik heb de stilte leren waarderen. Vroeger was ik druk en luidruchtig. Altijd bezig met plannen: wat doe ik morgen, wat doe ik volgend jaar? Als je lijdt, leer je te leven in het moment. Ik ben er op nogal lompe wijze achter gekomen dat ik niet onsterfelijk ben. Sindsdien stel ik andere prioriteiten.”

De inzichten die u tijdens uw invaliditeit opdeed, deelt u met anderen. U geeft onder meer lezingen in de zakenwereld.

„De zakenwereld is een bizarre wereld. Kortetermijndenken overheerst. Ik leg uit hoe belangrijk sociale waarden zijn. Momenteel werk ik aan een essay over de reorganisatie van het economisch systeem. Frankrijk is een zeer egocentrische samenleving. Er is engagement nodig. Ik vind dat we niet enkel onze hand moeten ophouden bij de staat. Dat er bezuinigd moet worden, is duidelijk. Maar we moeten onszelf organiseren. Veel meer charitatief werken, het geld dat beschikbaar is onderbrengen bij private stichtingen. Laat de verdeling over aan echte mensen, niet aan bureaucraten. Als mensen betrokken zijn, gaan ze efficiënter met geld om.”

In Nederland wil het kabinet nu juist af van het persoonsgebonden budget, een systeem dat gehandicapten de regie geeft om zelf zorg in te kopen.

„Maar zo’n systeem is precies wat ik bedoel! Laat onnodige ambtenaren buiten beeld. Burgers moeten het zelf oplossen en op wijkniveau hulp zoeken. Je moet alleen wel zorgen voor een goede controle.”

Hoeveel invloed heeft u in uw land? Wordt naar u eerder geluisterd dan naar een anonieme gehandicapte?

„Natuurlijk is dat zo. Kijk naar Christopher Reeves, de Amerikaanse acteur die Superman speelde en invalide raakte. Die bereikte veel. Vorige week organiseerde een private bank een grote fundraising voor mijn stichting. We realiseren kleinschalige woonvormen in de wijken omdat we vinden dat je gehandicapten niet als gevangenen moet opsluiten. Juist de zichtbaarheid van mensen die anders zijn, maakt een samenleving sterk. Aanleiding voor de inzamelingsactie was Intouchables. Een paar honderd rijke Fransen waren uitgenodigd. De animo was zo groot dat ze moesten uitwijken naar een andere locatie. Wat de opbrengst is, weet ik nog niet. Maar ik ben in de wereld van de rijken een uithangbord.”

Is de politiek ook geïnteresseerd?

„Ons hele filmteam werd uitgenodigd bij Sarkozy. Zelf kon ik niet gaan, maar de voorzitter van mijn stichting overhandigde de premier ons plan voor de woongroepen in verschillende steden. Sarkozy gaf onmiddellijk opdracht de vergunningen af te geven. Het is een begin. Als andere stichtingen hier ook van gaan profiteren, is dat helemaal mooi. Ik heb foto’s van de bijeenkomst gezien. Abdel naast Sarkozy. Geweldig!”

Wat trok u zo aan in Abdel, de onaangepaste Noord-Afrikaan?

„In eerste instantie niets. Beatrice was ziek en ik had iemand nodig die 24 uur per dag beschikbaar was zodat ik bij haar kon zijn. Ik koos Abdel niet om hem als ex-gevangene een tweede kans te geven of iets dergelijks. Hij leek me gewoon de beste kandidaat. Hij kwam ook niet met een romantisch idee bij mij. Voor hem was ik de jackpot. Pas na de dood van mijn vrouw ontstond er vriendschap. Ik kwam erachter hoe wild hij was. Ik heb meerdere malen de politie op bezoek gehad. Kwamen ze bij mijn thuis om te vragen of ik die Abdel kende. Moesten ze eerst zes chique salons door om uiteindelijk een invalide in een bed te vinden. Tegen die tijd waren ze wel afgekoeld. Ik zei gewoon dat ik niet wist waar ze het over hadden, haha. Ik ben dol op het verhaal van Abdel. Hij redeneerde zo: de wereld is keihard, waarom zou ik dan een heilige zijn?”

Abdel nam zijn vriend Philippe verschillende malen mee op reis naar Marokko. De Algerijn is er getrouwd en kreeg drie kinderen. Ook de Fransman werd verliefd op een Marokkaanse, Khadija. Haar familie verzorgt hem nu. Tehuizen zijn er niet in het land. „Ik heb eens op de Marokkaanse tv gezegd: als we de rijkdom van het Westen konden combineren met de vriendelijkheid van de Oriënt, was er niemand meer gehandicapt.”