Wek het genie in uw baby met iPad-spelletjes

Jonge kinderen spelen graag met een tabletcomputer. Talloze apps worden gemaakt voor peuters, en claimen hun ontwikkeling te stimuleren.

Type op YouTube ‘baby’ en ‘tablet’ in, en er komen honderden filmpjes tevoorschijn. Baby’s en peuters vingersurfen geroutineerd langs interactieve kleurplaten, muziekinstrumenten en katten die spinnen als je ze aait. Vergeefs tikken en vegen ze op tijdschrift of tv-scherm: die tablet doet het niet.

Negentig procent van alle ouders laat hun jonge kinderen met digitale media spelen. Dat zeggen de makers van het rapport App Noot Muis, dat is uitgevoerd in opdracht van Mijn kind Online, tv-zender Z@ppelin, omroep NTR en zelfstandig onderzoekster Stefanie Jansen. Voor het onderzoek werd een steekproef gedaan onder 575 ouders met jonge kinderen en werden 35 kinderen geobserveerd. Peuters en kleuters, zo bleek, weten vooral hun weg te vinden op touchscreens: ze vinden het leuker en begrijpelijker.

Binnen twee jaar hebben alle gezinnen met jonge kinderen een tablet, voorspelt Justine Pardoen, hoofdredacteur van de websites Mijn Kind Online en Mediaopvoeding.nl. Voor de huidige generatie peuters wordt ‘tikken’ en ‘vegen’ een tweede natuur. Daar valt geld aan te verdienen. In de appstores verschijnen dagelijks nieuwe applicaties voor kinderen. Grofweg kan onderscheid worden gemaakt tussen apps die vooral handig zijn voor ouders (rammelaars, slaapgeluiden, maar ook apps die het kolven bijhouden) en apps die bedoeld zijn om kinderen te vermaken, zoals interactieve prentenboekjes, animaties en natuurlijk spelletjes.

Andere fabrikanten pakken het groter aan, en lanceren speciale tablets voor kinderen. Zo komt producent Archos eind deze maand met een Child Pad, geschikt voor kinderen van vijf tot tien jaar. Waar bij de Child Pad vooral de software is afgestemd op kinderen (het apparaat is voorzien van 28 vooraf geïnstalleerde kinderapps en veilig internetsurfen), heeft de VINCI Tab, geschikt voor kinderen van nul tot vier jaar, ook een kindvriendelijke buitenkant. De VINCI heeft zachte kunststof hendels, waar op gekauwd kan worden. Het scherm is extra dik en kwijlproof, volgens de makers.

De ontwikkeling verbaast Peter Nikken, bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, niet. „Het begon allemaal met de Teletubbies in 1997. Toen werden baby’s en peuters door de media herkend als een doelgroep. Sindsdien komt er van elk mediaproduct een variant voor de allerjongsten op de markt.”

Opvallend is dat de makers van kindervarianten hun producten vaak educatieve kwaliteiten toedichten. Een korte rondgang in de appstores leert dat bijna elke applicatie zich profileert als leerzaam of nuttig, vaak onderstreept door niet nader gespecificeerd wetenschappelijk onderzoek. Tablet VINCI prijst zichzelf bijvoorbeeld aan als dé manier om uw kind muzikaal, organisatorisch en analytisch te laten excelleren: „Give them VINCI, and inspire the Genius in your baby.”

Pardoen en Nikken storen zich aan dit soort claims. „Applicaties voor baby’s en peuters zijn niet educatief of goed voor de ontwikkeling”, zegt Pardoen. „Zeggen dat wel zo is, is een misdadige manier om ze bij ouders door de strot te duwen.” Volgens Pardoen leren baby’s of peuters die met een tablet vol ‘educatieve apps’ in een hoekje worden gezet, helemaal niks. „Het is net als met voorlezen. Het gaat er om dat kinderen iets sámen met hun ouders doen. Dáár leren ze iets van.”

Zo lang ouders samen met hun kinderen spelen, en de educatieve meerwaarde van applicaties met een korreltje zout nemen, valt er volgens Pardoen genoeg te ontdekken. „Als kinderen met geluidjes en kleurtjes spelen die bestemd zijn voor hun ontwikkelingsniveau, kunnen applicaties heel stimulerend werken.”

Nikken beaamt dat: „Zolang kinderen vooral in 3D spelen, zijn apps een zeer leuke aanvulling op de rest van het speelgoed.”