'We moeten eerst weten of SER toekomst heeft'

Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft twijfels over de rol van de SER. Het is daarom te vroeg nu al over een opvolger van Alexander Rinnooy Kan te spreken. „De vraag is of de FNV nog een rol wil spelen.”

Niek Jan van Kesteren 2009 FOTO: Christiaan Krouwels foto gemaakt iov SER

Wie moet de nieuwe voorzitter worden van de Sociaal-Economische Raad (SER), het belangrijkste orgaan van de zo beroemde Nederlandse overlegeconomie? Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, vindt het op dit moment geen relevante vraag. „Ik zou nu niet aan iemand willen vragen de SER te leiden. Dat zou buitengewoon naïef zijn, en dat zou ook niemand moeten willen. De SER verkeert in een impasse. Het onvermogen van het instituut is ten volle aan het licht gekomen.” De grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW is een cruciale partij in de SER. Net als de grootste vakbond, de FNV.

„We moeten eerst weten of er een toekomst is voor de SER. Anders moeten we er maar mee ophouden.” De reden voor zijn twijfel is de ruzie binnen de FNV.„De grootste vakbond is zich aan het bezinnen op de vraag of ze wel een rol wil spelen in het overleg met kabinet en werkgevers in Den Haag. Als de FNV dat niet wil, dan moet je je afvragen of je wel verder wil met de SER.”

Op 1 september vertrekt de huidige voorzitter Alexander Rinnooy Kan. Als daarvoor de FNV de ruzie niet bijlegt, dan moet er volgens Van Kesteren een waarnemend voorzitter worden benoemd. „Dat kan een van de huidige kroonleden prima doen.”

Van Kesteren is al twintig jaar betrokken bij het poldermodel. „Dit is de eerste, echt fundamentele crisis die ik meemaak.”

Er zijn toch wel eerdere crises geweest?

„Die waren anders. Toen lag het overleg stil omdat de opvattingen van vakbonden en werkgevers te ver uiteenlagen. Nu wil de FNV überhaupt niet meer meepraten. De bond zegt: ‘Den Haag kan me gestolen worden. We gaan terug naar de basis, de werkvloer.’ Maar daar verliezen ze leden. Juist in Den Haag hebben de bonden nog macht. Die macht geeft de FNV nu weg. Daarmee geeft de bond dit kabinet, van deze snit, carte blanche om de WW te veranderen, om de lonen op nul te zetten. Hoe is het mogelijk dat de bonden zo in zichzelf gekeerd zijn terwijl juist nu allerlei fundamentele rechten van werknemers ter discussie staan?”

Kan de SER dit overleven?

„Dat hangt van de bonden af. Als er ooit behoefte was aan dit instituut dan is het nu. Juist nu de politieke tegenstellingen in de Tweede Kamer zo groot zijn. Juist nu er bijna geen stabiel kabinet te vormen is. De bal ligt voor het doel en de SER kan hem er zo inschieten. Maar hetzelfde populisme dat de politiek verscheurt, verscheurt de vakbeweging.”

Volgens Rinnooy Kan adviseert de SER minder omdat het kabinet minder gul adviezen aanvraagt.

„Dat is onzin. De SER komt in de regel zelf met een idee voor een advies. Pas dan vraagt het kabinet formeel om een advies. Zo verliep de aanvraag van het cruciale advies over de WAO tien jaar geleden (de arbeidsongeschiktheidsuitkering, red.). De sociale partners bepalen wat er gebeurt. En als wij het eens worden, slaat de politiek zo’n advies nooit in de wind. Het kabinet vraagt nu geen adviezen omdat het weet dat wij het in de SER toch niet eens worden.”

Wat is de invloed van de SER?

„Die is de afgelopen zeven jaar zeer sterk afgenomen. Het laatste belangrijke advies dateert van zeven jaar geleden. Dat ging over het bekorten van de WW van maximaal vijf naar drie jaar. Sindsdien is er niks meer gebeurd.”

Maar Rinnooy Kan wijst op „prachtige adviezen” over langdurige zorg, zzp'ers en duurzame globalisering.

„Dat is de Jupiler-league van de adviezen. Die leiden niet tot grote veranderingen. De echte problemen zijn woning- en arbeidsmarkt, zorg. Dààr had de SER over moeten adviseren.”

Valt Rinnooy Kan iets te verwijten?

„Nee. Hij is een uitstekende voorzitter. Dit begon al onder zijn voorganger Herman Wijffels.”