VVD’er Van Rey: schijn van belangenverstrengeling

De vriendschap tussen de Roermondse wethouder Jos van Rey (Eonomische Zaken, VVD) en een projectontwikkelaar, Piet van Pol, heeft een schijn van belangenverstrengeling tot gevolg gehad. Maar er is geen bewijs dat Van Rey of Van Pol daar beter van is geworden of dat de gemeente benadeeld is.

Dat concludeert een onderzoekscommissie met oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager en de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen. Die ging aan het werk na een reeks van publicaties over Van Rey in de Limburgse kranten.

Van Rey en Van Pol zijn al jaren bevriend. De wethouder ging een aantal keer op vakantie in de villa van de projectontwikkelaar in Saint-Tropez. Samen bezochten ze ook vastgoedbeurzen. Van Rey meldde het, maar werd er door collega-bestuurders niet of nauwelijks over bevraagd.

In twee gevallen constateren de onderzoekers belangenverstrengeling. De wethouder, sinds 2011 ook Eerste Kamerlid voor de VVD, nam een aandeel van 0,4 procent in een winkelcentrum in de binnenstad en bezit zelf vastgoed. Hij heeft dat onvoldoende „op afstand gezet”. Mede omdat Van Rey meer als belegger dan als handelaar opereert, tillen Sorgdrager en Frissen hier minder zwaar aan.

Van Rey had volgens de onderzoekers een andere portefeuille kunnen kiezen of duidelijker maatregelen kunnen nemen om zijn belangen op afstand te zetten. Zij constateren tegelijkertijd dat twee burgemeesters, vier colleges en vier gemeenteraden geen belemmeringen zagen in Van Reys wethouderschap en portefeuille. De commissie constateert ook dat Van Rey een dominante bestuursstijl heeft en dat er onvoldoende „checks and balances” zijn in de relaties met ambtenaren en burgers.

Van Rey zegt met belangstelling te hebben kennisgenomen van het rapport. Hij vindt dat hem niets te verwijten valt. „Aanbevelingen voor de verbetering van de bestuurscultuur vind ik prima. Met het verwijt van dominantie kan ik weinig. Verkiezingsuitslagen zijn zoals ze zijn.En om iets te bereiken in Nederland, moet je af en toe ruzie maken”

De Roermondse gemeenteraad debatteert op 5 april over het rapport.