Vijftig jaar trouw aan werk, kerk en vrouw

Europeanen zien conservatieve Amerikanen vaak als excentriekelingen. Journalist Menno de Galan kent ze beter. Maak kennis met zijn schoonvader.

Willard Hackerman (93, links), de nog altijd actieve topman van het bedrijf, overhandigt een oorkonde.

De vakanties van mijn Amerikaanse schoonvader Gino Gemignani (69) kennen een vast patroon. De eerste dag, uitkijkend over de Atlantische Oceaan in zijn appartement in Ocean City in de staat New Jersey, mijmert hij over de toekomst. Straks, als hij met pensioen is, wil hij met zijn echtgenote Peggy maandenlang in de badplaats doorbrengen, genietend van huis, boot en een lege agenda.

De tweede dag wordt het appartement aan een grondige inspectie onderworpen. Met als onvermijdelijke conclusie dat er het een en ander valt schoon te maken, op te knappen, te repareren. Dit bezorgt Gino een opperbest humeur, ook al omdat het een excuus verschaft de doe-het-zelfzaak in het centrum van het dorp te bezoeken – met stip zijn favoriete winkel. Omringd door transistorradio en nieuw gereedschap stort hij zich vervolgens in de garage op diverse klusjes die geen dag langer kunnen wachten. Tegen zonsondergang is het appartement, in zijn woorden, ‘shipshape and seamanlike’. Vertaling: geschrobd, geboend en zonder technische mankementen. Om het te vieren steekt Gino een grote sigaar op en nuttigt hij met Peggy enkele Manhattans, de cocktail van hun voorkeur. Dit is pas leven!

De derde dag is Gino ineens verdwenen. Hij heeft zich teruggetrokken in zijn SUV, om dringende telefoontjes te plegen met secretaresse, collega’s en zakenrelaties. Die hebben het twee dagen zonder hem moeten stellen. Advies van zijn kant is gewenst of, laten we eerlijk zijn, onontbeerlijk. Opdrachten moeten worden binnengesleept, concurrenten moet de pas afgesneden. Aan het einde van de week brengt hij daarom halve vakantiedagen door in zijn auto op het garagepad. Het appartement is op orde, het strand is er voor de eeuwigheid, het bouwbedrijf Whiting-Turner Contracting Company kan geen moment langer wachten. WT zit hem in het bloed. Letterlijk. Zeggen zijn vrouw en drie dochters het tegen elkaar: ‘Gino bleeds Doubleyou Tee.’ Niet voor niets is maandag zijn favoriete dag van de week: kan hij weer aan het werk.

Amerika is: keihard werken. Tot zover sluit het beeld naadloos aan bij de heersende beeldvorming in Europa. Verhalen over dit deel van mijn schoonvaders leven en werken ontmoeten in Nederland een welwillende glimlach. Vertel ik verder, over zijn morele opvattingen, dan verandert de glimlach opeens in diep gefrons.

Arbeidsethos strijdt bij mijn schoonvader om voorrang met rotsvaste overtuigingen in zijn persoonlijk leven. In politiek opzicht behoort hij tot de rechtervleugel van de Republikeinse partij. Etiketten als ‘de zwijgende meerderheid’ (Richard Nixon, 1969) en ‘de morele meerderheid’ (Paul Weyrich, 1979) zijn op hem van toepassing. Geen twijfel mogelijk: hij behoort tot die meerderheid. Maar hij staat onder druk, wordt belaagd door sterke vijanden: staatsapparaat, vakbonden, oprukkende secularisatie, progressieve media, de Democratische Partij. Gelukkig is z’n wereldbeeld geschraagd door twee giganten. Zijn held was Ronald Reagan, hij liet zich inspireren door paus Johannes Paulus II. Het gat dat president en paus na hun aftreden en dood achterlieten, wordt nu enigszins gevuld door Fox Nieuws, een tv-zender waarnaar Gino iedere avond kijkt. Zijn ogen lichten op zodra Charles Krauthammer in beeld komt, de conservatieve commentator en columnist van de Washington Post. Hit them hard, Charles!

Net als de huidige Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum leeft mijn schoonvader volgens het dogma en de iconografie van de katholieke kerk. Gino stemt overigens op Mitt Romney, niet op Santorum, omdat hij ervan overtuigd is dat alleen Romney een kans heeft dit najaar Barack Obama te verslaan. De stand van de economie vindt hij voor het land belangrijker dan sociale en culturele kwesties. Over de deugden van de vrije markt, het concurrentiebeginsel en het nemen van risico kan hij bevlogen praten. In Romney ziet hij een kandidaat bij wie het bedrijfsleven veilig is.

Afgelopen vrijdag was mijn schoonvader het middelpunt van een groot feest. In zijn woonplaats Baltimore, Maryland, werd in het bijzijn van vijfhonderd genodigden gevierd dat Gino Gemignani precies een halve eeuw in dienst is bij de firma. Vijftig jaar bij één werkgever: in de hyperkapitalistische VS, met lenig ontslagrecht en een moraal van eten of gegeten worden, is dat een knappe prestatie. Niet dat hij dat zelf zo ziet. Gino is de eerste om zijn eigen rol te zien als deel van de bedrijfscultuur. WT is geen beursgenoteerde onderneming, het bedrijf is de afgelopen jaren geen speelbal geworden van roofdieren op de financiële markten. Het wordt geleid door ingenieurs, niet door managers. Wie voor WT werkt, kiest voor traditie, ethiek, individuele verantwoordelijkheid en een solide loopbaan.

Gino is de archetypische company man: 50 jaar geleden als ingenieur in dienst getreden, in de avonduren zijn universiteitsdiploma in de bedrijfskunde gehaald, carrière gemaakt en zich net onder de top genesteld van een bedrijf dat is gegroeid als kool en zich heeft ontwikkeld tot een nationale speler. Sinds enkele jaren heeft hij een vrije rol. Hij werft projecten, is trouble shooter, schrijft rapporten, geeft lezingen. Ik vermoed, nee, weet zeker, dat hij in die halve eeuw bij WT geen uur heeft verlummeld, geen dag de teugels heeft laten vieren, geen project heeft laten versloffen. Waar generatiegenoten vrijwillig afhaakten of met pensioen werden gestuurd, wist Gino zichzelf telkens opnieuw uit te vinden.

Ik was niet bij het gouden feest, afgelopen vrijdag. Jammer, want daardoor liep ik een ontmoeting mis met de mythische, 93-jarige CEO van Whiting-Turner, Willard Hackerman, die nog iedere ochtend naar zijn werk gaat en met wie mijn schoonvader dweept. Zo lang meneer Hackerman er nog zit, houdt hij mijn schoonmoeder Peggy voor, kan hij het niet maken met pensioen te gaan. Dat zou niet minder dan verraad zijn aan de principes waarvoor meneer Hackerman staat: niet ophouden voordat je tijd is gekomen.

Over religie is hij minder openhartig, maar zijn overtuiging heeft allesbehalve geleden onder de schandalen met pedofiele priesters die de katholieke kerk in Amerika op zijn grondvesten heeft doen schudden. In overeenstemming met conservatieve geestverwanten is hij geneigd de jaren 60 en de daaruit voortkomende vrije seksuele moraal als de grote boosdoener te zien. De legalisering van abortus, het gebruik van de ‘morning after pil’ zijn volgens hem onaanvaardbaar voor iedere rechtgeaarde katholiek. Hij is fel gekant tegen echtscheiding en beschouwt het gezin of, in breder verband, de familie als hoeksteen van de samenleving. Individuele vrijheid kan in zijn ogen niet worden losgekoppeld van de verantwoordelijkheid een constructief leven te leiden.

Gino en Peggy zijn geen missionarissen. Ze houden hun principes voor zichzelf, hoewel Peggy het niet kan laten iedere vakantie een halfbakken poging te wagen mij tot het ware geloof te bekeren. Het zal hun verdriet doen dat ik zondagochtend niet meega naar de kerk; in plaats van de hoogmis te vieren, lees ik dan de door hen verfoeide New York Times in een café in de buurt. Zelf beginnen ze iedere werkdag met de ochtendmis. Al een halve eeuw, met bewonderenswaardige volharding.

Nee, dat pensioen moet nog even wachten. Eerst vieren Gino en Peggy dit najaar hun vijftigjarig huwelijksfeest. Op even sobere als gepaste wijze: met het herhalen van de gelofte van huwelijkse trouw ten overstaan van de familie.