Verkiezingen onder schot

Frankrijk heeft een slechte naam als het gaat om antisemitisme in Europa. De Israëlische historicus Zeev Sternhell heeft de wortels daarvan, die teruggaan tot de Dreyfuss-affaire eind negentiende eeuw, dertig jaar geleden beschreven in zijn boek ‘Ni droite ni gauche. L’idéologie fasciste en France’. Volgens Sternhell is het Franse antisemitisme van oudsher een mengelmoes van anti-democratische nationalisten die de massa wilden verlokken en zich links en/of rechts positioneerden.

Nu is dit idee min of meer gemeengoed. Dertig jaar geleden was dat nog niet het geval.

Dat de terreuraanslag op de Joodse lyceum, gisteren in Toulouse, een antisemitisch karakter conform dit schema heeft, staat vast. Maar waar de daders kunnen worden getraceerd is onduidelijker. De moordenaar is niet gepakt en heeft geen communiqué achtergelaten. Het recente verleden biedt ook geen zekerheid. Antisemitisch geweld in Frankrijk kan de laatste jaren ook op het conto van radicale moslims geschreven worden.

Voorzichtigheid over achtergrond en motieven van de moordenaar in Toulouse is geboden. Meteen na de terreuractie van Anders Breivik in Noorwegen wezen veel vingers naar islamitische daders. Ten onrechte. Maar veel wijst er al op dat de dader uit extreem-rechtse kring komt. Het pistool en de ‘modus operandi’ doen denken aan de moord vorige week in Montauban op parachutisten van Noord-Afrikaanse afkomst. Volgens het weekblad Le Point was dat wellicht het werk van ex-para’s, die in 2008 uit de krijgsmacht zijn gezet wegens neonazisme. Dat zou wijzen op een Breivik-achtig scenario.

In afwachting van het onderzoek staat hoe dan ook vast dat de Franse presidentsverkiezingscampagne zich in een volstrekt ander klimaat voltrekt. De campagne, die uit piëteit met de slachtoffers in Toulouse is opgeschort, komt onvermijdelijk in het teken te staan van politiek geweld. En daarmee komt de vraag aan de orde in welk maatschappelijk klimaat die terreur kan gedijen.

Volgens de centrumpoliticus François Bayrou, de enige presidentskandidaat die doorging met zijn campagne, is „verruwing in woord en daad” de voedingsbodem voor het geweld. Hij lijkt te doelen op Nicolas Sarkozy, die recent steeds hardere toespraken hield om de potentiële kiezers van het xenofobe Front National naar zich toe te trekken.

Dat gaat ver. Want Sarkozy kan, als effect van de terreurdaden rond Toulouse, net zo goed door de burgers worden omarmd als enige beproefde garantie tegen politiek geweld. Zo’n reactie zou niet uniek zijn.

Eén ding weten we intussen zeker. De verkiezingen worden vertroebeld. En dat, het ondermijnen van een democratisch klimaat, is precies het doel van elke terrorist, ongeacht motief of achtergrond.