Veel te grote Van Gogh is toch echt

Na jaren twijfel is er duidelijkheid over een ongebruikelijk schilderij van Vincent van Gogh uit de collectie van het Kröller-Müller Museum. Nieuw onderzoek wijst uit dat dit bloemstilleven onomstotelijk een echte Van Gogh is.

Jarenlang werd er aan de echtheid van het schilderij getwijfeld. Het doek was eigenlijk te groot en te uitbundig om voor een werk van Vincent van Gogh (1853-1890) door te gaan. De manier van schilderen was net wat te glad en academisch, de handtekening zat op een ongebruikelijke plek rechtsboven.

Maar nu is er na uitvoerig multidisciplinair onderzoek geen twijfel meer mogelijk: het schilderij Bloemstilleven met akkerbloemen en rozen uit de collectie van het Kröller-Müller Museum in Otterlo is toch een echte Van Gogh. Vanaf vandaag hangt het daarom op een prominente plek in het museum, tussen zijn andere bloemenschilderijen Rozen en pioenen en Bloemen in blauwe vaas.

Toen het schilderij in 1974 in de museumcollectie belandde, werd gehoopt dat het een Van Gogh zou kunnen zijn. Toenmalig hoofdconservator Ellen Joosten noemde het een ‘uitzonderlijk’ maar ook ‘merkwaardig’ werk. Maar sinds de jaren tachtig werd het haast nooit meer op zaal getoond en in de bestandscatalogus uit 2003 werd het werk definitief afgeschreven; sindsdien stond het te boek als ‘kunstenaar: anoniem’.

Dat het nu, negen jaar later, alsnog aan het oeuvre van Van Gogh kan worden bijgeschreven is te danken aan een team van wetenschappers van de TU Delft, de Universiteit Antwerpen, het Deutsches Elektronen-Synchrotron in Hamburg, het Van Gogh Museum en het Kröller-Müller Museum. Zij maakten gebruik van de nieuwe onderzoekstechniek MA-XRF (zie kader) en konden zo tot diep in de verflagen op zoek naar Van Goghs handschrift.

Al in 1998 had een gewone röntgenopname aan het licht gebracht dat zich onder het bloemstilleven een andere schildering bevond: een scène met bovenlichamen van twee worstelaars die elkaar bij de armen vasthouden. Die röntgenopname bleef de onderzoekers intrigeren. Want over worstelaars had Van Gogh geschreven in zijn brieven aan zijn broer Theo. Hij schilderde ze tijdens zijn academietijd in Antwerpen, begin 1886.

Omdat de röntgenfoto niet goed leesbaar was, besloot het Kröller-Müller Museum in 2010 het werk opnieuw te laten onderzoeken met de MA-XRF-techniek. Nu werd duidelijk dat de worstelaars op de onderschildering ontblote torso’s hadden, maar ook lendendoeken droegen – een aanwijzing dat de schildering in verband gebracht kon worden met de conservatieve Antwerpse academie. Want alleen daar poseerden de modellen tot 1890 niet geheel naakt.

Uit het nieuwe onderzoek bleek dat ook de gebruikte pigmenten geheel in overeenstemming waren met Van Goghs palet uit die tijd. Verder konden aan de hand van de nu veel beter leesbaar geworden voorstelling voor Van Gogh typerende verfstreken worden herkend. „De worstelaars zijn geschetst met stevige, directe, lineaire verfstreken die vergelijkbaar zijn met de ‘hoekige lijnen’ die we kennen van Van Goghs tekeningen uit deze periode”, aldus de onderzoekers. Ook de kwastbreedte van 5 millimeter kwam overeen met andere werken.

In hun artikel Rehabilitation of a flower still life in the Kröller-Müller Museum and a lost Antwerp painting by Van Gogh beschrijven de onderzoekers hoe het bloemstilleven volgens hen tot stand is gekomen. De schilder kwam eind november 1885 aan in Antwerpen en begon in januari 1886 met zijn studie aan de kunstacademie. Onderdeel van de cursus was een oefening van een stel worstelaars. Van Goghs leraar drong bij hem aan om een groot doek aan te schaffen, schrijft Vincent in een brief van 22 januari. Het formaat van 100 bij 80 centimeter was een standaardmaat voor figuurstudies op de academie. Geld had Vincent niet, maar Theo zorgde ervoor dat hij de materialen kon aanschaffen. Een week later schreef Vincent dat hij „een groot ding met twee naakte torsen – twee worstelaars” had gemaakt.

De kunstenaar nam het schilderij eind februari 1886 mee naar Parijs toen hij bij zijn broer ging wonen. Hier schilderde hij enkele maanden later de worstelaars over, op een voor hem typerende wijze, namelijk zonder de voorstelling eerst af te schrapen. Vandaar ook dat dit schilderij groter is dan Van Goghs andere Parijse bloemstillevens – het onderliggende academiestuk was bepalend voor de afmetingen. En vandaar ook dat de voorstelling voor Van Gogh zo ongebruikelijk uitbundig is, met diverse soorten losse bloemen op de voorgrond: hij moest daar een complete worstelaar bedekken. En ten slotte verklaart het waarom Van Gogh zijn handtekening op die vreemde plek bovenin zette – een van de weinige plekken op het schilderij waar nog ruimte over was.