Ultramarathonmuis

D e Telegraaf bracht het zaterdag groot op de voorpagina: ‘Nieuwe dope voor renners’. Het klonk bijna te mooi om waar te zijn. Aicar, zoals het speeltuig heet, deed bij laboratoriummuizen zonder enige vorm van training het uithoudingsvermogen toenemen met 44 procent. In combinatie met een trainingsprogramma konden de muizen liefst 68 procent langer lopen, en nam de afgelegde afstand met 70 procent toe in vergelijking met muizen die wel training kregen, maar geen Aicar.

Ik zeg: dat is niet eerlijk voor die laatste groep. Ren je jezelf verrot in zo’n geestdodende tredmolen, kom je op ongeveer plaats vijfhonderd in de recordlijst aller tijden terecht. Of moeten die beestjes zich troosten met de gedachte een kleine bijdrage te leveren aan de totstandkoming van een medicijn voor de epidemisch aan vetzucht en suikerzieke lijdende mens? Want het was daarvoor dat ze door professor Ron Evans waren gerekruteerd.

De professor trakteerde een paar uitverkoren diertjes overigens ook op een combi van Aicar en GW1516 – het lijkt wel een kentekennummer. Wat dat opleverde was een evolutionair feest: ‘ultramarathonmuizen’. Hij besefte dat hij wel eens diamanten in handen kon hebben voor de topatleet, en informeerde het werelddopingagentschap WADA, dat beide producten zonder aarzelen op de verboden lijst zette. Een detectietest is echter nog in moeizame ontwikkeling.

Ik las al over het onderzoek van professor Evans in 2008. In een visioen zag ik Jezus in een sponsorshirt over het water fietsen.

Een oud-renner, een ploegleider, een ploegmanager, en een ploegarts bevestigden anoniem aan De Telegraaf dat de nieuwe spullen een jaar of twee geleden inderdaad het peloton hebben bereikt, zij het mondjesmaat. Ik geloof het meteen, al zeg ik erbij: die wielrenners zijn weer eens aan de trage kant. Het is als met de epo indertijd die ze uit de atletiek moesten importeren. En pas een jaar of vijf later snapte het peloton iets van kokette doseringen.

Maar stel nu eens: er is binnenkort een detectietest voor Aicar en GW1516. Wie durft het aan zich al dan niet retrospectief te laten betrappen? Krijgt een gesnapte hardloper of zwemmer voor straf een bijzin in de krant, de wielrenner wordt op een marktplein gelyncht door uitzinnige collega’s en hun entourage. De beroepsgroep die zichzelf met een aan zelfvernietiging grenzende geestdrift van haar duistere imago probeert te verlossen, zal de wereld inpeperen dat de Cleane Lente nu echt is aangebroken.

Hamvraagje. Wat van de muizen bovenaardse toppers maakt, werkt dat ook voor mensen? In de hoogtijdagen van de epo gierden oud-renners het voor hun televisies uit om de werkelijk hilarische atletische aberraties. Vooralsnog is het stil. Of het nieuwe spul werkt niet bij coureurs, of het werkt wel maar is de natuurlijke klasse bij de renner afwezig. Of is er in het peloton weer beginnergetob rondom doseringen.

Mijn timmermansoog blijft waakzaam.