Shocks verbreken contacten in brein

Elektroshocks helpen redelijk tegen ernstige depressies en enkele andere psychiatrische ziekten. Maar hoe zo’n met elektrische spanning opgewekte epileptische aanval werkt, is onbekend. Britse hersenonderzoekers schrijven nu dat verbindingen in de hersenen erdoor afnemen.

Vooral het verdwijnen van de contacten dat een klein hersendeel links-opzij in de voorste hersenhelft onderhoudt met andere, verder weggelegen hersendelen valt op. De meting onderbouwt de nieuwe theorie dat depressie kan ontstaan door een teveel aan hersenverbindingen, schrijven de onderzoekers in een vandaag online verschenen artikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Van het hersengebiedje dat contact verliest, is bekend dat het actief is bij depressie. En er gaat contact verloren met andere gebieden die bij stemmingsstoornissen contact met elkaar onderhouden.

Elektroshocktherapie (officieel elektroconvulsietherapie of ECT) is in de jaren dertig van de vorige eeuw in Italië ontwikkeld en werd al snel ook in Nederland ingevoerd. ECT is altijd een uiterste redmiddel geweest, ook al doordat het lang een tamelijk gruwelijke therapie was. Door de stroomstoot op de hersenen ontstonden spiersamentrekkingen die tot spierscheuringen en botbreuken leidden. Lastige patiënten werden soms ‘voor straf’ geshockt. In de jaren zestig, toen er antidepressiemiddelen kwamen, werd ECT een omstreden therapie.

In de jaren tachtig kwam ECT weer in gebruik voor patiënten bij wie medicijnen en therapie niet hielpen. Patiënten krijgen nu spierverslappers en een lichte narcose. Ruim de helft van de ernstig depressieve patiënten heeft baat bij een kuur. Bijwerkingen bestaan vooral uit – soms blijvend – geheugenverlies.

Nieuwe hersenverbindingen, beter werkende boodschappermoleculen: er zijn veel verklaringen voor de werking van ECT geopperd. Het Britse onderzoek, bij slechts negen patiënten maar met een duidelijke uitkomst, is een nieuwe poging. De proefpersonen lieten voor en na hun ECT-kuur hun hersenactiviteit met een fMRI-scan meten.