‘Scheppers van onze wereld zijn wij’

Tekenen, schrijven, schilderen, zingen. Multitalent Gerrie Hondius kan alles. En iedereen mag dat weten. Ze heeft geleerd onbescheiden te zijn. „Ik heb het verstandelijke besluit genomen de wereld met een optimistische blik te bekijken.”

„Het is de kunst vervelende dingen te beschouwen als iets positiefs, omdat je ervan kunt leren.” Foto Mieke Meessen

aar boeken hebben titels als Ik ben God en Als je je niks verbeeldt dan ben je niks. Gerrie Hondius (ongeveer 41, over haar leeftijd doet ze geheimzinnig) schetst haar eigen leven onverbloemd en met zelfspot als striptekenaar en schrijver. Een verkrachting op haar zeventiende, de dood van haar moeder, onenightstands en steeds weer relaties die uitgaan – ze tekent en schrijft er plastisch over, maar met grote lichtvoetigheid en zorgeloosheid.

Van 1996 tot 2004 verscheen haar strip Ansje Tweedehansje in Opzij. Verder werkt(e) ze voor Algemeen Dagblad, Esta en nrc.next. Ze weet zichzelf met verve aan te prijzen én te verkopen als creatieve duizendpoot. Tekenen, schrijven, schilderen, beeldhouwen, zingen – ze kan het allemaal en dat mag iedereen weten. Vorig jaar debuteerde Hondius als prozaschrijver met Ik ontmoette een man, een honderdtal miniverhaaltjes over de mannen in haar leven. Het boek bereikte de shortlist van de Academica Literatuurprijs. Vorige week werd haar nieuwste stripboek gepresenteerd, Kierewiet, het resultaat van haar tijd als ‘artist in residence’ op de Willem Arntsz Hoeve, een psychiatrische instelling in Den Dolder.

Het verblijf in Den Dolder heeft haar veranderd als kunstenaar, vertelt ze. „Kierewiet eindigt niet vrolijk, en dat is nieuw voor mij. De ernst krijgt hier het laatste woord, en daarmee wordt het boek meer een tragedie dan een feelgood-boek. Er valt ook weinig te lachen in zo’n inrichting. Veel patiënten hebben het gevoel dat ze er niet thuishoren. Geestesziekte heeft een stigma, het staat niet goed op je cv, terwijl het iedereen kan overkomen, net als een gebroken been. Ik ben geschrokken van de eenzaamheid en de frustratie waarin mensen daar rondzwemmen. Het duurde een paar weken voordat ik weer mijn blijmoedige zelf was.”

In een met verf bespikkelde spijkerbroek en shirt komt Hondius van haar zolderatelier hollen, waar ze aan het schilderen is voor de Kunststripbeurs op 31 maart in de Janskerk in Utrecht. Ze valt met de deur in huis: „Weet je al dat mijn tweede glas-in-loodraam voor de Bakenesserkerk bijna klaar is? Tijdens de Haarlemse stripdagen in juni wordt het onthuld. En ik leer nu ook voor zandtekenaar. Dat is live op locatie, met een camera erboven, en een beeldscherm. Heel magisch.”

Ik ken niemand die zichzelf zo goed op de borst kan kloppen als jij.

„Dank je! (schaterlach)”

Je vindt jezelf echt goed, hè?

„Ken je die uitspraak van Nelson Mandela? ‘Mensen hebben een grotere angst om te stralen dan om te falen.’ Dat is me uit het hart gegrepen, en daar wil ik ook echt naar leven. Ik heb een talent gekregen en daar ben ik dankbaar voor. Ik voel de verantwoordelijkheid er wat mee te doen en het te laten zien. En dat betekent: me niet bescheiden opstellen.”

Heb je dat moeten leren, of zat het er altijd al in?

„Als kind van een jaar of tien noemde ik mezelf Gigantus de Grote. Terwijl ik klein voor mijn leeftijd was. Dat vond ik leuk.”

Maar je uitstraling is bescheiden, bijna onopvallend. Hoe valt dat met elkaar te rijmen?

„Als ik zeg: ‘Ik ben God’, dan betekent dit dat ik mezelf zo groot mogelijk maak, maar om jou en de mensheid te kunnen dienen. Ik acht mezelf niet beter dan wie ook. Want ik ben God, maar iederéén is God. Wij zijn allemaal scheppers die de wereld vormgeven.”

Een vriendin van je zegt: ‘Gerrie werkt hard aan haar onbezorgdheid.’

„Dat klopt wel. Maar ook heb ik op zeker moment een puur verstandelijk besluit genomen de wereld met optimistische blik te bekijken.”

Hoe kwam je daartoe?

„Mijn vader zegt altijd: ‘Het leven is geen lolletje’, en dat heeft hij mij ook willen bijbrengen. Zijn eigen leven wás ook geen lolletje. Hij heeft veertig jaar een baan gehad waarin hij zich ongelukkig voelde. Hij haatte zijn werk als horlogemaker, hij had liever protheses gemaakt voor gehandicapte kinderen. Daarom waarschuwde hij me dat ik van mijn hobby, tekenen, vooral niet mijn beroep moest maken want dan zou ik er geheid een hekel aan krijgen. Terwijl ik juist zo blij ben dat ik het wel heb gedaan.”

Het leven is wat je er zelf van maakt?

„Ja! En dan kun je er ook maar beter een lolletje van maken en geen tranendal. Natuurlijk kunnen je desondanks vervelende dingen overkomen, maar het is de kunst die te beschouwen als iets positiefs, omdat je ervan kunt leren. Als iemand je kwetst, kun je dat zien als een cadeautje, want die persoon raakt kennelijk een snaar bij je, wat inzicht kan geven in jezelf of in je leven.”

Lukt dat, steeds zo positief te denken?

„Steeds beter. Maar ik moet dat wel blijven oefenen.”

Hoe doe je dat?

„Met de fanclub bijvoorbeeld. Al zeven jaar lang kom ik elke week samen met een groepje mensen om positieve energie naar elkaar toe te stralen, zodat je inspiratie kunt opdoen en je wensen waarmaken. In Nederland is Willem de Ridder met die fanclubjes begonnen, de man die in de jaren zestig de bladen Hitweek en Aloha oprichtte. In zijn Handboek Spiegelogie staan de principes uitgelegd. De basisgedachte is dat we allemaal onderdeel van één geheel zijn, hoe je dat ook noemt – liefde, God, de kosmos – en dat alles goed is zoals het is. Je bent perfect zoals je bent. En daar bekrachtigen we elkaar in, als onderlinge ‘fans’.”

Hoe gaat dat in z’n werk?

„We zitten rond een tafel en houden elkaars handen vast om de energie in de groep te harmoniseren. Eén van ons leest een tekst voor waarin we om steun vragen van iedereen in het universum. Daarna werken we een vast programma af van anderhalf uur. Een onderdeel is ‘de gevoelsbestelling’. Om de beurt spreken we een doel uit dat we willen bereiken, en de rest van de groep straalt dat in door de handpalmen op de ander te richten en te zeggen: ‘Ik hou van jou, precies zoals je bent en ik steun jou helemaal met al je kracht, grootsheid en overvloed aan mogelijkheden.’”

Hoe heeft die fanclub je veranderd?

„Ik heb veel vertrouwen gekweekt. In alles. Vroeger zat ik tijdens het werken aan een opdracht geregeld in de stress: of de opdracht-gever het wel goed vond, of het wel op tijd af kwam. Tegenwoordig ga ik er zelfs onder de meest krankzinnige omstandigheden vanuit dat het wel goed komt. En dat gebeurt dan ook. En verder, tja… Ik vind het gewoon lekker. Het is een antwoord op het cynisme.”

Je hebt toch geen aanleg voor cynisme?

„Niet echt, maar als je mij tien jaar geleden gezegd zou hebben dat ik elke week in een groepje zou zitten en zou zeggen ‘ik hou van jou precies zoals je bent’, met handjes vasthouden en zo, dan had ik dat echt helemaal niks gevonden. Zweverige heksentroep.”

Kierewiet is te bestellen via gerriehondius.com