Sarkozy en zijn rivalen proberen de nationale eenheid te bewaren

De presidentskandidaten hebben hun campagne even stilgelegd. Zij moeten politiek koorddansen. Eén verkeerd woord kan hen nu uitschakelen.

Een geschokt Frankrijk is verenigd in rouw, na de moordaanslag op drie kinderen van drie, zes en tien en een man van 30 jaar op een joodse school gisterochtend in Toulouse.

De campagne voor de presidentsverkiezingen is even opgeschort. De kandidaten hebben de meeste van hun afspraken afgezegd. Maar tegelijkertijd gaat de campagne, minder dan vijf weken voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 22 april, volop door: elk woord van een kandidaat wordt gewikt en gewogen.

De meeste kranten prijzen vanochtend de waardige reacties van alle politici, maar critici waarschuwen dat een polemiek over veiligheid, over racisme, over de verharding van het maatschappelijke leven en het politieke debat haast onvermijdelijk is.

Niet óf, maar wanneer die discussie wordt gevoerd is de grote vraag.

Erg veel zal afhangen van wat de komende dagen gebeurt in het onderzoek naar de moorden en hoe snel de dader wordt opgepakt. Wie is hij en wat waren zijn motieven? Hoe reageren de verschillende minderheden, vooral ook in de banlieues?

Want naast een persoonlijk drama is de moord op drie weerloze kinderen ook een maatschappelijk trauma, dat onmogelijk géén inzet kan worden van maatschappelijk debat.

Voor alle kandidaten wordt het daarom tot 22 april balanceren op een slap koord: ze moeten het evenwicht zoeken tussen respect voor het persoonlijke leed en de maatschappelijke analyse, die al gauw politiek wordt. Mogelijke oplossingen om dit soort drama’s te vermijden zijn eveneens vaak politiek van aard.

President Nicolas Sarkozy, die zeker tot morgenavond alle campagne-activiteiten heeft gestaakt, weigerde vanochtend commentaar nadat hij op een school in Parijs samen met de leerlingen een minuut stilte in acht had genomen ter nagedachtenis van de slachtoffers.

Vragen naar het onderzoek werden kordaat afgewimpeld. Sarkozy wil niet de fout maken te snel een verkeerde dader aan te wijzen, zoals de Spaanse premier Aznar in 2004 deed door de bomaanslagen in de metro in Madrid toe te schrijven aan de Baskische terreurbeweging ETA. Bij de parlementsverkiezingen enkele dagen later straften de kiezers Aznar af.

Sarkozy weet dat deze crisis, hoe cynisch dat ook mag klinken, een kans is om zijn beoordelingsvermogen te tonen, en dus zijn herverkiezing als president kan betekenen.

De enige die gisteren doorging met de campagne was de centrum-politicus François Bayrou, al hield ook hij, net als Sarkozy en de socialistische kandidaat François Hollande, even stil bij de schoolpoort in de rue Jules-Dalou in Toulouse. „Het heeft geen zin om nu twee dagen te stoppen en daarna door te gaan alsof er niets aan de hand is”, zei Bayrou voordat hij naar een campagnebijeenkomst in Grenoble vertrok.

„Er is een verruwing in onze maatschappij, zowel in woord als daad, en daar is het beleid mede voor verantwoordelijk. Daar moeten we allemaal goed over nadenken”, aldus Bayrou, in een sneer naar de soms harde uitspraken van Sarkozy en zijn minister van Binnenlandse Zaken Claude Guéant.

Door de nationale eenheid te benadrukken hield Hollande zich ver van dergelijke vingerwijzingen. Hij bevindt zich in misschien wel de moeilijkste positie. Het is voor Hollande op een moment van nationale rouw onmogelijk om hard in te beuken op de president of hem een gebrekkig veiligheidsbeleid te verwijten.

Ook Marine Le Pen was erg karig met commentaar, en was een van de eersten om een pauze in haar campagne af te kondigen. Dat is niet zo verwonderlijk. Antisemitisch en/of racistisch geweld – twee van de hypotheses die de recherche heeft – kan het einde betekenen van Le Pens ambities om de tweede ronde te bereiken, ongeacht wie de dader is. „Vandaag is er even geen links of rechts meer. Er zijn van die momenten dat de politiek even moet zwijgen, en dit is zonder enige twijfel zo’n moment”, zei Le Pen bij de aankondiging van de mediastilte