Romeinse grens en 't hart van Koenraad

Lonely Planet zette Utrecht in de top-10 van ’s werelds meest miskende steden.

Waarin ligt de aantrekkingskracht van de Domstad?Hendrik Spiering

Lang leve Utrecht: bohemian cafes, shops, restaurants and bars. Daarmee prijst Lonely Planet op zijn website de stad Utrecht aan, als een van ‘the world’s unsung places’. Volstrekt onderschat als toeristentrekker, bizarrely under-visited in Planettaal, samen met onder meer het Italiaanse Triëst, het Indiase Gujarat en het Japanse Takayama.

Als dát de kracht van Utrecht is, nou, blijf dan maar in Amsterdam. Bohemian cafés heb je overal. Planet noemt ook het leuke boottochtje langs de vibrant grachtenkades – dat zal ook wel op de terrasjes slaan. Proost!

Maar gelukkig, sommige foto’s op de Planet-website tonen de ware kracht van Utrecht. Eén van de foto’s, met de Domkerk hoog afstekend tegen de blauwe lucht, is vlakbij de plek genomen die ik als de allermooiste van Utrecht beschouw: de kruising van Nieuwe Gracht, Kromme Nieuwe Gracht, Pausdam, Trans én Achter de Dom.

Ga met je rug naar de Nieuwe Gracht staan en weet dat je op historische grond staat.

En nergens bohemian cafés (al weet de ervaren bezoeker dat je even linksaf op de Trans al snel bij Lokaal 19 komt: goed eten en drinken, en misschien zelfs bohemian: ik denk tenminste dat ze een schaakbord hebben).

Als je recht uitkijkt, zie je vanaf deze plek een glimp van de Domkerk: door het kleine straatje Achter de Dom, langs een middeleeuws stadskasteeltje. En dan zie je ook: dat straatje loopt omhoog: een teken dat je het oudste deel van een stad bereikt. Daar is eeuwen lang de meeste troep op de grond gegooid. Zoals een Friese terp steeds hoger werd van de rotzooi, zijn ook oude steden langzaam omhoog gerezen – totdat de vuilnisdiensten werden uitgevonden.

Een stad ontleent haar aantrekkingskracht voor een belangrijk deel aan de zichtbare kant. En die is in Utrecht prima in orde, Lonely Planet heeft gelijk. Want echt, er zijn een paar aardige musea (Centraal Museum met een dependance over Nijntje en het universiteitsmuseum met de rustieke botanische tuin). Er zijn ook heus bijzondere gebouwen: de Domtoren die 112 meter de lucht in steekt, het Rietveld-Schröderhuis dat een icoon is van De Stijl-beweging in de toegepaste kunsten, de oude Sterrewacht die op de resten van de stadsmuur staat. De singels om de stad zijn allemaal fraai en rustgevend. En zelfs de Domkerk is bijzonder: een van de oudste gotische kerken in Nederland, gebouwd vanaf 1254. Er zijn niet veel grote Nederlandse steden met een groots middeleeuws én Romeins verleden.

Kortom, Utrecht heeft – net als Zutphen, Deventer, Dordrecht en zoveel andere oude Nederlandse steden – gewoon een mooie binnenstad. En tot nu was het voordeel van Utrecht: er komen vrij weinig toeristen, behalve Japanners op zoek naar Nijntje en Italianen op zoek naar, ja, naar wat eigenlijk? Er zijn altijd opvallend veel Italianen.

Maar langs de mooie grachten met die unieke lage kades staan veel te veel auto’s geparkeerd, die het esthetische effect volkomen bederven. Slechts het straatje Achter de Dom is verboden voor auto’s, en alleen al daarom wonderschoon en sensationeel historisch.

Een andere schande is dat de Oude Gracht een koopgoot is geworden, met alle voor de hand liggende winkels die je ook overal elders kunt vinden (al is op nummer 120 ijzerhandel Pijper met al zijn laatjes vol schroeven en spijkers wél vrij bijzonder, en bizarrely under-visited).

Ik weet wel, zo gaat dat in een levende stad zonder echte toeristenindustrie, en zo gaat dat natuurlijk niet in Sienna of Florence. Over het betonnen winkelcentrum Hoog Catharijne, dat als een soort Tsjernobyl-sarcofaag tegen Utrecht Centraal aan is gebouwd, zwijgen we. Als je er binnen bent, zie je het niet. En als je buiten bent, kijk je automatisch de andere kant op.

Maar zoals het toeristisch superieure Amsterdam zijn onzichtbare aantrekkingskracht voor een belangrijk deel ontleent aan de verhalen over de Amsterdamse glorie in de Gouden Eeuw (veel belangrijk ouder verleden heeft de stad niet echt), heeft Utrecht ook een krachtige onzichtbare kant, die alleen leeft in hoofden van mensen. En misschien is die zelfs wel krachtiger dan die van Amsterdam. Als je van echt oude geschiedenis houdt tenminste.

We gaan even terug naar de zessprong (zes, want de Nieuwe Gracht heeft twéé straten) bij het Pausdam en de Trans. Sommige feiten zijn vrij zichtbaar: op de hoek van het Pausdam staat het Paushuize, dat de enige Nederlandse paus in de zestiende eeuw liet bouwen in zijn geboortestad. Maar hij stierf snel, al na een jaar op de pauselijke troon en heeft er nooit gewoond. Nu zitten de Gedeputeerde Staten van Utrecht erin. En even verderop langs Achter de Dom is de toegang tot de kleine Kloostertuin, eigenlijk een Pandhof van de bisschop.

De Romeinse kant van de stad is hier volkomen onzichtbaar en toch zeer aanwezig. In hun grensrivier de Rijn die toen dwars door Utrecht stroomde: de Kromme Nieuwe Gracht is gegraven in een oude arm van de Rijn. En de grens van het Romeinse fort liep ongeveer waar nu de Trans loopt, het Castellum Trajectum, een van de vele forten van de Romeinse grensverdediging. Je zou best kunnen zeggen: we staan hier aan de grens van het Romeinse Rijk. Hier kuierden Romeinse soldaten, 1800 jaar geleden.

Utrecht is het soort stad waar je bij het opknappen van een kinderboerderij een stuk Romeinse weg kunt vinden, zoals laatst in het zuiden van Utrecht. Niet spectaculair, niet vaut le voyage, maar wel weer een toevoeging aan de onzichtbare historische trilling die je hier door de lucht voelt gaan als je er gevoelig voor bent.

En ergens onder die Domkerk moet nog altijd het hart liggen van de Duitse keizer Koenraad III, die bijna duizend jaar geleden in Utrecht overleed. Zijn lichaam werd over de Rijn naar Speyer gebracht, in 1039, maar zijn hart en ingewanden werden begraven in het koor van de toenmalige Domkerk. Die bijzondere bewaarplaats is een van de redenen waarom zijn zoon, keizer Hendrik III, veel dure giften gaf aan Utrecht. Het huidige café Lofen (niet erg bohemian) naast de Domtoren is gebouwd op de resten van Hendriks kasteel. Diep in de kelder kun je daar nog een stukje van zien. Maar zou dat hart van Koenraad ooit teruggevonden zijn?

Het is begrijpelijk dat Utrecht unsung is. Want om echt van de stad te houden, heb je een historische antenne nodig. Om te voelen dat je in de binnenstad voortdurend de nu onzichtbare grenzen overschrijdt van oude kerkelijke immuniteiten: de bijna onafhankelijke eenheden in de middeleeuwse stad, waardoor die bijna onbestuurbaar was. Om al snel het idee te krijgen dat die kronkelige Abstederdijk net even buiten het centrum ook wel een oude middeleeuwse geschiedenis zal hebben. Om je te herinneren dat ergens in het Vaticaan nog altijd de Utrechtse Doopgelofte wordt bewaard, meer dan 1.200 jaar oud en een van de oudste resten van de Nederlandse taal (oudsaksische variant) en van het Nederlandse christendom.

En ook om te weten dat, waar nu in de Dom Italiaanse toeristen rondlopen een christelijke priester rond het jaar 780 aan een nieuwe bekeerling vroeg: ‘Forsachistu diobolae?’ En die dan antwoordde: ‘Ec forsacho diabolae’. ‘Verzaak je de duivel?’ Ik verzaak de duivel’ En dat het rituele vraaggesprek eindigde met: ‘Gelobistu in halogan gast?’ ‘Ec gelobo in halogan gast’. ‘Geloof je in de Heilige Geest?’ ‘Ik geloof in de Heilige Geest’.