Politieke steun voor Olympische Spelen 2028 brokkelt verder af

De Tweede Kamer wil een debat over de kosten van Olympische Spelen. „Als de belastingbetaler er voor moet opdraaien, zien wij de Spelen niet zitten.”

De politieke steun voor het Olympisch Plan 2028 brokkelt af. Het wegmoffelen van kostenberekeningen voor de Olympische Spelen is voor de Tweede Kamerfractie van de SP reden nu al de steun in te trekken. De ChristenUnie neigt naar hetzelfde, evenals de PVV . Meer partijen zijn kritisch, maar willen eerst opheldering over de cijfers in een aangevraagd debat met de ministers Edith Schippers (Sport) en Jan Kees de Jager (Financiën).

De ergernis onder Kamerleden kwam aan de oppervlakte nadat RTL Nieuws openbaar maakte dat er op gemeentelijk een provinciaal niveau al 190 miljoen euro kosten voor het Olympisch Plan zijn gemaakt. Een bedrag waarvan veel Kamerleden fronsend kennisnamen.

Hun verontwaardiging werd vergroot door de bekendmaking van RTL dat de Spelen de overheid minstens acht miljard euro gaat kosten. Dat bedrag was berekend door Financiën, maar hadden de ministers Schippers en Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur) uit politiek strategische overwegingen uit een kabinetsbrief gelaten. Omdat het zeventien jaar voor de Spelen ‘niet betekenisvol’ werd gevonden en het ‘negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor het politiek draagvlak.’

Vooral die laatste opmerking legt een zenuw bloot. Veel Kamerleden zijn het gegoochel met cijfers rond de Nederlandse kandidaatsstelling van het WK voetbal 2018 niet vergeten en willen voorkomen dat zij ook over de kosten van Olympische Spelen niet goed worden ingelicht. Kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA): „De minister heeft toen beloofd over de Spelen transparant te zullen zijn. Dan is het saillant dat op lokaal niveau nu al 190 miljoen aan vooral dienst- en lobbyreizen is besteed.”

Renske Leijten (SP) trapt nu op de rem om te voorkomen dat de Kamer „op een trein stapt die niet meer is te stoppen.” Zij vindt de berekende kosten voor de Spelen ook te hoog. Haar conclusie: onverantwoord in tijden van bezuiniging. Ronduit ontstemt is Leijten over de onvolledige kabinetsbrief. „Ik vind het waanzinnig dat het bedrag van 8 miljard euro daarin is weggelaten. Als we nu de kosten niet mogen weten, hoe kunnen we er dan op vertrouwen dat we in 2028 wel met eerlijke cijfers geconfronteerd worden?”

Fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie schurkt met zijn standpunt tegen de SP aan. „De Spelen hebben nu geen prioriteit. En de ministers moeten al helemaal niet schimmig met cijfers zijn. Het is verstandig op tijd duidelijkheid over wel of geen Spelen te creëren. Daarvoor zou het aangevraagde debat het juiste moment kunnen zijn.”

Ook bij GroenLinks zijn er gerede twijfels. Bij Jesse Klaver wordt mede door de beperkte openheid over berekeningen „het enthousiasme voor de Spelen niet groter.”

Vanuit het regeringskamp is er bij gedoogpartij PVV op dit moment weinig sympathie voor het Olympisch Plan. Persoonlijk houdt Richard de Mos van de Spelen, maar als Kamerlid is hij sceptisch. „Als de belastingbetaler voor de kosten moet opdraaien zien wij de Spelen niet zitten. Aanvankelijk werd er gesproken van 1,2 tot 2 miljard aan kosten. Nu is het 8 miljard. Nogal een verschil.”

De regeringspartijen CDA en VVD bekijken de politieke werkelijkheid rond het Olympisch Plan iets genuanceerder. Hanke Bruins Slot (CDA) wil graag een debat en onthoudt zich tot die tijd van een mening. Ze verlangt eerst een brief van de minister. VVD’er Bart de Liefde toont zich vooralsnog de grootste voorstander. Hij wil graag debatteren, maar verbaast zich over de onbekendheid van Kamerleden met de berekeningen. „Stoere taal, want de bedragen staan gewoon in de stukken. Die hadden ze kunnen weten. Kwestie van lezen.”

De woordvoerder van minister Schippers ontkent dat sprake is van achtergehouden informatie. „De bedragen zijn niet in de aanbiedingsbrief opgenomen, omdat zeventien jaar voor de Olympische Spelen de kosten en baten zeer indicatief zijn. We wilden weten aan welke knoppen je moet draaien om de kosten en baten te beïnvloeden.”

Sportkoepel NOC*NSF ziet nu juist gebeuren wat hij met het Olympisch Plan had willen voorkomen: negatieve beeldvorming. Eerst draagvlak creëren en in 2016 een besluit over de kandidatuur nemen, dat is de uitgezette koers. In tegenstelling tot het ministerie was NOC*NSF geen voorstander van een kostenberekening. Dat werd hooguit gezien als een vingerwijzing. Daarom reageert voorzitter André Bolhuis geërgerd op de houding van Kamerleden. Verontwaardigd: „Waar zijn ze mee bezig? Het is prematuur. Pas in 2016 wordt over kandidaatsstelling besloten. Hoe kan de politiek nu al een oordeel geven over 2028?”