Oppakken lukt wel, uitzetten is lastiger

Het kabinet wil meer illegalen oppakken en het land uitzetten. De oppositie vreest een klopjacht. En wat gebeurt er als andere landen niet meewerken?

De oppositie is boos over plannen van minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel, CDA) en minister Opstelten (Justitie, VVD) om dit jaar een duidelijk aangegeven aantal illegalen op te pakken en uit te zetten. Vijf oppositiepartijen stelden vanmorgen Kamervragen.

1Wat willen de ministers? Begin deze maand spraken Leers, Opstelten en voorzitter Leon Kuijs van de Raad van Korpschefs af dit jaar 4.800 illegalen op te pakken en uit te zetten. De vreemdelingenpolitie zou vooral moeten letten op illegalen die misdrijven begaan of overlast veroorzaken. Verder zou de politie op zoek gaan naar uitgeprocedeerde asielzoekers en naar andere vreemdelingen zonder verblijfsvergunning. Hoe de politie de prestatieafspraak haalt, moet ze zelf weten.

2Om welke mensen gaat het? Grofweg zijn er twee soorten illegalen. De eerste categorie bestaat uit uitgeprocedeerde asielzoekers die om welke reden dan ook niet zijn teruggekeerd naar het land van herkomst. Deze mensen zijn bekend en geregistreerd; ze hebben meestal jarenlang in asielzoekerscentra doorgebracht. Ze zijn ook makkelijker te traceren omdat ze niet gewend zijn voor zichzelf te zorgen. Zij worden vaak gesteund door vrijwilligers en soms gedoogd door gemeenten.

De tweede categorie wordt gevormd door mensen die illegaal Nederland zijn binnengekomen en nooit asiel hebben aangevraagd. Soms worden ze gesteund door legale landgenoten. Zij zijn niet geregistreerd en daardoor lastiger te vinden.

Als de politie de opsporing van illegalen intensiveert, bestaat het risico dat mensen zich nog beter verstoppen. Wellicht durven ze dan geen beroep meer te doen op medische zorg of durven ze de kinderen niet meer naar school te sturen. (Illegalen hebben recht op urgente medische zorg en hun kinderen mogen tot ze achttien jaar zijn naar school.)

3Hoe vind je illegalen die misdrijven begaan?Het is onbekend hoeveel illegalen er in Nederland verblijven. Vaak wordt de schatting van honderdduizend gehanteerd. Minister Leers noemde dat aantal vorig jaar „ontwrichtend en maatschappelijk ongewenst”.

Oppakken van illegalen is lastig, maar niet onmogelijk. In 2011 hield de politie er 3.530 aan, in 2010 4.355. Het quotum dat de ministers nu hebben afgesproken is 10 procent hoger dan in 2010. De oppositiepartijen vrezen dat er een klopjacht ontstaat als er meer illegalen moeten worden opgepakt.

Het is wel lastig om 4.800 criminele illegalen te vinden. Volgens deskundigen is dat zelfs onmogelijk. Illegalen weten dat de consequenties van een overtreding voor hen veel groter zijn dan voor legale personen. Voor illegalen betekent aanhouding na een overtreding meestal dat ze worden opgepakt en opgesloten. Veel illegalen laten het daarom wel uit hun hoofd om zwart te rijden in de metro of door rood licht te fietsen.

4Is het ‘illegalenquotum’ haalbaar? De opgepakte illegaal wordt vastgezet in de vreemdelingenbewaring (gevangenis). Hij of zij kan daar niet te lang blijven. De opvang is zeer sober, illegalen zitten met meer mensen in een cel. Er is geen privacy en er zijn weinig activiteiten. De illegaal moet dus snel worden uitgezet.

Dat is het grote probleem. Soms werkt de vreemdeling onvoldoende mee. Soms ook is het onmogelijk omdat het land van herkomst geen reisdocumenten wil verschaffen. Een vreemdeling de grens overzetten, schiet ook niet op. De kans dat ze terugkomen, is groot.

Op 1 januari van dit jaar zaten ongeveer 10.000 mensen in een vertrekprocedure. In 2011 vertrokken 11.000 mensen, 6.600 gedwongen, de rest vrijwillig. 10.000 mensen verdwenen „met onbekende bestemming” (een groot deel waarschijnlijk in de illegaliteit).