Occupy

Occupy – weet u nog? Het had de ‘Arabische lente’ van de westerse wereld moeten worden. Gisteren, op het Beursplein waar de Amsterdamse Occupy-beweging al een paar maanden bivakkeert, trof ik een man met een gek hoedje die in een vrolijke filosofische stemming verkeerde: „Wie is Occupy? Wat is Occupy? Vragen, vragen, maar geen antwoorden.”

Hij stond voor de ingang van de enige tent die nog op het plein overgebleven is. Ik liep er naar binnen en zag er onduidelijke spullen hoog opgetast.

„Wat gaan jullie doen, nu de burgemeester heeft verordonneerd dat jullie voor donderdag 10 uur het plein moeten verlaten?” vroeg ik een jongen daarbinnen.

Hij bleek Filippijns en sprak geen woord Nederlands. Van een bevel om te verkassen wist hij niets.

„I take tourists here and tell them something about Occupy”, gaf hij als verklaring voor zijn aanwezigheid in de tent.

„What do you tell them exactly?”

Toen vertelde hij dat hij toeristen naar de tent meenam om een boterham met ze te eten. Vaag. Ik liep de tent uit en sprak een jongen aan die achter een soort informatiebalie naast de tent stond.

„Jazeker heeft Occupy effect gehad”, zei hij. „We hebben heel veel mensen bewust gemaakt van de financiële crisis.”

Net toen ik hem wilde vragen of bewustwording misschien niet een iets te mager resultaat is voor een beweging die een fundamentele verandering van het financiële systeem nastreefde, sprong de jongen over de balie en stormde af op een camerateam. Inderdaad, op de jongens van PowNews, het nieuwsprogramma dat met succes de Occupy-beweging als een verzameling malloten had geframed.

„PowNews is niet neutraahaal, PowNews is niet neutraahaal!” zingzegde een meisje met dreads en een speld door haar neus terwijl ze over het plein huppelde.

De man met het gekke hoedje tikte mij aan: „Koffie bij de Albert Heijn is bagger. Niet kopen.”

Ik schaam mij niet te zeggen dat ik meer was dan een objectieve toeschouwer op de eerste dag van Occupy Amsterdam (15 oktober 2011). In opstand komen tegen schaamteloze zelfverrijking – wie kan daar tegen zijn? Maar de scepsis sloeg toe toen een man een speech hield in de laadbak van een bestelwagen. Hij probeerde Occupy te verbinden met de opstanden in de Arabische wereld. Er liep volgens hem een rode draad tussen het Tahrirplein in Kairo en het Beursplein. Daarna klom een andere man in de bestelwagen. Hij zong een zelfgeschreven protestlied over de oorlog in Vietnam. Dat ze een kansloze strijd om de harten van mensen voerden, werd mij een paar dagen later nog duidelijker toen een jongen het misprijzend had over “occupyen” als synoniem voor uitkeringtrekken.

„So, where are they moving us?” vroeg de Filippijnse jongen mij, terwijl we toekeken hoe PowNews slag leverde met de Occupiers.

„This is it”, zei ik. „The party is over.”

Hij keek zorgelijk. Wie zou voortaan de toeristen boterhammen voeren?