'Monsterlijk, zo weinig respect voor het leven'

De Franse politie jaagt op de schutter die gisteren drie kinderen en een leraar doodde op een Joodse school in Toulouse. Hij pleegde waarschijnlijk nog twee aanslagen.

France's President Nicolas Sarkozy (R-bottom) and his wife Carla Bruni-Sarkozy (3rdR) leave the Nazareth synagogue on March 19, 2012 in Paris after a psalm lecture after the today's shooting of the "Ozar Hatorah" Jewish school in the southwestern city of Toulouse. Four people (three of them children), were killed and one seriously wounded when a gunman opened fire. This is the third gun attack in a week by a man who fled on a motorbike. AFP PHOTO / LIONEL BONAVENTURE AFP

Het is vijf over acht, exact 24 uur na de tragedie. Betty Rivière, directrice van het katholiek college Saint-Louis, staat haar 320 leerlingen op te wachten voor de schoolpoort. Een voor een wenst ze de kinderen een goedemorgen. Soms is de krop in haar keel even hoorbaar, maar dan herstelt ze zich snel. Voor de kinderen. Op deze emotionele dag wil ze haar leerlingen vooral een geborgen gevoel geven. Het gevoel dat wat gisteren gebeurde, hoogst uitzonderlijk is.

Haar college ligt op een steenworp afstand van het Joodse Ozar Hatorah, in de woonwijk Roseraie in het noorden van Toulouse. Daar werden gisteren twee jongens van 3 en 6, hun vader van 30 en een meisje van 10 in koelen bloede vermoord. „Veel ouders hier kennen de slachtoffers, of anders kennen ze wel iemand van de school. Het is een andere religie, maar het is dezelfde wijk. Onze wijk. Uiteraard zijn de ouders geschokt. En ongerust. Vandaag komen er bijna geen kinderen met de bus of de fiets. Ze worden gebracht door hun ouders. Begrijpelijk, maar we mogen de kinderen ook niet bang maken. Daarom hebben we gisteren al veel gepraat op school. Daar is duidelijk behoefte aan”, zegt de directrice.

Betty Rivière is waakzaam. Straks, tijdens de lesuren, gaat de poort op slot. Maar toch heeft ze liever geen agenten voor de deur. „Dat kan het gevoel van onveiligheid ook versterken. Tenzij de gemeente zegt dat het echt moet, heb ik dat toch liever niet. We moeten er ook een beetje op vertrouwen dat onze kinderen naar school kunnen zonder politiebegeleiding. Anders is het geen leven meer.”

Op tal van andere plekken in de stad is te zien wat Rivière bedoelt. Toulouse lijkt her en der wel een bezette stad. Minister van Binnenlandse Zaken Claude Guéant heeft 1.600 agenten van de oproerpolitie CRS naar de stad gestuurd, 200 rechercheurs zijn op zoek naar de moordenaar, de stadspolitie mag opnieuw zijn handwapen meenemen op patrouille. Hier heerst terreuralarm. Hier heerst de hoogste waakzaamheid. Hier staan zwaar bewapende soldaten voor de ingang van het TGV-station.

’s Ochtends is de toegang tot de school Ozar Hatorah rigoureus afgesloten. Overal in de wijk zie je agenten in burger, druk bezig met het buurtonderzoek. Er is nog geen compositiefoto van de dader, maar de politie heeft wel tal van aanwijzingen. Een van de pistolen waarmee de vier gisterochtend werden vermoord, is hetzelfde als waarmee eerder drie soldaten werden vermoord, in Toulouse en het nabijgelegen Montauban. De scooter waarmee de dader zich voortbeweegt, is dezelfde en werd begin maart, enkele dagen voor de eerste moord op 11 maart, gestolen in Toulouse. Mogelijk heeft de moordenaar zijn eigen daden gefilmd met een kleine camera die aan zijn jas zat, bleek vanochtend. Een getuige van de moord op de twee parachutisten vorige week donderdag in Montauban heeft de dader deels beschreven. De viervoudige moord van gisterochtend werd door de veiligheidscamera’s van de school gefilmd.

„Een verschrikking om te zien”, vertelt Nicole Yardeni maandagavond voor de school, waar tientallen mensen bijeen zijn om hun medeleven te betuigen. Yardeni is voorzitter van de plaatselijke afdeling van CRIF, de koepel van Joodse verenigingen. Zij bekeek de beelden in naam van de ouders, op zoek naar informatie. „Het zijn perverse beelden. Zo kil. Hij slacht hen af alsof het dieren zijn, zonder enig spoor van emotie. Hij wist heel goed wat hij deed. Onbegrijpelijk.” Omstanders horen haar verhaal zacht snikkend aan. Ze hebben bloemen en kaarsen neergelegd voor de schoolpoort. Er hangt een verslagen sfeer. Alsof er een loden mantel over de wijk is gelegd. Hier en daar worden journalisten fluisterend te woord gestaan.

„Monsterlijk. Dat je weerloze kinderen zo maar neerschiet. Monsterlijk”, zegt Pierre, vader van een jonge tienerdochter op het internaat van Ozar Hatorah. Hij heeft haar vandaag gezien, getroost, ze hebben gepraat en gebeden. Ze mocht ook mee naar huis, maar ze wilde uiteindelijk liever haar verdriet verwerken met haar vriendinnen in de school, die niet de mogelijkheid hebben naar huis te gaan. „Als Jood leer je van jongsaf aan dat je het onderwerp kan zijn van haat. Maar dit! Dat je zo weinig respect hebt voor het leven dat je een kind van drie neerschiet. Monsterlijk”, herhaalt Pierre, terwijl hij nog even beschroomd naar zijn dochter wuift, die vanuit een open raam van het internaat het schouwspel in de anders zo rustige straat gadeslaat.

In de ochtend cirkelen de politiehelikopters weer boven Toulouse. De klopjacht op de meest gezochte man van Frankrijk gaat onverminderd verder. Misschien is het een ex-militair die in 2008 uit de parachutisteneenheid van Montauban werd ontslagen wegens neonazistische sympathieën. Maar misschien is het ook een moslimfundamentalist, die de drie soldaten van Noord-Afrikaanse origine vermoordde omdat Frankrijk dienen verraad zou betekenen. De geruchtenmolen draait op volle toeren.

„Ik hoop vooral dat iedereen een beetje zijn gezond verstand bewaart en geen overhaaste conclusies trekt. Zeker de politici niet”, zegt Coumba, een jonge werkloze vrouw van Malinese origine die op de markt van de volkswijk Bonnefoy haar inkopen doet. „Dit drama is al verschrikkelijk genoeg, nog verschrikkelijker zou het zijn als er straks door sommigen misbruik van wordt gemaakt om stemmen te winnen. Maar ik vrees van wel, al zal veel afhangen van wie de dader is, denk ik.”

Coumba heeft net haar kleuter naar school gebracht, ze legt haar boodschappen, groenten, fruit en kaas, in de lege kinderwagen. Bang om de straat op te gaan is ze niet, al zegt ze wel beter op te letten. „Wat moet gebeuren, zal gebeuren, je kan moeilijk de hele dag thuis blijven wachten en niet meer op straat komen. Ons lot ligt in handen van Allah. Al hoop ik natuurlijk wel dat ze die lafaard snel grijpen. Hij is laffer dan een dier. Dieren doden tenminste alleen om zelf te overleven, om eten te hebben.”

Dat er vorige week, na de moord op drie soldaten van Noord-Afrikaanse origine, minder commotie was dan nu, begrijpt Coumba wel. „Toen dachten we nog dat het om een afrekening binnen het leger ging. Als je dan geen soldaat bent of geen soldaat kent, dan voel je je toch minder bedreigd. Maar nu kan iedereen plots slachtoffer zijn, zelfs een kind van vier. Dat grijpt de mensen sneller naar de keel, dan doet het er niet zoveel toe of je moslim, katholiek of jood bent. Veel hangt af van wie de dader zal blijken te zijn. Want veel is er niet nodig om de gemoederen op te hitsen”, zegt Coumba. Het lijkt alsof ze schrikt van haar eigen woorden. „Nou ja, laten we hopen dat ze die lafaard snel pakken. En dat de nachtmerrie dan voor iedereen voorbij is.”