Mik op ’t hoofd, niet op de hoed

Henk Westbroek is zanger, presentator en columnist.

Hij beveelt aan: De DonkereKamer van Damokles (1958), van W.F. Hermans.

„Toen ik De Donkere Kamer las, was ik een jaar of zestien. En ik begreep er eigenlijk niks van. Werkelijkheid en verzinsel lopen er volkomen door elkaar. Bestaat de hoofdpersoon nou echt of niet? Alleen bij slechte schrijvers weet je meteen waarover het gaat. Ik vond het geweldig en ik verzamel al jaren alles wat Hermans gepubliceerd heeft.

„Ik heb Hermans zelfs een keer bijna ontmoet, om hem te interviewen. In Utrecht nota bene. Maar toen ging hij net dood. Volgens Max Pam zei hij toen: ‘Utrecht is een mooie stad om te sterven.’ Hahaha, Hermans is altijd geestig.

„Zijn stijl is schitterend, tot in de kleinste details goed. Niet alleen De Donkere Kamer, maar al zijn boeken. Die enorme pietluttigheid! Dat hij bijvoorbeeld hele polemieken voert over de ’s in de titel van zijn boek Homme’s hoest. Er kan in zijn boeken geen mus van het dak vallen zonder dat het betekenis heeft. En dat lijkt dan allemaal heel logisch, maar als je klaar bent, kijk je toch in een diepe afgrond. Want Hermans heeft een vrij donker wereldbeeld waarin het leven zinloos is en de mens tegen beter weten in betekenis aan de dingen probeert te geven. Het toeval regeert.

„Ik heb zelf niet zo’n wereldbeeld, maar het is wel verleidelijk. Dat we zonder regels werkelijk tot alles in staat zijn, dat het leven geen bedoeling heeft. Maar wat ik zo ontzettend mooi vind, is dat hij dat zwarte wereldbeeld zelf helemaal niet consequent doorvoert. Hij kan zich heel druk maken over onrechtvaardigheid.

„Waar ik veel van heb geleerd – ik verdien er zelfs m’n brood mee – is: Hermans vraagt zich altijd af of iets wel wáár is als iedereen hetzelfde zegt. Hij relativeerde bijvoorbeeld het heldendom van het verzet in een tijd dat iedereen het alleen maar had over verzetshelden. Hij legde precies zijn vinger op de zere plekken.

„En allemaal in een genadeloze polemiek. Want, zoals hij zelf zei: als je iemand door het hoofd wilt schieten, moet je niet op de hoed richten. Zelfs als hij ongelijk had, is het nog prachtig. Als je zelf een polemiek begint, moet je eerst een uurtje Hermans lezen. Krijg je er meteen zin in. „Maar hij schreef ook schitterende erotische poëzie over ‘schaamlippen als scheermessen’.”