Leven met de rug naar de kust

Op Bere Island in het zuidwesten van de Ierse Republiek is van alles te doen. Zo kun je er wandelen tussen de schapen, pollak vangen vanaf de kliffen en dan bij ‘Dessie’ – de roepnaam van ‘Desmond O’Sullivan, Wines & Spirits’ – een pint Guinness halen. Maar je kunt ook heel andere dingen doen. Zoals

Op Bere Island in het zuidwesten van de Ierse Republiek is van alles te doen. Zo kun je er wandelen tussen de schapen, pollak vangen vanaf de kliffen en dan bij ‘Dessie’ – de roepnaam van ‘Desmond O’Sullivan, Wines & Spirits’ – een pint Guinness halen. Maar je kunt ook heel andere dingen doen. Zoals een pint Murphy’s pakken.

Normaal gebeurt er niets op dit eilandje, maar deze keer had ik buiten Saint Patrick’s Day gerekend, afgelopen zaterdag. Het begon al met de buurman van de cottage die, bosje klaver op zijn revers gespeld, goedemorgen zei. En in de middag passeerde er over het weggetje een auto. Gekkenhuis.

Je zou zeggen dat bij de belangrijkste nationale feestdag een apart gerecht hoort, maar dat schijnt er niet te zijn. „Hun hoofd staat op die dag misschien niet naar eten”, oppert David, een Brit die, na een half leven hard werken, met zijn vriendin jaren terug naar het eiland is uitgeweken. Het was al opgevallen dat de winkels dicht waren, op de slijterij na.

David denkt even na: „Als ik één nationaal gerecht moet noemen, naast misschien karnemelkbrood, dan is dat bacon and cabbage.” En geen vis! Hoewel omringd door visrijke zeeën gaat het verhaal dat de meeste Ieren zelfs tijdens de Grote Hongersnood in de negentiende eeuw met hun rug naar de kust bleven staan.

David en zijn vriendin leven goeddeels selfsupporting in één van de mooiste huizen van het eiland. Een windmolen tolt continu, dat heb je met een uitzicht van vijfduizend kilometer oceaan. De kassen leveren groente, schapen lopen overal. En met dat aanbod valt, zo blijkt, uitstekend ‘Iers’ te koken. Dit is Davids recept van die Patricks Dag: slow roasted lamb with steamed kale.

Doe een paar scheuten olijfolie in een kom en voeg hieraan twee fijn gesneden knoflooktenen, kruiden, zout en peper toe. Wrijf het meeste van dit mengsel over het, indien nodig drooggedepte, lamsvlees en bind dit dan op. Leg in een ovenschaal. Zet de oven op 220 graden en zet het lamsvlees hierin, laat een kwartiertje bruin worden – als het te hard gaat: even wat alufolie erop – en zet de oven dan laag, op 130 graden.

Laat het vlees nu tweeëneenhalf à drie uur sudderen. Draai dit wel af en toe om en bedruip met sappen. Laat het lamsvlees tien minuten voor het aansnijden even buiten de oven rusten onder wat alufolie.

Haal de stelen van de krop boerenkool en gooi die weg. Snijd de bladeren grof. Doe in een stoompan wat water en doe hierin een gebutste knoflookteen. Laat tien minuten koken en doe dan de boerenkool in het stoommandje. Laat vijf minuten garen – de kleur moet behouden blijven. Serveer ook met aardappelpuree.

Boerenkoollam

1 ontbeende lamsschouder

3 tenen knoflook

tijm, rozemarijn

olijfolie

zout, peper

1 boerenkool