Inspecteurs maken netjes een afspraak

Chemische bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid. Inspecteurs zijn er nauwelijks. En onverwacht langskomen doen ze niet. „Het is een fictie.”

NOVUM67:VEROORZAKER RAMP MOET BETALEN:MOERDIJK;05DEC2011-Archieffoto 05012011 Omroep Brabant meld dat de fractie van de PPV Brabantse Staten van mening is dat de veroorzaaker van de brand bij Chemie Pack werknemer Mohammed moet betalen.Novum/evda/str.Erald van der Aa Novum ERALD VAN DER AA

„Je bent als hond beter af dan als werknemer in een bedrijf met gevaarlijke stoffen”, zegt beleidsmedewerker Wim van Veelen van de FNV. Er lopen volgens hem straks meer animal cops in Nederland rond dan arbeidsinspecteurs. Nederland heeft volgens de vakbond het minst aantal inspecteurs, samen met België, van heel Europa.

Hoe kun je van zo’n land verwachten dat er niet regelmatig een ramp gebeurt bij bedrijven met gevaarlijke stoffen zoals Chemie-Pack? Ben Ale, hoogleraar rampenbestrijding aan de TU Delft, legt uit dat er de afgelopen twintig jaar fors is bezuinigd op „omvang en kwaliteit” van het toezicht. „Er zijn nog maar een paar goeie inspecteurs over.”

De inspecteurs hebben bovendien een andere taakopvatting. Ze kijken niet meer allereerst op de werkvloer of alle bouten en etiketten wel op de juiste plaats zijn aangebracht, nee, bedrijven moeten zelf zorgen voor een goed veiligheidssysteem. De inspecteur komt vervolgens langs, niet onverwacht maar op afspraak, om te bekijken of dat systeem deugt.

Het is gebruikelijk om bedrijven zélf verantwoordelijk te maken voor de veiligheid. Op zichzelf prima, zegt Jos Dingemans, manager veiligheid, gezondheid en milieu bij de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. „Het werken met gevaarlijke stoffen brengt een heilige plicht met zich mee om daar verantwoord mee om te gaan, anders moet je maar een dropfabriek beginnen. Veiligheid is niet onderhandelbaar. Je moet competent personeel hebben.” Vanzelfsprekend moet een inspectie controleren. „En bij bedrijven die de boel besodemieteren, zoals Chemie-Pack, moet de inspectie onaangekondigd op bezoek gaan.” Helaas, zegt ook Dingemans, zijn er „ongelooflijk weinig arbeidsinspecteurs”.

In de praktijk krijgen bedrijven nauwelijks onverwacht controle, zo bleek onlangs uit een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over Chemie-Pack. „Het van tevoren aankondigen van de controles was standaardpraktijk bij de gemeente Moerdijk.” Dit gebeurt „in het grootste gedeelte van Nederland”.

Afspreken wanneer je komt, is handig omdat de juiste werknemers dan beschikbaar zijn en de benodigde papieren klaarliggen. Zulke meerdaagse bezoeken hebben als doel „het terugdringen van bureaucratie, verminderen van overheidsbemoeienis en regeldruk, en het beperken van toezichtslast voor bedrijven”, vat de Onderzoeksraad samen. Maar ja, wat deed Chemie-Pack volgens het rapport als de inspecteurs kwamen? Het vroeg eerst uitstel. En vervolgens: „Uit onderzoek is gebleken dat het bedrijf de tijd tussen de aankondiging en het inspectiebezoek gebruikte om onvergunde activiteiten te staken en waar nodig te veel aanwezige gevaarlijke stoffen af te voeren.”

De brand bij Chemie-Pack bewijst volgens hoogleraar Ale opnieuw dat je veiligheid niet aan bedrijven kunt overlaten. Want „slechts 5 procent” van alle gevaarlijke bedrijven is volgens hem in staat om een gedegen veiligheidssysteem op te zetten en te onderhouden. Grote bedrijven als Shell. Maar al die kleinere bedrijven die handelen in en werken met gevaarlijke stoffen? „Het is een fictie om te denken dat die hun zaakjes op orde hebben.” Die hebben daar geen geld voor. En je kunt ze wel hoge boetes geven als ze niet aan de regels voldoen, maar dat heeft geen zin. „Ze begrijpen niet waarom ze een boete krijgen.”

Je zou een heel ander soort inspecteurs moeten aanstellen. „Vroeger had je mensen die op hun vijftigste door Shell met pensioen werden gestuurd en die daarna nog een mooie carrière als inspecteur maakten. Die ervaren mensen lieten zich geen knollen voor citroenen verkopen. Die zagen een rat van verre aankomen.” Mensen die bereid zijn achter hun bureau vandaan te komen en op een zonnige middag eens op de fiets te stappen en bij bedrijven langs te gaan. Of, zoals bij de aanleg van de metro in de jaren 80 in Amsterdam, mensen die besluiten het aantal hijskranen eens te tellen en ontdekken dat de gemeente er één te veel heeft betaald. „Op die manier werken, is beter dan lijstjes afvinken.”

Want hoe gaat dat: een bedrijf laat een risicoplan schrijven door een handig bureau dat het model daarvoor van internet plukt, en vervolgens staat dat plan in een kast bij het bedrijf. De inspecteur komt langs en controleert of dat plan inderdaad in de kast staat. „Dat heeft niets met de realiteit te maken.”

De realiteit is dat sommige bedrijven, zoals SE Fireworks in Enschede, etiketten van minder gevaarlijke stoffen plakken over etiketten met gevaarlijke stoffen, en daar kom je alleen achter als je zelf gaat kijken. Ale: „Wat je dus moet doen, is goeie inspecteurs aannemen. Dat kost misschien een paar centen, maar in elk geval heel wat minder dan een brand bij Chemie-Pack. Van die schade kun je een inspectie van tien man zeventig jaar op de been houden.”

Natuurlijk moet de maatschappij zelf maar uitmaken of men veiligheid belangrijk vindt. „Maar als we het kennelijk niet zo belangrijk vinden, zeg dat dan. Neem dan voor lief dat er elke paar jaar een bedrijf spectaculair afbrandt. Maar ga niet zielig lopen doen als zoiets gebeurt. Laat je dan niet in een busje rondrijden na zo’n brand en roepen dat het allemaal zo erg is. Zeg niet dat je het niet hebt geweten. En doe ook niet net alsof je met veel minder inspecteurs ineens betere inspecties uitvoert, door te spreken over die systeemcontroles. Dat zijn kletspraatjes.”

De Arbeidsinspectie, tegenwoordig Inspectie SZW geheten, herkent zich officieel niet in het beeld. „We kijken naar het veiligheidsbeheerssysteem: heeft het bedrijf de risico’s onder controle?”, aldus een woordvoerder. „En vervolgens kijken we via een ‘reality check’ of het ook werkt. Dat checken we bij bijvoorbeeld operators in de controlekamer.” Op het toezicht op de gevaarlijkste bedrijven wordt volgens de inspectie niet bezuinigd, en „notoire overtreders” krijgen best vaak bezoek. „We streven ernaar zoveel mogelijk bij bedrijven te komen waar het mis is.”