Ik was journalist

„Vanaf m’n 18de heb ik journalistiek werk gedaan. Als student journalistiek al, voor vakbladen. Later werd ik hoofdredacteur van het studentenblad SUM. Ik kwam als redacteur jongeren bij HP/De Tijd, waar ik een van de gezichtsbepalende interviewers werd. Daarna was ik er zeven jaar chef Kunst.

„Bij opiniebladen ging de teloorgang nog sneller dan bij de rest van de pers. Door gratis internet, betere opinie op tv, bredere kranten. Eerst had ik vier redacteuren die schreven over kunst, op het laatst alleen freelancers. Eerst acht grote verhalen, toen drie. Het werd steeds schraler: minder lezers, minder advertenties.

„Uitgever Audax wilde in 2008 naar één editie per twee weken, om kosten te drukken. Wij bedachten een plan om wekelijks te blijven verschijnen. Acht man moest er dan uit, een derde van de redactie. Ik heb me aangemeld voor de vertrekregeling.

„Fantastisch vak hoor, journalist. Altijd graag gedaan. Maar de sjeu was eraf. En ik had al wat in m’n hoofd. Ik vond mezelf een tamelijk goede hobbykok. Als ik ooit nog iets anders wilde doen, moest het nu. Via het UWV kon ik naar de koksopleiding aan het ROC.

„Een grote borrel met de redactie, en dat was het.”