Geen daden maar woorden

Wie de berichtgeving over Nederland in het buitenland een beetje volgt, weet dat die inmiddels nog maar om één vraag draait: ‘Wat is er met dat tolerante land gebeurd?’ Uit die vraag spreekt oprechte teleurstelling, maar het is ook een knieval voor een nieuw cliché. Zoals vroeger alle correspondenten schreven over de schijnbaar onbegrensde vrijheid in het land van de tulpen, zo wordt nu naarstig gezocht naar voorbeelden die de kramp van het land moeten illustreren.

En zo moeilijk is dat niet, aanleidingen genoeg, met als recent hoogtepunt het Polenmeldpunt. Hebben ze in Den Haag een knipselkrant? Zou men in regeringskringen wel eens de moeite nemen om de deprimerende reeks artikelen te lezen over het Beschwerdeportal, Ost-Pranger, l’appèl à dénoncer les migrants, anti-Polish hotline, Dutch anti-immigration website? En dan beperk ik me even tot het Duits, Frans en Engels.

Natuurlijk speelt in de verontwaardiging ook veel eigenbelang mee. De tien ambassadeurs van de Oost- en Midden-Europese landen die zich in een open brief tegen het meldpunt keerden, hebben heel wat uit te leggen als het over de rechten van minderheden in hun eigen land gaat. En van het Europees Parlement kun je zeggen: hoe kleiner de invloed, des te groter de woorden. Bovendien zijn er reële problemen rond het vrije personenverkeer in Europa – zeker als ook Roemenië en Bulgarije erbij komen.

Het is allemaal waar, maar ondertussen wordt de vlek op het tapijt groter en groter. Dat realiseert premier Rutte zich onvoldoende. Hij is het slachtoffer van zijn eigen communicatieve vaardigheden en denkt dat het in stand houden van een minderheidsregering hetzelfde is als het overeind houden van een minderheidsstandpunt in Europa. De handigheid waarmee hij zijn kaartenhuis in Den Haag aaneenpraat is onmiskenbaar, maar in Brussel en omstreken bestaat inmiddels de indruk dat er over de invloed van het gedogen door Wilders heel wat wordt gelogen.

Deze affaire rond het meldpunt staat niet op zichzelf. De cartooncrisis liet het eerder zien: er zullen meer conflicten ontstaan tussen regeringen door wat er binnen samenlevingen gebeurt. De publicatie van spotprenten over Mohammed leidde immers tot een uitbarsting in het Midden-Oosten. Omgekeerd zullen buitenlandse conflicten meer en meer een weerslag hebben in onze steden, zoals afgelopen week nog eens bleek bij een aanslag op een Brusselse moskee, die te maken had met de burgeroorlog in Syrië.

Die steeds dunnere grenzen tussen binnen- en buitenland, waarbij migratie een wezenlijke rol speelt, vragen om een actieve diplomatie. De vorige regering was wat dat betreft alerter. Toen Wilders met zijn film Fitna over de islam kwam werden op een subtiele manier de schadelijke gevolgen ingedamd. Door een hele reeks initiatieven, waarbij ook prominente mensen uit de moslimgemeenschap een rol speelden, lukte het om de dreiging van gewelddadige reacties in het Midden-Oosten af te zwakken.

Zulke diplomatie is alleen werkzaam als die steunt op een redelijke eensgezindheid. Het ongemakkelijke zwijgen van Rutte toont een verdeeld land aan de buitenwereld. Het is veelzeggend dat het huidige kabinet als motto heeft gekozen: „wacht op onze daden”. Tussen de partijen die de regering steunen bestaan over de immigratie zulke fundamentele meningsverschillen dat de woorden ontbreken. Maar we hebben ideeën nodig: ‘geen daden maar woorden’.

De onenigheid binnen de meerderheid is in de afgelopen jaren toegenomen. Eerst ging het nog over de aard van de islam: is het een godsdienst of een politieke ideologie? Dat was al een principiële kwestie, want het draaide erom of de islam gelijk moest worden behandeld met andere religies. Die tweespalt kon nog worden bezworen met een agreement to disagree. Inmiddels raakt het meningsverschil de kern van de Europese integratie: het vrije personenverkeer. Het meldpunt zegt dat niet alle burgers van de Unie op een gelijke manier hoeven te worden behandeld en de initiatiefnemers vinden dat het openen van de grenzen een grote vergissing is.

Daarachter schuilt een nog wezenlijker verschil over de benadering van de immigratie. Wanneer politici van de PVV voorstellen om ook de derde generatie – dat wil zeggen de kleinkinderen van de oorspronkelijke immigranten – te blijven aanmerken als ‘allochtoon’, dan wordt daarmee een duidelijke keuze gemaakt. Het zegt namelijk dat nieuwkomers en hun nakomelingen – in 2025 zal het ruwweg om een kwart van de bevolking gaan – nooit echt onderdeel van de samenleving kunnen worden.

Het meldpunt en het zwijgen van Rutte tonen een groeiende verdeeldheid. De veroordeling door het Europees Parlement is zorgelijk, maar pijnlijker is de verlegenheid van de middenpartijen, inclusief die van de oppositie. Die slagen er maar niet in op een toekomstgerichte manier te spreken over de economie en de symboliek van een immigratiesamenleving. Alles is inmiddels wel gezegd in tien jaar integratiedebat, maar het lukt nog steeds niet om de politieke impasse te doorbreken.