Fundamentele crisis in SER

De SER kan worden opgeheven als de ruzie binnen de vakbeweging niet wordt beslecht. Voorlopig moet er geen nieuwe voorzitter worden benoemd van de Sociaal Economische Raad. Dat zegt Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversvereniging VNO-NCW, vandaag in deze krant. De SER geldt als het belangrijkste orgaan van de Nederlandse overlegeconomie.

Vorige week kondigde SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan zijn vertrek aan, per 1 september. Van Kesteren: „Ik zou nu niet aan iemand willen vragen de SER te leiden. Het instituut verkeert in een impasse. We moeten eerst weten of er een toekomst is voor de SER.”

De grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW is een cruciale partij binnen de SER, net als de grootste vakbond FNV. De ruzie binnen de FNV is de reden voor Van Kesterens twijfel. „De FNV is zich aan het bezinnen op de vraag of ze wel een rol wil spelen in het centrale overleg met kabinet en werkgevers. Als de FNV dat niet wil, dan moet je je afvragen of je wel verder wilt met de SER.”

Volgens Van Kesteren is de invloed van de SER sterk afgenomen. Het laatste belangrijke advies, over het bekorten van de werkloosheidsuitkering, is zeven jaar oud. Volgens Rinnooy Kan adviseert de SER minder omdat het kabinet weinig advies vraagt. Onzin, zegt Van Kesteren. De SER kan zelf voorstellen aandragen. „Het kabinet vraagt geen advies omdat het weet dat de SER het niet eens wordt.”

Het onvermogen van de SER: pagina 22